Zink, selenium en mannelijk welzijn

Zink en selenium worden vaak samen genoemd in supplementen voor mannen. Op verpakkingen staan termen als testosteron, vruchtbaarheid, prostaat en mannelijke vitaliteit.

Daardoor kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat extra zink of selenium automatisch goed is voor testosteron of de prostaat.

Zo eenvoudig werkt het niet.

Zink en selenium zijn essentiële spoorelementen. Het lichaam heeft er maar kleine hoeveelheden van nodig, maar zonder deze mineralen kunnen bepaalde enzymen en eiwitten hun werk niet goed doen.

Het belangrijkste verschil om te onthouden is:

voldoende is noodzakelijk, maar méér is niet automatisch beter.

Wat is zink?

Zink is een mineraal dat het lichaam niet zelf kan maken.

Het wordt ingebouwd in of gebruikt door honderden eiwitten en enzymen. Daardoor is zink betrokken bij heel verschillende processen, waaronder:

  • celdeling;

  • DNA- en eiwitsynthese;

  • immuunfunctie;

  • wondgenezing;

  • vruchtbaarheid en voortplanting;

  • bescherming tegen oxidatieve stress;

  • het behoud van normale testosterongehalten.

Dat klinkt als een enorme verzameling losse functies, maar er zit een logica achter.

Zink helpt eiwitten hun werk te doen

Enzymen kun je zien als kleine biologische gereedschappen.

Ze zorgen ervoor dat chemische reacties in het lichaam snel en gecontroleerd kunnen plaatsvinden.

Sommige van deze enzymen kunnen alleen goed functioneren wanneer zink aanwezig is.

Zink kan daarnaast helpen om de vorm van bepaalde eiwitten te stabiliseren. Daardoor kunnen deze eiwitten bijvoorbeeld DNA herkennen of processen in een cel aan- en uitzetten.

Zink is dus niet zozeer één stof die één taak uitvoert.

Het is eerder een hulpmiddel dat op heel veel verschillende plaatsen nodig is.

Wat heeft zink met testosteron te maken?

Zink draagt bij aan het behoud van normale testosterongehalten in het bloed.

Maar dat wordt regelmatig verkeerd geïnterpreteerd.

Het betekent niet:

meer zink → meer testosteron.

Wanneer iemand een zinktekort heeft, kunnen lichaamsprocessen waarbij zink nodig is minder goed verlopen. Het herstellen van zo'n tekort is dan belangrijk.

Maar bij iemand die al voldoende zink binnenkrijgt, is er geen goede reden om te verwachten dat steeds hogere hoeveelheden zink de testosteronspiegel steeds verder verhogen.

Zie het als olie in een motor.

Met te weinig olie kan de motor niet goed functioneren. Maar wanneer er precies genoeg olie in zit, gaat de motor niet twee keer zo hard rijden omdat je er nog een paar liter bij giet.

Waarom zit er zoveel zink in de prostaat?

Dit is een bijzonder aspect van zink.

Gezond prostaatweefsel kan zeer hoge concentraties zink bevatten in vergelijking met veel andere weefsels.

De prostaat neemt zink actief op en gebruikt het onder andere binnen de stofwisseling van prostaatcellen en bij de productie en samenstelling van prostaatvocht.

Dat maakt zink biologisch interessant voor de prostaat.

Maar ook hier moeten we twee dingen uit elkaar houden:

de prostaat heeft zink nodig

is niet hetzelfde als:

een hoge dosis zinksupplement beschermt tegen prostaatproblemen.

Dat tweede kun je uit de hoge zinkconcentratie van de prostaat niet concluderen.

Wat is selenium?

Selenium is eveneens een essentieel spoorelement.

Het bijzondere aan selenium is dat het lichaam selenium inbouwt in bepaalde eiwitten.

Deze worden selenoproteïnen genoemd.

Je kunt selenium dus zien als een klein onderdeel dat sommige eiwitten nodig hebben om hun specifieke functie te kunnen uitvoeren.

Deze selenoproteïnen zijn onder andere betrokken bij:

  • bescherming tegen oxidatieve schade;

  • schildklierhormonen;

  • immuunfunctie;

  • voortplanting.

En daarmee komen we bij een belangrijk begrip: oxidatieve stress.

Wat is oxidatieve stress?

Tijdens de normale stofwisseling ontstaan voortdurend reactieve moleculen.

Vaak worden deze voor het gemak vrije radicalen genoemd.

Dat is niet per definitie slecht. Het lichaam maakt zelf gebruik van reactieve moleculen, bijvoorbeeld bij bepaalde afweerprocessen.

Maar wanneer de productie groter wordt dan wat het lichaam kan neutraliseren en herstellen, kan er schade ontstaan aan bijvoorbeeld:

  • vetten in celmembranen;

  • eiwitten;

  • DNA.

Die verstoring noemen we oxidatieve stress.

Het lichaam beschikt daarom over eigen verdedigingssystemen.

En daar speelt selenium een rol.

Wat doet glutathionperoxidase?

Een bekend voorbeeld is glutathionperoxidase.

Dit is niet één enkel antioxidant dat ergens door het lichaam zweeft, maar een familie van seleniumbevattende enzymen.

Deze enzymen helpen bepaalde schadelijke peroxiden onschadelijk te maken.

Je kunt het enigszins zien als een opruimploeg.

Tijdens normale celprocessen ontstaan reactieve stoffen. Glutathionperoxidase helpt een deel daarvan om te zetten in minder reactieve verbindingen voordat ze schade kunnen veroorzaken.

Selenium is nodig om verschillende van deze enzymen goed te laten functioneren.

Daarom draagt selenium bij aan de bescherming van cellen tegen oxidatieve stress.

Waarom is selenium interessant voor mannen?

Een belangrijke reden is de voortplanting.

Selenium draagt bij aan een normale vorming van zaadcellen.

Zaadcellen zijn bijzonder kwetsbaar voor oxidatieve schade. Hun celmembranen bevatten veel vetzuren die gevoelig zijn voor oxidatie.

Seleniumafhankelijke enzymen helpen onderdeel te vormen van de bescherming daartegen.

Daarnaast zijn bepaalde selenoproteïnen betrokken bij de ontwikkeling en functie van zaadcellen.

Dat verklaart waarom selenium regelmatig wordt onderzocht in relatie tot mannelijke vruchtbaarheid.

Maar opnieuw geldt:

voldoende selenium is belangrijk voor een normale functie; extra selenium maakt gezonde zaadcellen niet automatisch steeds beter.

Selenium doet nog iets heel anders: schildklierhormonen

De schildklier maakt voornamelijk de hormonen T4 en T3.

T4 kun je enigszins zien als een voorloper. T3 is biologisch actiever.

Voor het omzetten van schildklierhormonen gebruikt het lichaam enzymen die dejodinasen worden genoemd.

Deze enzymen behoren eveneens tot de selenoproteïnen.

Selenium is daardoor betrokken bij de normale schildklierfunctie.

Dat is interessant omdat schildklierhormonen invloed hebben op onder andere:

  • energieverbruik;

  • warmteproductie;

  • stofwisseling.

Maar ook hier geldt dat vermoeidheid of een trage stofwisseling niet automatisch betekent dat iemand selenium nodig heeft.

Waar haal je zink uit?

Goede bronnen van zink zijn onder andere:

  • oesters en andere schaal- en schelpdieren;

  • vlees;

  • gevogelte;

  • zuivel;

  • eieren;

  • peulvruchten;

  • noten en zaden;

  • volkorenproducten.

Zink uit dierlijke voedingsmiddelen wordt doorgaans relatief goed opgenomen.

Plantaardige voedingsmiddelen kunnen fytinezuur bevatten. Dat kan zink in de darm binden, waardoor een deel minder gemakkelijk wordt opgenomen.

Dat betekent niet dat je uit plantaardige voeding geen zink kunt halen, maar de biologische beschikbaarheid kan verschillen.

Waar haal je selenium uit?

Selenium zit onder andere in:

  • vis;

  • schaal- en schelpdieren;

  • vlees;

  • gevogelte;

  • eieren;

  • zuivel;

  • granen;

  • noten.

Bij plantaardige voeding kan het seleniumgehalte sterk variëren.

Een plant kan immers alleen selenium opnemen wanneer dit in de bodem beschikbaar is.

Daarom kunnen dezelfde soorten voedingsmiddelen uit verschillende gebieden behoorlijk verschillende hoeveelheden selenium bevatten.

En paranoten dan?

Paranoten staan bekend als een zeer rijke bron van selenium.

Maar juist daarbij geldt dat meer niet beter is.

De hoeveelheid selenium per paranoot kan sterk variëren afhankelijk van onder andere de bodem waarop de boom groeide.

Een handvol paranoten iedere dag gebruiken alsof het een onschuldig seleniumsupplement is, is daarom geen bijzonder nauwkeurige manier om selenium te doseren.

Wanneer kan te weinig zink ontstaan?

Een onvoldoende zinkstatus kan verschillende oorzaken hebben.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een zeer eenzijdig voedingspatroon;

  • langdurig lage inname;

  • problemen met opname in de darm;

  • bepaalde chronische aandoeningen;

  • een sterk plantaardig voedingspatroon met een lage beschikbaarheid van zink.

Een werkelijk tekort kan zich op verschillende manieren uiten, maar zulke klachten zijn meestal niet specifiek genoeg om zelf de diagnose 'zinktekort' te stellen.

En wanneer kan selenium te laag zijn?

Een ernstig seleniumtekort komt bij een gevarieerd voedingspatroon in Nederland niet zomaar bij iedereen voor.

De seleniuminname wordt onder andere bepaald door:

  • voedingskeuzes;

  • herkomst van voedingsmiddelen;

  • bodemgehalte;

  • eventuele opnameproblemen.

Ook hierbij is het onverstandig om algemene klachten zoals vermoeidheid automatisch aan selenium toe te schrijven.

Kun je ook te veel zink nemen?

Ja.

Dat is een belangrijk punt dat bij supplementen nogal eens wordt vergeten.

Langdurig hoge hoeveelheden zink kunnen de opname en stofwisseling van koper verstoren.

Daardoor kan uiteindelijk zelfs een kopertekort ontstaan.

Dat kan onder andere gevolgen hebben voor de bloedaanmaak en het zenuwstelsel.

Hoge doses zink kunnen daarnaast bijvoorbeeld misselijkheid en maag-darmklachten veroorzaken.

Een hoge dosering langdurig gebruiken 'voor testosteron' is daarom geen onschuldige strategie.

En te veel selenium?

Ook selenium kun je te veel binnenkrijgen.

Langdurig te hoge innames kunnen leiden tot selenose, oftewel seleniumvergiftiging.

Mogelijke verschijnselen zijn onder andere:

  • haaruitval;

  • broze of afwijkende nagels;

  • maag-darmklachten;

  • vermoeidheid;

  • neurologische klachten;

  • een kenmerkende knoflookachtige ademgeur.

Dat laat mooi zien waarom essentieel niet hetzelfde betekent als hoe meer, hoe gezonder.

Het lichaam heeft selenium nodig binnen een bepaalde bandbreedte.

Te weinig is ongunstig.

Te veel eveneens.

Hoeveel heb je eigenlijk nodig?

Voor zink en selenium praten we over relatief kleine hoeveelheden.

De exacte aanbevolen hoeveelheid hangt onder andere af van leeftijd, geslacht en de gebruikte voedingsreferentiewaarden.

Daarom is het bij supplementen belangrijk om niet alleen te kijken naar:

“zit er zink en selenium in?”

maar vooral naar:

“hoeveel krijg ik totaal binnen?”

Dat is extra belangrijk wanneer meerdere supplementen worden gecombineerd.

Een multivitamine, mannenformule en los zink- of seleniumproduct kunnen namelijk allemaal dezelfde mineralen bevatten.

De totale dagelijkse inname kan dan ongemerkt behoorlijk oplopen.

Welke supplementvorm is het beste?

Bij zinksupplementen kom je bijvoorbeeld tegen:

  • zinkcitraat;

  • zinkgluconaat;

  • zinkbisglycinaat;

  • zinkpicolinaat.

Bij selenium zijn onder andere:

  • L-selenomethionine;

  • natriumseleniet

gebruikelijk.

Er bestaan verschillen in opname en stofwisseling tussen verbindingen.

Maar voor de gemiddelde gebruiker is de belangrijkste vraag meestal niet of op het etiket bisglycinaat, picolinaat of selenomethionine staat.

Veel belangrijker zijn:

Heb ik suppletie nodig? Hoeveel bevat het product? Hoeveel krijg ik uit andere supplementen? En gebruik ik het langdurig?

Een goed opneembare vorm maakt een onnodig hoge dosering immers niet verstandiger.

Zink en selenium zijn geen testosteronboosters

Dit verdient binnen mannengezondheid een eigen kopje.

Zink draagt bij aan het behoud van normale testosterongehalten.

Selenium draagt bij aan een normale vorming van zaadcellen.

Dat zijn relevante functies.

Maar daaruit volgt niet dat iedere gezonde man meer testosteron, meer libido of een betere vruchtbaarheid krijgt door hoge doseringen zink en selenium te slikken.

Wanneer er voldoende beschikbaar is, kan extra inname weinig toevoegen en bij te hoge innames zelfs nadelig worden.

Bij klachten zoals verminderd libido, vermoeidheid, vruchtbaarheidsproblemen of vermoedelijk laag testosteron is het daarom verstandiger om naar de oorzaak te kijken dan automatisch naar een potje zink te grijpen.

De orthomoleculaire visie

Binnen een orthomoleculaire benadering kunnen zink en selenium relevante voedingsstoffen zijn.

Maar het uitgangspunt zou niet moeten zijn:

mannen hebben zink en selenium nodig, dus een supplement is goed voor mannen.

De betere vragen zijn:

  • Hoe ziet het voedingspatroon eruit?

  • Zijn er aanwijzingen voor een onvoldoende inname?

  • Zijn er omstandigheden waardoor de behoefte of opname kan veranderen?

  • Worden er al supplementen gebruikt?

  • Hoe hoog wordt de totale inname?

  • Welke klacht probeert iemand eigenlijk op te lossen?

Daarmee voorkom je dat een essentiële voedingsstof wordt behandeld alsof het een geneesmiddel tegen 'lage mannelijke vitaliteit' is.

Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?

Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.

Heb je na het lezen van deze blog vragen of wil je meer overzicht in jouw situatie? Dan kun je gerust contact met mij opnemen.

Neem contact met mij op →

Conclusie

Zink en selenium zijn beide essentieel, maar ze doen heel verschillende dingen.

Zink helpt honderden enzymen en eiwitten functioneren en is onder andere nodig voor celdeling, eiwitsynthese, immuunfunctie en het behoud van normale testosterongehalten. De prostaat bevat bovendien opvallend veel zink en gebruikt het binnen zijn normale stofwisseling.

Selenium wordt ingebouwd in selenoproteïnen. Die zijn onder andere betrokken bij antioxidatieve bescherming, schildklierhormonen en de vorming en functie van zaadcellen.

Daarmee zijn beide mineralen relevant binnen mannengezondheid.

Maar misschien is de belangrijkste boodschap juist:

een tekort voorkomen is belangrijk; een overschot creëren levert niet automatisch extra gezondheidswinst op.

Zink en selenium zijn geen simpele testosteronboosters of wondermiddelen voor de prostaat. Ze zijn kleine, essentiële onderdelen van veel grotere biologische systemen.

En juist omdat het lichaam er maar kleine hoeveelheden van nodig heeft, verdient bij supplementgebruik niet alleen de vorm maar vooral de dosering aandacht.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.