Na vitamine D, zink en vitamine C komen we bij een heel ander soort voedingsstof.
Quercetine.
Misschien heb je de naam weleens gezien op een potje met supplementen voor de weerstand. Vaak staat quercetine daar samen met vitamine C, zink of bromelaïne op het etiket.
Maar quercetine is geen vitamine.
Het is ook geen mineraal en er bestaat geen aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor.
Quercetine is een plantenstof die we van nature binnenkrijgen wanneer we bijvoorbeeld uien, appels, kappertjes, bessen en bepaalde groenten eten.
En juist deze stof wordt uitgebreid onderzocht.
Niet omdat quercetine één duidelijke taak in het lichaam heeft, zoals we bij sommige vitamines en mineralen zien, maar omdat het in laboratorium- en ander onderzoek invloed blijkt te kunnen hebben op verschillende biologische processen.
Dat maakt quercetine interessant.
Maar het zorgt ook voor grote claims die soms veel verder gaan dan wat bij mensen daadwerkelijk is aangetoond.
Dus wat weten we nu eigenlijk over quercetine?
Wat is quercetine?
Quercetine behoort tot de flavonoïden.
En om nog iets preciezer te zijn: het behoort binnen de flavonoïden tot een subgroep die flavonolen wordt genoemd.
Dat ziet er ongeveer zo uit:
fytonutriënten → polyfenolen → flavonoïden → flavonolen → quercetine
Je hoeft die hele indeling natuurlijk niet uit je hoofd te leren.
Maar hij laat wel zien dat quercetine onderdeel is van een enorme familie natuurlijke stoffen die in planten voorkomen.
Planten maken deze stoffen niet speciaal voor ons.
Ze gebruiken flavonoïden onder andere binnen hun eigen groei, pigmentatie en bescherming tegen verschillende invloeden uit hun omgeving.
Wanneer wij plantaardige voeding eten, krijgen we een deel van deze verbindingen automatisch binnen.
Waar zit quercetine in?
Quercetine komt verspreid voor in onze voeding.
Bekende bronnen zijn onder andere:
-
kappertjes;
-
rode en gele uien;
-
appels;
-
bessen;
-
druiven;
-
boerenkool;
-
broccoli;
-
asperges;
-
verschillende kruiden;
-
thee.
De hoeveelheid verschilt sterk per voedingsmiddel.
Ook het ras, de groeiomstandigheden, het deel van de plant en de bereiding kunnen invloed hebben op de uiteindelijke hoeveelheid.
Bij een appel bevindt bijvoorbeeld relatief veel quercetine zich in of vlak bij de schil.
En bij uien is vooral de buitenste laag interessant.
Dat betekent overigens niet dat je vanaf nu enorme hoeveelheden rode ui hoeft te eten.
Quercetine is één van de vele plantenstoffen die onderdeel kunnen zijn van een gevarieerd voedingspatroon.
Quercetine uit een ui is niet hetzelfde als 500 mg uit een capsule
Dit onderscheid vind ik belangrijk.
Wanneer je quercetine via voeding binnenkrijgt, gaat het om relatief kleine hoeveelheden die onderdeel zijn van een compleet voedingsmiddel.
Een rode ui bevat daarnaast bijvoorbeeld vezels, vitamines, mineralen en allerlei andere plantenstoffen.
Een supplement kan daarentegen honderden milligrammen geïsoleerde quercetine bevatten.
Daarom kunnen we onderzoek naar hoge doses quercetine uit supplementen niet zomaar vertalen naar:
“uien hebben hetzelfde effect.”
En andersom kunnen voordelen die worden gezien bij een voedingspatroon rijk aan groenten en fruit niet automatisch aan quercetine alleen worden toegeschreven.
Een voedingsmiddel en een hooggedoseerd geïsoleerd supplement zijn biologisch niet hetzelfde.
Wat gebeurt er nadat je quercetine eet?
Hier wordt het verhaal interessant.
Quercetine zweeft in een appel of ui meestal niet simpelweg rond als één los molecuul.
In plantaardige voeding komt het vaak voor als quercetineglycoside.
Dat betekent dat het quercetinemolecuul gekoppeld is aan een suikergroep.
Welke suikergroep eraan vastzit, verschilt per voedingsmiddel.
En dat kan invloed hebben op wat er tijdens de spijsvertering gebeurt en waar en hoe efficiënt een verbinding wordt opgenomen.
Na opname is het verhaal bovendien nog niet klaar.
Je lichaam verandert quercetine
Eenmaal opgenomen wordt quercetine uitgebreid verwerkt.
Onder andere darmcellen en de lever zetten het om in verschillende metabolieten.
Daardoor circuleert in het bloed na het eten van quercetinerijke voeding niet simpelweg grote hoeveelheden onveranderde quercetine.
Het lichaam heeft de stof inmiddels aangepast.
Dat is belangrijk bij het interpreteren van onderzoek.
Wanneer onderzoekers in een reageerbuis een hoge concentratie pure quercetine rechtstreeks op cellen aanbrengen, is dat namelijk een heel andere situatie dan wanneer iemand een appel eet.
In het menselijk lichaam spelen opname, omzetting, darmbacteriën, lever en uitscheiding allemaal mee.
Daarom kunnen indrukwekkende resultaten uit laboratoriumonderzoek niet automatisch naar mensen worden vertaald.
Waarom wordt quercetine een antioxidant genoemd?
Quercetine kan in laboratoriumomstandigheden reageren met bepaalde reactieve moleculen.
Daarom wordt het vaak een antioxidant genoemd.
Maar tegenwoordig kijken onderzoekers veel breder naar plantenstoffen dan alleen naar het rechtstreeks “wegvangen” van vrije radicalen.
De concentraties die na normale voeding in het menselijk lichaam ontstaan zijn namelijk veel lager dan de concentraties die in sommige reageerbuisexperimenten worden gebruikt.
Er wordt daarom ook onderzocht of quercetine en zijn metabolieten invloed kunnen hebben op cellulaire signaalroutes en enzymatische processen.
Dat is een veel interessantere manier om naar flavonoïden te kijken dan:
antioxidant erin → vrije radicalen eruit.
Ons lichaam werkt veel ingewikkelder dan dat.
Voor een uitgebreide uitleg over vrije radicalen en antioxidanten verwijs ik daarom liever naar mijn aparte blogs binnen de kennisbank, zodat we hier bij quercetine kunnen blijven.
Waarom wordt quercetine onderzocht bij het immuunsysteem?
Quercetine krijgt ook veel belangstelling binnen onderzoek naar immuunprocessen.
In cel- en dieronderzoek zijn verschillende effecten gezien op signaalroutes die betrokken zijn bij onder andere ontstekings- en immuunreacties.
Er is daarnaast onderzoek bij mensen gedaan naar quercetinesuppletie en verschillende uitkomsten rondom gezondheid, lichamelijke belasting en luchtweginfecties.
Maar hier is nuance belangrijk.
De resultaten bij mensen zijn niet sterk en consistent genoeg om quercetine simpelweg een bewezen middel tegen verkoudheid of infecties te noemen.
Dat is een heel andere uitspraak dan zeggen dat quercetine biologisch interessant is.
Dat laatste is het zeker.
Quercetine en ontstekingsprocessen
Je komt online ook vaak de term ontstekingsremmend tegen bij quercetine.
Daar zou ik voorzichtig mee omgaan.
Onderzoek laat zien dat quercetine in experimentele modellen invloed kan hebben op verschillende moleculaire routes en signaalstoffen die bij ontstekingsprocessen betrokken zijn.
Maar dat maakt quercetine nog geen ontstekingsremmend geneesmiddel.
Dat onderscheid is belangrijk.
Ik zou daarom liever zeggen:
quercetine wordt onderzocht vanwege mogelijke invloed op processen die betrokken zijn bij ontstekings- en immuunreacties.
Dat doet meer recht aan wat we werkelijk weten.
Waarom zit quercetine dan in zoveel weerstandssupplementen?
Daar komen verschillende dingen samen.
Quercetine is een plantenstof met interessante biologische eigenschappen.
Er bestaat veel laboratoriumonderzoek.
Er zijn studies bij mensen.
En quercetine heeft door zijn relatie met flavonoïden, antioxidanten en immuunonderzoek een logische plek gekregen in supplementen die rondom weerstand worden verkocht.
Je ziet quercetine daarom regelmatig gecombineerd met:
-
vitamine C;
-
zink;
-
bromelaïne;
-
vitamine D;
-
andere plantenextracten.
Maar de aanwezigheid van meerdere interessante stoffen in één capsule betekent natuurlijk niet automatisch dat de combinatie klinisch beter werkt.
Daarvoor moet je naar het daadwerkelijke onderzoek naar die formulering en dosering kijken.
Waarom wordt quercetine vaak met vitamine C gecombineerd?
Vitamine C en quercetine worden regelmatig samen aangeboden.
Ze worden beide onderzocht in relatie tot oxidatieve en immuunprocessen, maar het zijn totaal verschillende stoffen.
Vitamine C is een essentiële vitamine.
Quercetine is een niet-essentiële plantenstof.
Je krijgt dus geen quercetinetekort zoals je een vitamine-C-tekort kunt krijgen.
Er bestaat ook geen dagelijkse quercetinebehoefte die je per se moet halen.
Dat onderscheid is belangrijk wanneer je een supplement bekijkt waarop beide stoffen naast elkaar staan.
En waarom wordt bromelaïne toegevoegd?
Ook bromelaïne zie je regelmatig naast quercetine.
Bromelaïne is geen vitamine of flavonoïde maar een verzamelnaam voor eiwitsplitsende enzymen uit de ananasplant.
Sommige supplementen combineren bromelaïne met quercetine en er worden daarbij regelmatig uitspraken gedaan over een betere opname.
Daar zou ik niet te stellig over zijn.
Dat twee stoffen vaak samen in een supplement zitten, bewijst niet automatisch dat bromelaïne de biologische beschikbaarheid van quercetine bij mensen aanzienlijk verhoogt.
Bromelaïne is op zichzelf een interessant onderwerp en krijgt daarom een eigen artikel binnen mijn enzymenkennisbank.
Quercetine wordt niet bijzonder gemakkelijk opgenomen
Een belangrijk onderwerp bij quercetinesupplementen is de biologische beschikbaarheid.
Dat betekent eenvoudig gezegd:
hoeveel van wat je inneemt wordt opgenomen en in welke vorm komt het uiteindelijk beschikbaar in het lichaam?
Pure quercetine-aglycon is slecht oplosbaar in water.
Daarnaast spelen de chemische vorm, voedselmatrix, darmopname en snelle omzetting in het lichaam allemaal een rol.
Daarom kunnen twee producten waarop allebei “quercetine” staat zich niet noodzakelijk precies hetzelfde gedragen.
En daar heeft de supplementenindustrie iets op bedacht.
Wat is quercetine-fytosoom?
Je kunt tegenwoordig bijvoorbeeld quercetine-fytosoom tegenkomen.
Bij een fytosoom wordt quercetine gecombineerd met fosfolipiden, vaak fosfatidylcholine.
Het doel daarvan is de biologische beschikbaarheid te verbeteren.
Onderzoek naar bepaalde fytosoomformuleringen laat inderdaad zien dat de blootstelling aan quercetinemetabolieten in het bloed aanzienlijk hoger kan zijn dan na gewone quercetine.
Dat maakt deze technologie interessant.
Maar opnieuw geldt:
betere opname is niet automatisch hetzelfde als een groter gezondheidsvoordeel.
Een supplement kan aantoonbaar beter worden opgenomen zonder dat daarmee automatisch is bewezen dat een gezond persoon er merkbaar meer effect van ervaart.
Is quercetine met vet innemen beter?
Quercetine is slecht wateroplosbaar en de samenstelling van een maaltijd kan invloed hebben op de opname.
Er zijn aanwijzingen dat voeding, waaronder vet, de biologische beschikbaarheid kan beïnvloeden.
Maar ik zou hier geen ingewikkeld ritueel van maken waarbij iedere quercetinecapsule per se met een specifieke hoeveelheid vet moet worden ingenomen.
Bij supplementen zijn de gebruikte quercetinevorm en formulering waarschijnlijk minstens zo relevant.
Volg daarom ook de gebruiksaanwijzing van het betreffende product.
Hoeveel quercetine krijgen we normaal via voeding binnen?
Daar bestaat geen aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor.
De inname varieert sterk afhankelijk van het voedingspatroon.
Iemand die veel uien, appels, groenten, kruiden en thee gebruikt krijgt vanzelf meer flavonoïden binnen dan iemand die weinig plantaardige producten eet.
Maar er bestaat geen officiële quercetinenorm die zegt:
“iedereen moet dagelijks zoveel milligram quercetine eten.”
Dat is een belangrijk verschil met vitamine C, vitamine D en zink.
Quercetine is namelijk geen essentiële voedingsstof waarvoor een tekortziekte ontstaat wanneer je een bepaalde dagelijkse hoeveelheid niet haalt.
En hoeveel zit er in supplementen?
Supplementen bevatten vaak veel hogere hoeveelheden dan we via één afzonderlijk voedingsmiddel binnenkrijgen.
Je ziet bijvoorbeeld producten met enkele honderden milligrammen quercetine per dagdosering.
Dat is precies waarom ik voeding en supplementen niet één op één met elkaar vergelijk.
Een supplement is een geconcentreerde interventie.
Daarom moeten bij hogere doseringen ook vragen worden gesteld over:
-
gebruiksduur;
-
veiligheid;
-
medicatie;
-
persoonlijke gezondheid;
-
andere supplementen;
-
de gebruikte quercetinevorm.
Is quercetine veilig?
Quercetine uit normale voedingsmiddelen is onderdeel van onze gebruikelijke voeding.
Bij geconcentreerde supplementen ligt dat anders.
In onderzoeken zijn bepaalde doseringen gedurende beperkte perioden gebruikt zonder ernstige problemen bij gezonde volwassenen, maar voor langdurig gebruik van hoge doseringen is de hoeveelheid veiligheidsinformatie beperkter.
Daarnaast kunnen geconcentreerde supplementen in theorie of in onderzoek interacties met geneesmiddelen hebben.
Daarom vind ik het verstandig om bij medicijngebruik, zwangerschap, borstvoeding, nierproblemen of andere medische omstandigheden niet zomaar hooggedoseerde quercetinesupplementen te gebruiken zonder dit te bespreken met arts of apotheker.
Dat is niet omdat quercetine uit een ui gevaarlijk zou zijn.
Het is omdat:
voeding ≠ een hooggedoseerd supplement.
Quercetine uit voeding blijft interessant
Na alle supplemententechnologie kunnen we bijna vergeten waar quercetine oorspronkelijk vandaan komt.
Gewoon uit planten.
Een maaltijd met bijvoorbeeld rode ui, broccoli en kruiden levert niet alleen quercetine.
Je krijgt tegelijkertijd vezels, vitamines, mineralen en allerlei andere polyfenolen en plantenstoffen binnen.
En dat is een belangrijk verschil tussen voedingsonderzoek en supplementonderzoek.
Bij voeding eten we vrijwel nooit één geïsoleerde stof.
We eten een voedingsmatrix waarin honderden verbindingen samen voorkomen.
Daarom vind ik quercetine niet alleen interessant als capsule.
Het laat juist prachtig zien hoeveel chemische diversiteit er in gewone plantaardige voeding zit.
Waar let ik op bij een quercetinesupplement?
Wanneer je een product bekijkt, zou ik vooral naar een paar praktische zaken kijken.
Welke vorm wordt gebruikt?
Gewone quercetine, een glycosidevorm of bijvoorbeeld een fytosoomformulering kunnen verschillen in biologische beschikbaarheid.
Hoeveel krijg je binnen?
Kijk naar de daadwerkelijke hoeveelheid per dagdosering.
Waarom gebruik je het?
“Goed voor de weerstand” is een heel brede reden. Kijk liever wat je precies verwacht en of daar voldoende onderbouwing voor bestaat.
Wat zit er nog meer in?
Quercetine wordt vaak gecombineerd met vitamine C, zink, bromelaïne en andere stoffen. Daardoor kunnen totale doseringen ongemerkt oplopen.
Gebruik je medicijnen?
Bij geconcentreerde supplementen is het verstandig mogelijke interacties mee te nemen.
Hoe lang wil je het gebruiken?
Kortdurend onderzoek vertelt ons niet automatisch alles over jarenlang dagelijks gebruik.
Wat weten we nu werkelijk over quercetine?
Als we alle marketing even opzijzetten, blijft er eigenlijk een heel interessant verhaal over.
We weten dat quercetine:
-
een natuurlijk voorkomende flavonol is;
-
in verschillende plantaardige voedingsmiddelen voorkomt;
-
na opname uitgebreid wordt omgezet in metabolieten;
-
interessante biologische activiteit laat zien in experimenteel onderzoek;
-
wordt onderzocht in relatie tot onder andere oxidatieve, inflammatoire en immuunprocessen;
-
een beperkte en sterk vormafhankelijke biologische beschikbaarheid heeft;
-
als supplement in veel hogere hoeveelheden kan worden gebruikt dan via normale voeding wordt verkregen.
Wat we niet moeten doen, is daar automatisch van maken:
quercetine voorkomt verkoudheid
of:
quercetine remt ontstekingen bij iedereen.
Daarvoor is het menselijke onderzoek niet overtuigend genoeg.
En juist die nuance maakt quercetine wat mij betreft niet minder interessant.
Integendeel.
Het laat zien hoe groot het verschil kan zijn tussen een biologisch interessante stof en een bewezen gezondheidsinterventie.
Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?
Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.
Heb je na het lezen van deze blog vragen of wil je meer overzicht in jouw situatie? Dan kun je gerust contact met mij opnemen.
Veelgestelde vragen over quercetine
Wat is quercetine?
Quercetine is een natuurlijke plantenstof uit de groep flavonoïden. Nog specifieker behoort het tot de flavonolen. Het komt voor in onder andere uien, appels, kappertjes, bessen en verschillende groenten.
Is quercetine een vitamine?
Nee. Quercetine is geen essentiële vitamine of mineraal. Er bestaat daarom ook geen aanbevolen dagelijkse hoeveelheid en geen bekende quercetine-tekortziekte zoals bij sommige essentiële voedingsstoffen.
Welke voeding bevat veel quercetine?
Kappertjes en uien behoren tot bekende bronnen. Ook appels, bessen, boerenkool, broccoli, asperges, druiven, kruiden en thee kunnen quercetine leveren.
Is quercetine goed voor de weerstand?
Quercetine wordt uitgebreid onderzocht in relatie tot verschillende immuun- en ontstekingsprocessen. Het menselijke onderzoek is echter niet sterk genoeg om te stellen dat quercetinesupplementen bewezen verkoudheid of andere infecties voorkomen.
Waarom zit quercetine vaak samen met vitamine C in een supplement?
Beide stoffen worden onderzocht vanwege verschillende biologische eigenschappen, maar ze zijn niet hetzelfde. Vitamine C is een essentiële vitamine; quercetine is een niet-essentiële plantenstof.
Wordt quercetine slecht opgenomen?
De biologische beschikbaarheid van quercetine is relatief beperkt en hangt sterk af van de chemische vorm en formulering. Na opname wordt quercetine bovendien snel omgezet in verschillende metabolieten.
Wat is quercetine-fytosoom?
Bij een fytosoomformulering wordt quercetine gecombineerd met fosfolipiden om de biologische beschikbaarheid te verbeteren. Sommige onderzoeken laten een duidelijk hogere opname zien dan bij gewone quercetine. Een hogere opname betekent echter niet automatisch een bewezen groter gezondheidseffect.
Is quercetine met bromelaïne beter?
Quercetine en bromelaïne worden vaak gecombineerd in supplementen. Er is echter onvoldoende reden om zonder meer te stellen dat bromelaïne de opname of werking van quercetine bij mensen sterk verbetert.
Is quercetine uit voeding hetzelfde als een supplement?
Nee. Via voeding krijg je quercetine in relatief kleine hoeveelheden binnen als onderdeel van een compleet voedingsmiddel. Een supplement kan honderden milligrammen geïsoleerde quercetine bevatten. De twee zijn daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar.
Tot slot
Quercetine vormt een mooi omslagpunt binnen deze reeks over weerstand.
Vitamine D, vitamine C en zink zijn essentiële voedingsstoffen. Het lichaam heeft ze nodig en voor deze stoffen bestaan voedingsnormen.
Quercetine is anders.
We hebben geen vastgestelde dagelijkse quercetinebehoefte en je krijgt geen quercetinetekort wanneer je een bepaalde hoeveelheid niet haalt.
Toch is de stof wetenschappelijk bijzonder interessant.
Quercetine laat namelijk zien dat voeding uit veel meer bestaat dan vitamines, mineralen, eiwitten, vetten en koolhydraten. Plantaardige voedingsmiddelen bevatten duizenden bioactieve verbindingen waarvan we de werking steeds beter proberen te begrijpen.
En misschien is dat wel het interessantste aan quercetine:
we weten inmiddels behoorlijk veel, maar nog lang niet alles.
Daarom zie ik quercetine liever niet als een wonderstof voor de weerstand, maar als een fascinerend voorbeeld van de complexe plantenstoffen die dagelijks op ons bord kunnen liggen.
In de volgende blog blijven we binnen de weerstand, maar kijken we naar weer een heel ander soort stof:
bèta-glucanen.
Wat zijn bèta-glucanen eigenlijk? Waarom maakt het uit of ze uit haver, gist of paddenstoelen komen? En waarom kun je niet alle bèta-glucanen op één hoop gooien?
Dat bekijken we in de volgende blog: Bèta-glucanen en immuunondersteuning.