Weerstand ondersteunen: de basis

Weerstand ondersteunen: wat betekent dat eigenlijk?

Zodra de herfst begint, verschijnen de potjes vitamine C, vitamine D en zink weer op tafel. We spreken over een lage weerstand, willen onze weerstand verhogen en zoeken naar voedingsmiddelen of supplementen die het immuunsysteem kunnen ondersteunen.

Maar wat is weerstand eigenlijk?

Je weerstand is niet één voorraadje dat langzaam leegloopt en dat je met een supplement weer kunt aanvullen. Achter het woord weerstand gaat een bijzonder uitgebreid verdedigingssysteem schuil: het immuunsysteem.

Dat systeem is dag en nacht actief. Niet alleen wanneer je verkouden bent en ook niet alleen in de winter. Je huid, slijmvliezen, immuuncellen, antistoffen, lymfeklieren, darmen en allerlei signaalstoffen werken voortdurend samen.

En misschien nog belangrijker: een goed werkend immuunsysteem moet niet alleen kunnen reageren. Het moet ook weten wanneer het juist níét hoeft te reageren en wanneer een reactie weer mag stoppen.

Daarom vind ik “hoe krijg ik een zo sterk mogelijke weerstand?” eigenlijk niet de interessantste vraag.

Een betere vraag is:

wat heeft mijn immuunsysteem nodig om normaal en evenwichtig te kunnen functioneren?

Daar begint deze reeks over weerstand.

Weerstand en immuunsysteem: is dat hetzelfde?

In het dagelijks taalgebruik gebruiken we het woord weerstand meestal voor het vermogen van het lichaam om zich tegen ziekteverwekkers te beschermen.

Het immuunsysteem is het biologische systeem dat daar voor een belangrijk deel achter zit.

En dat systeem is veel uitgebreider dan alleen witte bloedcellen.

Het bestaat onder andere uit:

  • de huid en slijmvliezen;

  • verschillende soorten immuuncellen;

  • antistoffen;

  • signaalstoffen;

  • lymfevaten en lymfeklieren;

  • beenmerg;

  • thymus;

  • milt;

  • immuunweefsel rondom onder andere de darm.

Samen proberen deze onderdelen voortdurend onderscheid te maken tussen wat bij het lichaam hoort en wat mogelijk aandacht nodig heeft.

Dat gebeurt meestal zonder dat je daar ook maar iets van merkt.

Je verdediging begint al vóór een ziekteverwekker binnenkomt

Wanneer we aan het immuunsysteem denken, denken we vaak meteen aan immuuncellen die een virus of bacterie aanvallen.

Maar de eerste vorm van bescherming is veel eenvoudiger:

zorgen dat ongewenste micro-organismen überhaupt moeilijk binnen kunnen komen.

Je huid vormt bijvoorbeeld letterlijk een fysieke grens met de buitenwereld.

Ook je neus, mond, luchtwegen en darmen zijn bekleed met slijmvliezen. Slijm kan deeltjes en micro-organismen vasthouden. In de luchtwegen helpen kleine trilhaartjes om materiaal weer naar buiten te verplaatsen.

Ook maagzuur vormt een barrière. Veel micro-organismen kunnen slecht tegen de zure omstandigheden in de maag.

En dan is er nog de darmwand, die tegelijkertijd twee tegengestelde taken heeft.

Hij moet voedingsstoffen uit je eten kunnen opnemen, maar tegelijkertijd een grens vormen tussen de inhoud van je darm en de rest van je lichaam.

Je weerstand begint dus niet pas wanneer een immuuncel in actie komt.

De buitenste en binnenste barrières van je lichaam zijn onderdeel van de verdediging.

Wat gebeurt er als iets toch binnenkomt?

Dan beschikt het lichaam over een snelle vorm van afweer: het aangeboren immuunsysteem.

Dit systeem is vanaf de geboorte aanwezig en kan snel reageren op algemene kenmerken die bij mogelijke ziekteverwekkers horen.

Daarbij zijn verschillende immuuncellen betrokken. Sommige kunnen binnendringers herkennen en opnemen, andere helpen een ontstekingsreactie op gang te brengen of waarschuwen andere onderdelen van het immuunsysteem.

Een ontstekingsreactie klinkt misschien negatief, maar ontsteking is op zichzelf niet verkeerd.

Het is een normaal biologisch hulpmiddel.

Wanneer je bijvoorbeeld een wondje hebt, moet het lichaam snel reageren. Bloedvaten veranderen, afweercellen worden aangetrokken en er worden allerlei signaalstoffen geproduceerd.

Het doel is niet om het lichaam permanent in een staat van ontsteking te houden.

Het doel is:

reageren wanneer dat nodig is en daarna weer tot rust komen.

Dat laatste is minstens zo belangrijk.

En dan is er een tweede, veel specifiekere verdediging

Naast de aangeboren afweer hebben we de verworven of adaptieve afweer.

Hierbij spelen onder andere B-cellen en T-cellen een belangrijke rol.

Deze afweer is specifieker. Het immuunsysteem kan bepaalde kenmerken van een ziekteverwekker leren herkennen en daarop gericht reageren.

B-cellen kunnen zich ontwikkelen tot cellen die antistoffen produceren. T-cellen hebben verschillende taken, waaronder het herkennen van geïnfecteerde cellen en het coördineren van immuunreacties.

Een bijzonder kenmerk van dit systeem is het immunologisch geheugen.

Na contact met bepaalde ziekteverwekkers kunnen geheugencellen achterblijven. Wanneer het lichaam later opnieuw met dezelfde ziekteverwekker in aanraking komt, kan het immuunsysteem daardoor sneller reageren.

Dat principe ligt ook aan de basis van vaccinatie.

Je weerstand bestaat dus niet uit één verdedigingsmuur.

Het lijkt meer op verschillende beveiligingslagen die elkaar aanvullen:

barrières → snelle aangeboren afweer → specifieke verworven afweer → immunologisch geheugen

Een ‘sterker’ immuunsysteem is niet automatisch beter

Dit vind ik een belangrijk onderscheid.

In reclame wordt soms gesproken over het boosten van de weerstand, alsof het immuunsysteem een volumeknop heeft die we zo hoog mogelijk moeten zetten.

Zo werkt het lichaam niet.

Een immuunreactie moet passend zijn bij de situatie.

Te weinig reactie kan ongunstig zijn, maar een overmatige of verkeerd gerichte immuunreactie is ook niet wenselijk. Bij allergieën reageert het immuunsysteem bijvoorbeeld op stoffen die voor de meeste mensen onschuldig zijn. Bij auto-immuunziekten zijn immuunreacties gericht tegen lichaamseigen structuren.

Daarom spreek ik liever over het ondersteunen van de normale werking van het immuunsysteem dan over het “boosten” ervan.

Het doel is geen immuunsysteem dat voortdurend op volle kracht draait.

Het doel is een systeem dat zo goed mogelijk kan herkennen, reageren, reguleren en weer tot rust komen.

Wat heeft voeding daarmee te maken?

Immuuncellen zijn levende cellen.

Ze moeten worden opgebouwd, delen, communiceren en allerlei stoffen produceren. Daarvoor zijn energie en voedingsstoffen nodig.

Dat verklaart waarom een volwaardig voedingspatroon onderdeel is van een goede basis voor het immuunsysteem.

Eiwitten leveren bijvoorbeeld aminozuren die het lichaam als bouwstenen gebruikt.

Vitamines en mineralen zijn betrokken bij allerlei cellulaire en enzymatische processen.

Groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten, zaden, vis, eieren en andere volwaardige voedingsmiddelen leveren ieder weer andere voedingsstoffen.

Er bestaat daarom niet één weerstandsvoedingsmiddel.

Het totaalplaatje telt.

Waarom hoor je dan zoveel over vitamine D, C en zink?

Omdat bepaalde micronutriënten daadwerkelijk een rol spelen in de normale werking van het immuunsysteem.

Daaronder vallen bijvoorbeeld:

vitamine D, vitamine C, zink, selenium, vitamine A, vitamine B6, folaat en vitamine B12.

Dat betekent echter niet dat steeds méér van een voedingsstof automatisch steeds méér weerstand geeft.

Vooral wanneer iemand al voldoende binnenkrijgt, levert een hoge extra hoeveelheid niet vanzelf een beter functionerend immuunsysteem op.

Een tekort voorkomen of corrigeren is iets anders dan zonder aanleiding hoge doseringen gebruiken.

Daarom krijgen vitamine D, zink en vitamine C binnen deze reeks ieder hun eigen artikel. Dan kunnen we veel beter kijken naar wat ze daadwerkelijk doen, waar ze in voeding voorkomen, wanneer een tekort kan ontstaan en wanneer supplementen relevant kunnen zijn.

En wat hebben de darmen met weerstand te maken?

Best veel.

De darm is een enorme grens tussen de buitenwereld en de binnenkant van het lichaam.

Iedere dag komt daar voeding langs, maar ook bacteriën en allerlei andere stoffen. Het immuunsysteem moet daar voortdurend beoordelen waarop wel en niet gereageerd hoeft te worden.

In en rond het darmweefsel bevinden zich daarom veel immuuncellen.

Daarnaast leeft in de darm een grote gemeenschap van micro-organismen: het darmmicrobioom.

De relatie tussen darmmicrobioom, darmbarrière en immuunsysteem is een belangrijk onderzoeksgebied. Darmbacteriën kunnen bijvoorbeeld voedingsbestanddelen omzetten in metabolieten die vervolgens contact hebben met darm- en immuuncellen.

Dat betekent niet dat één probioticum je weerstand “repareert”.

Het laat vooral zien hoe nauw voeding, darmomgeving en immuunfunctie met elkaar verbonden zijn.

Vezels horen daarom ook bij het verhaal

Vezels zijn interessant omdat sommige soorten door darmbacteriën kunnen worden gefermenteerd.

Daarbij kunnen onder andere korteketenvetzuren, zoals butyraat, ontstaan.

Die stoffen worden onderzocht vanwege hun rol binnen de darmomgeving, darmbarrière en communicatie met het immuunsysteem.

Daarom kijk ik bij weerstand niet alleen naar potjes vitamine C en zink.

Ook iets ogenschijnlijk eenvoudigs als voldoende:

  • groenten;

  • fruit;

  • peulvruchten;

  • volkoren granen;

  • noten;

  • zaden

hoort bij de basis.

Slaap is geen luxe voor je immuunsysteem

Een paar nachten slecht slapen betekent natuurlijk niet meteen dat je weerstand “weg” is.

Maar slaap en immuunfunctie beïnvloeden elkaar wel.

Tijdens slaap veranderen onder andere hormonen, signaalstoffen en immuunprocessen. Onderzoek laat zien dat langdurig onvoldoende of verstoord slapen samenhangt met veranderingen in verschillende onderdelen van de immuunfunctie.

Daarom hoort slaap voor mij net zo goed bij een gesprek over weerstand als voeding.

Een supplement kan een structureel slaaptekort niet wegpoetsen.

Hetzelfde geldt voor langdurige stress

Kortdurende stress is een normale reactie van het lichaam.

Wanneer je plotseling moet reageren op gevaar of een moeilijke situatie, is het juist nuttig dat het lichaam snel kan schakelen.

Maar chronische stress is iets anders.

Wanneer stresssystemen langdurig geactiveerd blijven, kunnen onder andere stresshormonen en immuunprocessen elkaar beïnvloeden.

Daarom is herstel geen luxe.

Rust, ontspanning, voldoende slaap, bewegen en momenten waarop je zenuwstelsel niet voortdurend “aan” hoeft te staan, horen allemaal bij de bredere basis.

Bewegen helpt, maar meer is niet altijd beter

Ook beweging heeft een relatie met het immuunsysteem.

Regelmatige matige beweging past binnen een gezonde leefstijl en hangt samen met verschillende gunstige gezondheidseffecten.

Je hoeft daarvoor niet iedere dag intensief te sporten.

Wandelen, fietsen, krachttraining, tuinieren en regelmatig uit je stoel komen tellen allemaal mee.

Tegelijkertijd heeft het lichaam na zware inspanning ook herstel, voeding en slaap nodig.

Opnieuw zien we dus hetzelfde principe:

balans is belangrijker dan zoveel mogelijk.

Kun je voorkomen dat je ooit verkouden wordt?

Nee.

Zelfs met een uitstekend voedingspatroon, voldoende slaap en veel aandacht voor leefstijl kun je in aanraking komen met virussen en ziek worden.

Dat betekent niet automatisch dat je iets verkeerd hebt gedaan of dat je “weerstand slecht” is.

Het immuunsysteem is geen ondoordringbaar schild.

Leefstijl gaat vooral over het creëren van omstandigheden waarin het lichaam zijn normale functies zo goed mogelijk kan uitvoeren.

Dat is een realistischer uitgangspunt dan proberen iedere verkoudheid te voorkomen met voeding of supplementen.

Waar begin je als je je weerstand wilt ondersteunen?

Ik zou niet beginnen met een kast vol supplementen.

Ik zou eerst naar de basis kijken.

Eet je voldoende en gevarieerd? Krijg je dagelijks groenten en fruit binnen? Zijn er voldoende eiwitbronnen? Eet je regelmatig vezelrijke producten? Hoe slaap je? Beweeg je? Is er ruimte voor herstel? Kom je buiten? En zijn er redenen waardoor een tekort aan bepaalde voedingsstoffen aannemelijker kan zijn?

Pas daarna wordt de vraag naar supplementen interessanter.

Soms kan een supplement namelijk heel passend zijn.

Maar dan liefst met een reden, in een passende hoeveelheid en als aanvulling op de basis.

En waar passen quercetine en bèta-glucanen in dit verhaal?

Naast essentiële vitamines en mineralen worden ook andere voedingsstoffen en verbindingen onderzocht in relatie tot immuunprocessen.

Twee voorbeelden die je vaak tegenkomt zijn quercetine en bèta-glucanen.

Quercetine is een flavonoïde die van nature voorkomt in verschillende plantaardige voedingsmiddelen.

Bèta-glucanen zijn een groep polysachariden die onder andere voorkomen in bepaalde granen, gisten en paddenstoelen. Hun eigenschappen verschillen afhankelijk van de bron en structuur.

Omdat dit heel andere stoffen zijn dan vitamine D, vitamine C of zink, verdienen ze hun eigen uitleg.

Ook daarbij kijk ik niet alleen naar de vraag “is het goed voor de weerstand?”, maar juist naar:

wat is het, wat weten we erover en wat betekent dat praktisch?

Dat gaan we later in deze reeks bekijken.

De basis van weerstand in één beeld

Als je na deze blog maar één ding onthoudt, laat het dan dit zijn:

weerstand is geen los knopje dat je met één voedingsmiddel of supplement omhoog kunt zetten.

Je immuunsysteem is een uitgebreid netwerk dat voortdurend samenwerkt met de rest van je lichaam.

Daarom kijk ik bij ondersteuning van weerstand naar meerdere lagen:

voeding → voldoende voedingsstoffen en bouwstoffen

darmen → barrière, microbioom en interactie met immuuncellen

slaap → herstel en regulatie

beweging → onderdeel van een gezonde fysiologie

stress → voldoende ruimte voor herstel

supplementen → gericht aanvullen wanneer daar een goede reden voor is

Dat is minder spectaculair dan een product dat belooft je weerstand in een paar dagen te “boosten”.

Maar het doet veel meer recht aan hoe bijzonder en complex het immuunsysteem werkelijk is.

Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?

Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.

Heb je vragen over je voedingspatroon, supplementen of wil je meer overzicht in wat bij jouw situatie past? Dan kun je gerust contact met mij opnemen.

Neem contact met mij op →

Tot slot

Weerstand ondersteunen begint dus niet bij één vitamine of één supplement.

Het begint met begrijpen dat het immuunsysteem iedere dag bezig is met een ingewikkelde taak: beschermen waar dat nodig is, onderscheid maken tussen verschillende signalen en reacties weer reguleren wanneer het gevaar voorbij is.

Voeding, slaap, beweging, darmgezondheid, herstel en voldoende essentiële voedingsstoffen leveren ieder een stukje van die basis.

In de volgende artikelen gaan we die stukjes één voor één bekijken.

We beginnen met een voedingsstof die binnen dit onderwerp bijzonder vaak ter sprake komt:

vitamine D.

Wat doet vitamine D eigenlijk binnen het immuunsysteem? Waarom wordt juist in Nederland zoveel over vitamine D gesproken? En betekent de relatie met weerstand automatisch dat meer vitamine D beter is?

Dat bekijken we in de volgende blog: Vitamine D en immuunfunctie.