Lactase Het enzym waarmee je lactose verteert en waarom niet iedereen evenveel lactase maakt

Een glas melk, een cappuccino, een schaaltje yoghurt of een bolletje roomijs.

Op het eerste gezicht hebben ze weinig met enzymen te maken. Toch is er in je dunne darm één enzym dat een belangrijke rol speelt bij wat er daarna met de melksuiker uit deze voedingsmiddelen gebeurt:

lactase.

Lactase helpt het lichaam om lactose af te breken.

En juist bij dit enzym bestaat er een bijzonder verschil tussen mensen. Bij sommige volwassenen blijft de productie van lactase relatief hoog, terwijl deze bij anderen na de kinderjaren sterk afneemt.

Wereldwijd is die afname heel normaal.

Dat helpt verklaren waarom de één zonder problemen een groot glas melk drinkt, terwijl een ander na een kleinere hoeveelheid al een opgeblazen of rommelende buik kan krijgen.

Maar hoe werkt dat precies?

Om dat te begrijpen, volgen we eerst die slok melk.

Wat is lactose?

Lactose is een natuurlijke suiker die voorkomt in melk van zoogdieren.

Daarom noemen we lactose ook wel melksuiker.

Lactose bestaat uit twee kleinere suikers die aan elkaar vastzitten:

glucose + galactose

Voordat het lichaam deze suikers kan opnemen, moet de verbinding tussen beide worden verbroken.

En precies daar hebben we lactase voor.

Wat doet lactase?

Lactase is een spijsverteringsenzym dat zich bevindt aan de borstelzoom van de cellen in de dunne darm.

Wanneer lactose uit voeding in de dunne darm aankomt, kan lactase de verbinding tussen glucose en galactose verbreken.

Heel eenvoudig:

lactose → glucose + galactose

Glucose en galactose kunnen vervolgens door de darmwand worden opgenomen.

Je kunt lactase dus zien als een soort moleculair schaartje.

Is er voldoende lactase aanwezig voor de hoeveelheid lactose die binnenkomt, dan kan een groot deel van de lactose worden gesplitst.

Wanneer dat niet gebeurt, kan een deel van de lactose verder reizen naar de dikke darm.

En daar begint een ander proces.

Wat gebeurt er als je weinig lactase maakt?

Wanneer er onvoldoende lactase beschikbaar is om alle lactose af te breken, blijft een deel van de lactose onverteerd.

Deze lactose kan vervolgens in de dikke darm terechtkomen.

Daar bevinden zich grote aantallen darmbacteriën.

Die bacteriën kunnen lactose fermenteren.

Tijdens dit proces kunnen onder andere gassen ontstaan. Daarnaast kan niet-opgenomen lactose ervoor zorgen dat meer water in de darm aanwezig blijft.

Dat kan bijdragen aan klachten zoals een opgeblazen gevoel, winderigheid, rommelende darmen, buikpijn, krampen en dunne ontlasting of diarree.

Hoeveel iemand daarvan merkt, hangt niet alleen af van de hoeveelheid lactase.

Ook de hoeveelheid lactose, de samenstelling van de darmmicrobiota, persoonlijke darmgevoeligheid en andere factoren spelen mee.

Daarom kan de ene persoon met een lage lactaseactiviteit behoorlijk wat klachten ervaren, terwijl iemand anders weinig merkt.

Lage lactaseactiviteit, lactosemalabsorptie en lactose-intolerantie

Deze begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet precies hetzelfde.

Lage lactaseactiviteit betekent dat in de dunne darm minder lactase beschikbaar is.

Lactosemalabsorptie betekent dat niet alle ingenomen lactose in de dunne darm wordt verteerd en opgenomen.

Lactose-intolerantie betekent dat iemand na het eten of drinken van lactose daadwerkelijk klachten ervaart die samenhangen met die malabsorptie.

Je kunt lactose dus minder goed verteren zonder dat je daar automatisch veel last van hebt.

Dat is een belangrijk verschil.

Een test die lactosemalabsorptie laat zien, vertelt namelijk niet precies hoeveel klachten iemand in het dagelijks leven ervaart.

Waarom maken baby's zoveel lactase?

Hier wordt het verhaal van lactase eigenlijk heel mooi.

Voor een baby is melk de belangrijkste voeding.

Moedermelk bevat lactose en een jonge baby moet die melksuiker dus kunnen verwerken.

Daarom is de lactaseactiviteit tijdens de vroege levensfase normaal gesproken hoog.

Naarmate kinderen ouder worden en melk niet langer de enige voedingsbron is, neemt bij een groot deel van de wereldbevolking de lactaseproductie geleidelijk af.

Dat noemen we lactase-non-persistentie.

Hoewel een dalende lactaseproductie soms wordt gezien als iets afwijkends, is dat vanuit de menselijke biologie helemaal niet zo vreemd.

Wereldwijd is het juist heel gebruikelijk.

Waarom kunnen veel Noord-Europeanen wel melk blijven verteren?

Dit brengt ons bij een bijzonder stukje menselijke geschiedenis.

Duizenden jaren geleden begonnen bepaalde menselijke populaties dieren te houden en melk als voedingsmiddel te gebruiken.

Bij sommige populaties verspreidden genetische varianten waardoor de productie van lactase ook na de kinderjaren relatief hoog kon blijven.

Dat noemen we lactasepersistentie.

Het vermogen van volwassenen om verse melk goed te verteren is daarmee een bekend voorbeeld van de wisselwerking tussen cultuur en genetische ontwikkeling.

De gewoonte om melkvee te houden en melk te drinken ontstond naast genetische varianten die het mogelijk maakten om lactose ook op volwassen leeftijd goed te blijven verteren.

Dat helpt verklaren waarom het vermogen om lactose te verteren wereldwijd zo sterk verschilt.

In Noord-Europese populaties komt lactasepersistentie relatief vaak voor. In verschillende andere delen van de wereld komt lactase-non-persistentie juist veel vaker voor.

Geen melk kunnen verteren als volwassene is biologisch gezien dus helemaal niet zo uitzonderlijk als we in Nederland misschien denken.

Kun je tijdelijk minder lactase maken?

Ja.

En dit is een belangrijk onderscheid.

Tot nu toe hadden we het vooral over de genetisch bepaalde afname van lactase na de kinderjaren.

Maar er bestaat ook een secundaire lactasedeficiëntie.

Lactase bevindt zich aan het oppervlak van de dunne darm.

Wanneer het slijmvlies van de dunne darm tijdelijk beschadigd raakt, kan daardoor ook de lactaseactiviteit verminderen.

Dat kan bijvoorbeeld voorkomen bij bepaalde darminfecties of aandoeningen waarbij het slijmvlies van de dunne darm wordt aangetast.

In zo'n situatie ligt het probleem dus niet primair bij de genetische aanleg om lactase te maken.

De verminderde lactaseactiviteit ontstaat als gevolg van iets anders.

Afhankelijk van de oorzaak kan de lactosevertering weer verbeteren wanneer het darmslijmvlies zich herstelt.

Lactose-intolerantie is geen koemelkallergie

Dit is een belangrijk misverstand om uit de wereld te helpen.

Lactose-intolerantie en koemelkallergie zijn twee verschillende dingen.

Bij lactose-intolerantie gaat het om de vertering van lactose, de melksuiker.

Bij koemelkallergie reageert het immuunsysteem op bepaalde eiwitten uit koemelk.

Dat verschil heeft praktische gevolgen.

Een product kan bijvoorbeeld lactosevrij zijn en toch melkeiwitten bevatten.

Voor iemand die lactose moeilijk verteert kan zo'n product geschikt zijn.

Voor iemand met een koemelkallergie kan dat heel anders liggen.

Lactosevrij betekent dus niet automatisch melkvrij.

Betekent lactose-intolerantie dat je helemaal geen zuivel meer kunt eten?

Nee, zeker niet automatisch.

De hoeveelheid lactose die klachten geeft verschilt behoorlijk tussen mensen.

Iemand kan bijvoorbeeld een kleine hoeveelheid melk in de koffie prima verdragen, maar klachten krijgen na een grote milkshake.

De totale hoeveelheid lactose die in één keer wordt gegeten of gedronken speelt daarbij een belangrijke rol.

Ook het soort zuivelproduct maakt verschil.

Niet ieder zuivelproduct bevat evenveel lactose

Lactose-intolerantie is in de praktijk veel minder zwart-wit dan:

ik kan wel of geen zuivel eten.

Melk bevat bijvoorbeeld een relevante hoeveelheid lactose.

Bij het maken van kaas verdwijnt een deel van de lactose met de wei. Tijdens de verdere bereiding en rijping kan de hoeveelheid nog verder afnemen.

Daardoor bevatten veel lang gerijpte harde kazen weinig lactose.

Ook yoghurt is interessant.

De bacteriën die bij fermentatie worden gebruikt kunnen bijdragen aan de afbraak van lactose. Daardoor wordt yoghurt door sommige mensen met lactosemalabsorptie beter verdragen dan een vergelijkbare hoeveelheid lactose uit melk.

Daarnaast bestaan natuurlijk lactosevrije melk, yoghurt en andere lactosevrije zuivelproducten.

Persoonlijke tolerantie blijft daarbij belangrijk.

Hoe wordt lactosevrije melk gemaakt?

Hier komt lactase opnieuw in beeld.

Bij lactosevrije melk wordt meestal lactase aan de melk toegevoegd.

Het enzym doet dan buiten je lichaam alvast wat het normaal gesproken in de dunne darm doet:

lactose → glucose + galactose

De lactose wordt vooraf gesplitst.

Dat verklaart meteen iets wat je misschien weleens hebt geproefd.

Lactosevrije melk kan iets zoeter smaken dan gewone melk.

Dat betekent niet automatisch dat er extra tafelsuiker aan is toegevoegd.

Doordat de lactose is gesplitst in glucose en galactose verandert de zoetbeleving.

Eigenlijk heeft het enzym het voorwerk al gedaan.

Wat doet een lactasetablet?

Een lactasesupplement werkt volgens hetzelfde basisprincipe.

Je levert tijdelijk extra lactase rondom een maaltijd of drankje dat lactose bevat.

Het enzym kan vervolgens helpen lactose af te breken voordat deze onverteerd in de dikke darm terechtkomt.

Voor lactase bestaat in Europa een toegestane gezondheidsclaim dat lactase de lactosevertering verbetert bij personen die lactose moeilijk verteren, wanneer aan de voorwaarden voor het gebruik van deze claim wordt voldaan.

Dat maakt lactase anders dan veel andere enzymensupplementen uit deze kennisbank.

De toepassing is namelijk heel concreet.

Er is lactose en lactase helpt deze lactose te splitsen.

Wanneer neem je lactase?

Timing is bij lactase logisch belangrijk.

Het enzym moet ongeveer op hetzelfde moment aanwezig zijn als de lactose die je wilt helpen afbreken.

Daarom worden lactasetabletten of capsules doorgaans vlak voor of bij de eerste hap of slok van een lactosebevattende maaltijd gebruikt.

Bij een lange maaltijd of meerdere lactosebevattende producten kan het gebruiksadvies van het specifieke supplement relevant zijn.

Het doel blijft steeds hetzelfde:

lactase en lactose moeten elkaar in het spijsverteringskanaal op het juiste moment tegenkomen.

Hoe werken lactasedruppels?

Er bestaan ook lactasedruppels.

Deze kunnen bijvoorbeeld vooraf aan melk worden toegevoegd.

Het enzym krijgt dan tijd om een deel van de lactose al in het voedingsmiddel af te breken.

Dat kan praktisch zijn wanneer iemand regelmatig dezelfde melk gebruikt.

Er zijn dus eigenlijk twee eenvoudige mogelijkheden.

Je kunt lactase vooraf aan een voedingsmiddel toevoegen, zodat het enzym alvast een deel van de lactose afbreekt.

Of je neemt lactase rond het moment waarop je de lactose eet of drinkt.

Het basisprincipe verandert niet.

Hoeveel lactase heb je nodig?

Hier komen we opnieuw bij de enzymactiviteit.

Bij een lactasesupplement is alleen het aantal milligrammen niet de interessantste informatie.

Je wilt vooral weten hoeveel enzymactiviteit het product levert.

Op supplementen kun je bijvoorbeeld activiteitseenheden tegenkomen die informatie geven over de werking van het lactasepreparaat onder gestandaardiseerde testomstandigheden.

Het principe is hetzelfde als bij de andere enzymen uit deze kennisbank:

milligram zegt iets over de hoeveelheid materiaal

en:

activiteitseenheden zeggen iets over de gemeten enzymactiviteit.

Bij lactase is die activiteit belangrijke informatie wanneer je verschillende producten met elkaar vergelijkt.

Is meer lactase altijd beter?

Niet per se.

Hoeveel enzymactiviteit praktisch nodig is, hangt onder andere samen met hoeveel lactose je eet of drinkt, hoeveel lactase je zelf nog produceert, je persoonlijke tolerantie, het gebruikte product en het moment van innemen.

Een klein scheutje melk in de koffie levert bijvoorbeeld een andere hoeveelheid lactose dan een groot glas melk met daarna een portie roomijs.

Daarom bestaat er niet één hoeveelheid lactase die voor iedere maaltijd en iedere persoon perfect is.

De gebruiksaanwijzing van het specifieke product is een praktisch uitgangspunt.

Daarna blijft persoonlijke ervaring belangrijk.

Waarom werkt lactase bij de één beter dan bij de ander?

Stel dat twee mensen precies dezelfde lactasecapsule gebruiken.

De eerste eet een klein dessert met weinig lactose.

De tweede drinkt een grote milkshake.

Hetzelfde enzympreparaat krijgt dan een heel andere hoeveelheid lactose te verwerken.

Daarnaast verschillen mensen in hun eigen resterende lactaseactiviteit, darmmicrobiota en gevoeligheid voor gasvorming en uitrekking van de darm.

Daarom is lactose-intolerantie geen eenvoudige aan-uitknop.

Je kunt het beter zien als een samenspel tussen:

de hoeveelheid lactose, de beschikbare lactase en persoonlijke gevoeligheid.

Kun je testen op lactose-intolerantie?

Wanneer iemand regelmatig klachten krijgt na zuivel, is het verleidelijk om meteen te denken:

ik ben lactose-intolerant.

Maar buikklachten kunnen veel verschillende oorzaken hebben.

Bij verdenking op lactosemalabsorptie kan bijvoorbeeld een waterstofademtest worden gebruikt.

Daarbij wordt gekeken naar de hoeveelheid waterstof in de uitgeademde lucht nadat iemand lactose heeft ingenomen.

Wanneer lactose onvoldoende in de dunne darm wordt verteerd en vervolgens door bacteriën in de dikke darm wordt gefermenteerd, kunnen daarbij gassen ontstaan. Een deel daarvan kan via het bloed in de uitgeademde lucht terechtkomen.

Zo kan de test indirect informatie geven over de verwerking van lactose.

De uitslag moet wel altijd in samenhang met de klachten worden bekeken.

Moet je bij klachten meteen alle zuivel schrappen?

Dat zou ik niet automatisch doen.

Niet ieder zuivelproduct bevat dezelfde hoeveelheid lactose en mensen verschillen sterk in hun persoonlijke tolerantie.

Daarnaast kan zuivel verschillende voedingsstoffen leveren, waaronder eiwit, calcium, vitamine B2 en vitamine B12.

Wanneer je alle zuivel langdurig weglaat, is het daarom verstandig om te kijken hoe je deze voedingsstoffen op een andere manier voldoende binnenkrijgt.

Voor veel mensen met lactose-intolerantie is het praktischer om te ontdekken welke hoeveelheid en welke producten persoonlijk goed worden verdragen dan automatisch alle zuivel te vermijden.

Lactosevrije varianten kunnen daarbij een praktische mogelijkheid zijn.

Waar let ik op bij een lactasesupplement?

Bij lactase is het gelukkig een stuk eenvoudiger dan bij veel andere supplementen.

Ik kijk in de eerste plaats naar de enzymactiviteit. Wordt duidelijk aangegeven hoeveel lactaseactiviteit het product levert?

Daarna kijk ik naar de dosering. Hoeveel tabletten, capsules of druppels horen volgens de fabrikant bij een lactosebevattende maaltijd?

Ook het gebruiksmoment is belangrijk. Lactase heeft vooral praktisch nut wanneer het enzym aanwezig is op het moment dat ook de lactose in het spijsverteringskanaal terechtkomt.

De vorm kan eveneens verschil maken. Een capsule, kauwtablet of druppels kunnen ieder hun eigen praktische voordelen hebben.

Tot slot kijk ik naar de overige ingrediënten, zeker wanneer iemand ook allergieën of andere voedselovergevoeligheden heeft.

En uiteindelijk blijft één vraag heel praktisch:

past deze hoeveelheid lactase bij de hoeveelheid lactose die jij daadwerkelijk eet of drinkt?

Heeft iedereen met buikklachten na zuivel lactase nodig?

Nee.

Zuivel bestaat uit veel meer dan alleen lactose en buikklachten kunnen verschillende oorzaken hebben.

Wanneer klachten nieuw zijn, ernstig worden, langdurig aanhouden of samengaan met bijvoorbeeld onverklaard gewichtsverlies, bloedverlies, koorts of andere opvallende verschijnselen, is het verstandig om dit medisch te laten beoordelen.

Een lactasesupplement kan praktisch zijn wanneer lactose daadwerkelijk het probleem is.

Maar een supplement moet niet voorkomen dat naar de oorzaak van aanhoudende klachten wordt gekeken.

Veelgestelde vragen over lactase

Wat is lactase?

Lactase is een enzym in de dunne darm dat lactose splitst in de kleinere suikers glucose en galactose, zodat deze vervolgens kunnen worden opgenomen.

Wat is lactose?

Lactose is de natuurlijke melksuiker die voorkomt in melk van zoogdieren.

Waarom kan de één wel tegen melk en de ander niet?

Een belangrijke factor is hoeveel lactase iemand na de kinderjaren blijft produceren. Daarnaast spelen de hoeveelheid lactose, darmmicrobiota en persoonlijke darmgevoeligheid een rol.

Is weinig lactase een afwijking?

Niet automatisch. Bij een groot deel van de wereldbevolking neemt de lactaseproductie na de kinderjaren van nature af. Het blijven produceren van relatief veel lactase op volwassen leeftijd wordt lactasepersistentie genoemd.

Is lactose-intolerantie hetzelfde als koemelkallergie?

Nee. Lactose-intolerantie heeft te maken met de vertering van melksuiker. Bij koemelkallergie reageert het immuunsysteem op melkeiwitten.

Kun je nog zuivel eten als je lactose-intolerant bent?

Vaak wel. De persoonlijke tolerantie verschilt en sommige zuivelproducten bevatten weinig lactose. Volledige vermijding is daarom niet voor iedereen nodig.

Wat doet een lactasetablet?

Een lactasetablet levert tijdelijk extra lactase om lactose uit een maaltijd te helpen splitsen.

Wanneer neem je lactase?

Meestal vlak voor of bij de eerste hap of slok van een lactosebevattende maaltijd. Volg daarbij het gebruiksadvies van het specifieke product.

Is meer milligram lactase beter?

Niet automatisch. Bij enzymen is vooral de enzymactiviteit relevant. Daarom is het nuttiger om naar de aangegeven activiteitseenheden te kijken dan alleen naar het aantal milligrammen.

Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?

Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.

Merk je dat bepaalde voedingsmiddelen niet prettig vallen of twijfel je of een enzympreparaat iets toevoegt? Dan kan ik met je meekijken naar je voedingspatroon, de samenstelling van een supplement en praktische mogelijkheden die bij jouw situatie passen.

Bij aanhoudende, ernstige of onverklaarde darmklachten blijft medische beoordeling belangrijk.

Neem contact met mij op →

Tot slot

Lactase is misschien minder exotisch dan een enzym uit ananas, papaja of gefermenteerde Japanse soja.

Maar biologisch gezien vind ik het minstens zo interessant.

Het verhaal begint namelijk al heel vroeg in ons leven.

Als baby beschikken we normaal gesproken over veel lactase omdat melk onze belangrijkste voeding is. Later neemt die productie bij veel mensen van nature af. Bij anderen blijft de productie relatief hoog door genetische varianten die zich gedurende de menselijke geschiedenis hebben verspreid.

Uiteindelijk draait het allemaal om één eenvoudige reactie:

lactose → glucose + galactose

Wanneer voldoende lactase beschikbaar is, kan lactose in de dunne darm worden gesplitst.

Wanneer een deel van de lactose niet wordt afgebroken, kan deze in de dikke darm terechtkomen. Daar gaan darmbacteriën ermee aan de slag en kunnen klachten ontstaan.

Dat maakt ook meteen duidelijk waarom een lactasesupplement anders is dan veel andere supplementen.

We weten wat het enzym is, waar het normaal werkt en welk molecuul het helpt afbreken.

Een lactaseproduct levert tijdelijk extra enzymactiviteit rondom een lactosebevattende maaltijd.

Niet iedereen heeft dat nodig.

Niet iedereen heeft dezelfde hoeveelheid nodig.

En lactose-intolerantie betekent zeker niet automatisch dat alle zuivel voorgoed van het menu moet verdwijnen.

Juist door te begrijpen wat lactase doet, wordt het vaak een stuk eenvoudiger om te ontdekken wat persoonlijk wel en niet goed past.

In de volgende blog blijven we bij de spijsvertering, maar gaan we van melksuiker naar vetten.

Dan kijken we naar lipase, het enzym dat helpt om voedingsvetten af te breken zodat het lichaam de afzonderlijke vetzuren kan opnemen.