Wat gebeurt er tijdens en na een kuur?
Antibiotica behoren tot de belangrijkste geneesmiddelen die we hebben.
Ze worden gebruikt om bepaalde bacteriële infecties te bestrijden en kunnen in de juiste situatie bijzonder waardevol en soms zelfs levensreddend zijn.
Toch merken sommige mensen tijdens of na een antibioticakuur dat er iets verandert in hun buik.
De ontlasting wordt dunner. Er ontstaat meer gasvorming. De darmen voelen tijdelijk onrustiger.
Dat is niet zo vreemd.
Een antibioticum richt zich namelijk op bacteriën, maar kan niet altijd alleen de bacterie beïnvloeden die verantwoordelijk is voor een infectie. Afhankelijk van het soort antibioticum kunnen ook andere bacteriën worden geraakt.
Daaronder bevinden zich bacteriën die normaal in onze darmen leven.
Onze darmmicrobiota, in het dagelijks taalgebruik vaak darmflora genoemd, bestaat uit een enorme gemeenschap van micro-organismen. Wanneer een deel daarvan door antibiotica wordt beïnvloed, kan het darmecosysteem tijdelijk veranderen.
Maar dat betekent niet dat een antibioticakuur je darmflora volledig ‘vernietigt’.
En het betekent ook niet dat je daarna automatisch een ingewikkelde darmherstelkuur nodig hebt.
De werkelijkheid is genuanceerder.
In deze blog leg ik uit wat antibiotica doen, waarom ze ook darmbacteriën kunnen beïnvloeden, hoe de microbiota zich na een kuur kan herstellen en welke rol voeding en specifieke probiotica mogelijk kunnen spelen.
Wat zijn antibiotica?
Antibiotica zijn geneesmiddelen die bacteriën doden of hun groei remmen.
Niet ieder antibioticum doet dat op dezelfde manier.
Sommige antibiotica verstoren bijvoorbeeld de opbouw van de bacteriële celwand. Andere grijpen aan op de productie van bacteriële eiwitten, het erfelijk materiaal of bepaalde processen die bacteriën nodig hebben om te overleven en zich te vermenigvuldigen.
Dat maakt antibiotica geschikt voor de aanpak van bacteriële infecties.
Maar bacteriën zijn iets anders dan virussen.
Een antibioticum werkt daarom niet automatisch bij een gewone virale verkoudheid of griep.
Of antibiotica nodig zijn, welk middel geschikt is en hoelang het gebruikt moet worden, hangt af van de infectie en de persoonlijke situatie.
Waarom kunnen antibiotica ook de darmflora beïnvloeden?
Ons lichaam bevat grote gemeenschappen van bacteriën die normaal gesproken geen infectie veroorzaken.
Vooral in de dikke darm leven enorme aantallen micro-organismen.
Een antibioticum kan niet altijd perfect onderscheid maken tussen:
de bacterie die een infectie veroorzaakt
en
andere bacteriën die normaal onderdeel zijn van het lichaam.
Vooral antibiotica met een breder werkingsspectrum kunnen verschillende groepen bacteriën beïnvloeden.
Wanneer bepaalde bacteriën afnemen, verandert ook de omgeving waarin andere micro-organismen leven.
Sommige bacteriën krijgen tijdelijk minder ruimte.
Andere zijn minder gevoelig voor het gebruikte antibioticum en kunnen daardoor relatief juist meer ruimte krijgen.
Je kunt het enigszins vergelijken met een ecosysteem waarin plotseling een deel van de bewoners afneemt.
De omgeving is niet verdwenen, maar de onderlinge verhoudingen kunnen veranderen.
Niet ieder antibioticum heeft hetzelfde effect
Het is te simpel om te zeggen:
antibiotica vernietigen de darmflora.
De invloed op het darmmicrobioom verschilt namelijk sterk.
Het gebruikte antibioticum speelt een rol, maar ook het werkingsspectrum, de dosis en de duur van de behandeling.
Daarnaast verschillen mensen onderling.
Leeftijd, gezondheid, eerdere antibioticakuren en de samenstelling van de microbiota vóór de behandeling kunnen allemaal onderdeel zijn van het verhaal.
Ook de manier waarop een antibioticum wordt toegediend kan relevant zijn.
Daarom kan de ene persoon tijdens een kuur nauwelijks iets aan zijn darmen merken, terwijl iemand anders duidelijk veranderingen in de stoelgang ervaart.
Wat kan er tijdens een antibioticakuur veranderen?
Onderzoekers zien na antibioticagebruik veranderingen in verschillende eigenschappen van het darmmicrobioom.
Bepaalde bacteriegroepen kunnen tijdelijk afnemen, terwijl andere relatief toenemen.
Ook de microbiële stofwisseling kan veranderen.
Dat is logisch.
Wanneer andere micro-organismen aanwezig zijn of hun onderlinge verhoudingen veranderen, kan ook veranderen welke stoffen in het darmmilieu worden geproduceerd.
Daarnaast kan antibioticagebruik invloed hebben op de aanwezigheid en selectie van bacteriën met bepaalde resistentie-eigenschappen.
Maar een meetbare verandering in het microbioom betekent niet automatisch dat iemand klachten krijgt.
Sommige mensen merken weinig of niets.
Bij anderen reageert het maag-darmkanaal duidelijker.
Waarom kun je diarree krijgen van antibiotica?
Een bekende bijwerking van antibioticagebruik is antibiotica-geassocieerde diarree.
Wanneer de samenstelling en activiteit van de darmmicrobiota verandert, kan dat ook invloed hebben op processen in de darm.
Darmbacteriën zijn bijvoorbeeld betrokken bij de verwerking van verschillende koolhydraten en galzuren.
Wanneer dat ecosysteem tijdelijk verschuift, kan ook de stoelgang veranderen.
Vaak gaat het om milde diarree die weer verdwijnt.
Maar diarree tijdens of na antibioticagebruik verdient soms extra aandacht.
Clostridioides difficile: wanneer het ernstiger wordt
Een belangrijke bacterie in dit verhaal is Clostridioides difficile, vaak afgekort tot C. difficile.
Deze bacterie kan bij sommige mensen aanwezig zijn zonder direct problemen te veroorzaken.
Wanneer andere darmbacteriën door antibiotica worden onderdrukt, kan C. difficile onder bepaalde omstandigheden meer ruimte krijgen om zich te vermenigvuldigen en toxines te produceren.
Dat kan leiden tot ernstigere diarree en ontsteking van de dikke darm.
Daarom is het belangrijk om hevige of aanhoudende diarree tijdens of na antibioticagebruik niet automatisch af te doen als een onschuldige verstoring van de darmflora.
Neem contact op met een arts bij bijvoorbeeld ernstige of aanhoudende diarree, bloed bij de ontlasting, koorts, hevige buikpijn of tekenen van uitdroging.
Ook wanneer diarree kort na een antibioticakuur duidelijk verergert, is medische beoordeling verstandig.
Een mogelijke C. difficile-infectie vraagt om gerichte medische zorg.
Wat gebeurt er met de diversiteit van de darmflora?
In onderzoek naar het darmmicrobioom wordt vaak gesproken over microbiële diversiteit.
Daarmee wordt onder andere gekeken naar hoeveel verschillende micro-organismen aanwezig zijn en hoe deze over de gemeenschap verdeeld zijn.
Na antibioticagebruik kan die diversiteit tijdelijk afnemen.
Maar ook hier is voorzichtigheid belangrijk.
Meer diversiteit is niet onder alle omstandigheden automatisch beter.
Het microbioom is veel complexer dan één diversiteitsgetal.
Welke micro-organismen aanwezig zijn, wat ze doen en hoe ze met elkaar en hun omgeving samenwerken is minstens zo belangrijk.
Herstelt je darmflora vanzelf?
Dit is waarschijnlijk een van de meest gestelde vragen na een antibioticakuur.
Het antwoord is vaak:
voor een belangrijk deel wel.
Het darmmicrobioom beschikt over een bepaalde mate van veerkracht.
Na een verstoring kunnen bacteriepopulaties zich opnieuw uitbreiden en kan het ecosysteem zich verder ontwikkelen.
Dat betekent niet dat het herstel bij iedereen precies hetzelfde verloopt.
Bij sommige mensen bewegen veel onderdelen van de microbiota relatief snel weer richting de situatie van vóór de kuur.
Bij anderen blijven bepaalde verschillen langer zichtbaar.
Herstel kan weken tot maanden duren en wordt beïnvloed door het gebruikte antibioticum en de persoonlijke situatie.
Er bestaat dus geen universele hersteltijd.
Je darm is na antibiotica niet leeg
Online wordt regelmatig gezegd dat je na antibiotica je darmflora volledig opnieuw moet opbouwen.
Dat geeft een verkeerd beeld.
Een antibioticakuur maakt de darm niet steriel.
Er blijven allerlei micro-organismen aanwezig.
Sommige bacteriën kunnen zich na de behandeling opnieuw uitbreiden. Daarnaast bevinden micro-organismen zich op verschillende plaatsen en in verschillende niches binnen het darmecosysteem.
Je begint dus niet vanaf nul.
Dat is ook waarom ik voorzichtig ben met producten die beloven na een antibioticakuur alle ‘goede bacteriën’ opnieuw aan te vullen.
Zo eenvoudig is het darmmicrobioom niet samengesteld.
Wat kun je eten na een antibioticakuur?
Na een antibioticakuur is meestal geen ingewikkeld herstelmenu nodig.
Ik zou in eerste instantie teruggaan naar de basis.
Een gevarieerd voedingspatroon met groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten, zaden en passende eiwit- en vetbronnen levert verschillende voedingsstoffen en voedingsvezels.
Die variatie is interessant omdat darmmicro-organismen niet allemaal dezelfde voedingssubstraten gebruiken.
Het doel is niet om één perfecte bacteriesoort te voeden.
Het gaat om het ondersteunen van een gevarieerde voedingsomgeving.
Waarom zijn vezels interessant?
Zoals we in de vorige blog zagen, kunnen bepaalde darmbacteriën voedingsvezels fermenteren.
Daarbij kunnen onder andere korteketenvetzuren ontstaan, zoals acetaat, propionaat en butyraat.
Vooral butyraat krijgt veel wetenschappelijke aandacht vanwege zijn rol als energiebron voor bepaalde cellen van de dikke darm en zijn betrokkenheid bij processen rondom de darmbarrière en immuunregulatie.
Dat betekent alleen niet dat je na antibiotica direct zo veel mogelijk vezels moet eten.
Wanneer de darmen tijdelijk gevoelig zijn, kan een plotselinge grote hoeveelheid fermenteerbare vezels juist extra gasvorming, krampen of een opgeblazen gevoel geven.
Rustig opbouwen is dan vaak prettiger.
Meer variatie, niet meer ingewikkeldheid
Na een antibioticakuur ontstaat soms het idee dat alles tegelijk moet worden ingezet.
Een probioticum.
Prebiotica.
Kefir.
Zuurkool.
Inuline.
Glutamine.
Bottenbouillon.
En liefst nog een compleet darmherstelprogramma.
Dat is meestal niet nodig.
Ik vind een veel rustiger uitgangspunt:
meer variatie, niet meer ingewikkeldheid.
Havermout, volkorenbrood, groenten, fruit, aardappelen, volkoren granen, linzen, kikkererwten, noten en zaden kunnen allemaal gewoon onderdeel zijn van het voedingspatroon.
Niet één maaltijd bepaalt hoe je darmmicrobioom zich ontwikkelt.
Het gaat vooral om het patroon dat je over langere tijd volhoudt.
Gefermenteerde voeding na antibiotica
Gefermenteerde voedingsmiddelen worden vaak geadviseerd na een antibioticakuur.
Denk aan yoghurt, kefir, zuurkool en kimchi.
Deze producten kunnen prima onderdeel zijn van een gevarieerd voedingspatroon wanneer je ze goed verdraagt.
Maar gefermenteerde voeding is niet automatisch hetzelfde als een bewezen probioticum.
Welke micro-organismen aanwezig zijn en in welke hoeveelheid kan sterk verschillen tussen producten.
Je hoeft daarom niet dagelijks grote hoeveelheden gefermenteerde voeding te eten om je darmflora te ‘herstellen’.
Zie het als voeding, niet als verplichte behandeling.
En probiotica tijdens of na antibiotica?
Hier wordt het interessanter.
Voor bepaalde specifieke probioticastammen bestaat onderzoek naar het verminderen van het risico op antibiotica-geassocieerde diarree.
Daarbij zijn onder andere bepaalde bacteriestammen en de gist Saccharomyces boulardii onderzocht.
Maar het woord specifiek is hier belangrijk.
Een probioticum is niet één algemene werkzame stof.
Het mogelijke effect hangt onder andere af van de gebruikte stam, hoeveelheid, doelgroep, toepassing en het onderzochte resultaat.
Je kunt onderzoek naar één specifieke stam daarom niet automatisch gebruiken als bewijs voor ieder willekeurig probioticum uit de winkel.
Een probioticum is geen resetknop
Dit onderscheid vind ik belangrijk.
Een specifiek probioticum kan voor een bepaalde toepassing onderzocht zijn.
Dat betekent niet automatisch dat het supplement de volledige darmflora sneller terugbrengt naar precies dezelfde samenstelling als vóór de antibioticakuur.
De darm bevat een enorme verscheidenheid aan micro-organismen.
Een probioticum bevat meestal slechts één of enkele geselecteerde stammen.
Bovendien blijven veel probioticastammen niet permanent in de darm aanwezig.
Ze kunnen tijdens hun passage wel interacties aangaan met de darmomgeving.
Dat is iets heel anders dan:
alle goede bacteriën weer aanvullen.
Die formulering zou ik daarom vermijden.
Kunnen probiotica het herstel van het microbioom versnellen?
Daar is nog geen eenvoudig antwoord op.
Onderzoek naar probiotica en antibiotica laat zien dat een mogelijk klinisch voordeel, bijvoorbeeld minder kans op bepaalde vormen van antibiotica-geassocieerde diarree, niet automatisch betekent dat het oorspronkelijke microbioom sneller wordt hersteld.
Dat zijn twee verschillende onderzoeksvragen.
Minder diarree is een klinische uitkomst.
Terugkeer van de oorspronkelijke microbiële samenstelling is een microbiologische uitkomst.
Die twee hoeven niet hetzelfde te betekenen.
Daarom kijk ik bij probiotica liever naar de concrete toepassing waarvoor een stam onderzocht is dan naar algemene claims over ‘herstel van de darmflora’.
Kun je een probioticum tegelijk met antibiotica gebruiken?
Dat hangt af van het product.
Een antibacterieel antibioticum kan bepaalde bacteriën in een probioticum mogelijk eveneens beïnvloeden.
Daarom wordt bij sommige producten geadviseerd tijd tussen het antibioticum en het probioticum te laten.
Maar dat is geen universele regel die voor iedere combinatie exact hetzelfde is.
De gevoeligheid verschilt per bacteriestam en antibioticum.
Saccharomyces boulardii is bovendien een gist en geen bacterie. Antibacteriële antibiotica werken daardoor niet op dezelfde manier op deze gist.
Bij twijfel over combinatie en timing zou ik het gebruiksadvies controleren en zo nodig overleggen met arts of apotheker.
Zijn probiotica voor iedereen geschikt?
Nee.
Veel gangbare probiotica worden door gezonde mensen over het algemeen goed verdragen.
Maar dat betekent niet dat levende micro-organismen automatisch voor iedereen geschikt zijn.
Extra voorzichtigheid is bijvoorbeeld nodig bij ernstig zieke of sterk immuungecompromitteerde mensen en in bepaalde medische situaties.
Daarom hoort ook bij probiotica de vraag:
voor wie is dit product bedoeld?
Niet alleen:
hoeveel miljard bacteriën zitten erin?
Wat zijn prebiotica?
Prebiotica zijn iets anders dan probiotica.
Een prebioticum is een substraat dat selectief door bepaalde micro-organismen kan worden gebruikt en daarmee een gezondheidsvoordeel kan opleveren.
Voorbeelden zijn bepaalde vormen van inuline, FOS en GOS.
Deze kunnen via voeding of supplementen worden gebruikt.
Maar ook hier geldt dat meer niet automatisch beter is.
Een hoge dosis sterk fermenteerbare prebiotica kan bij iemand met gevoelige darmen juist extra gasvorming en een opgeblazen gevoel veroorzaken.
Na een antibioticakuur hoeft de darm niet zo snel mogelijk met zo veel mogelijk prebiotica te worden gevuld.
Rustig opbouwen blijft een prima uitgangspunt.
Heb je glutamine nodig na antibiotica?
Glutamine wordt regelmatig genoemd in zogenoemde darmherstelprotocollen.
Het is een aminozuur dat door verschillende lichaamsweefsels wordt gebruikt en ook een rol speelt binnen het darmmetabolisme.
Maar uit dat biologische mechanisme volgt niet dat iedereen na een antibioticakuur extra glutamine nodig heeft.
Er bestaat geen algemeen advies om standaard glutaminesupplementen te gebruiken om de darmmicrobiota na antibiotica te herstellen.
Ook hier kijk ik liever eerst naar de voeding en de persoonlijke situatie.
En bottenbouillon?
Bottenbouillon is nog zo'n product dat online vaak een bijzondere darmherstellende werking krijgt toegeschreven.
Het kan gewoon onderdeel zijn van een voedingspatroon wanneer je het lekker vindt en goed verdraagt.
Afhankelijk van de bereiding bevat het onder andere aminozuren, eiwitachtige verbindingen en mineralen.
Maar dat is iets anders dan bewijs dat bottenbouillon de oorspronkelijke darmmicrobiota na antibiotica herstelt.
Je hoeft dus geen bottenbouillon te drinken omdat je anders je darm niet goed zou kunnen herstellen.
Geef je lichaam ook tijd
Na ziekte en een antibioticakuur willen we het liefst zo snel mogelijk weer terug naar normaal.
Maar herstel is niet altijd iets wat versneld moet worden met meer producten.
Het lichaam heeft soms simpelweg tijd nodig.
Voldoende eten, drinken, slapen en rust nemen kan in zo'n periode minstens zo belangrijk zijn als nadenken over het perfecte supplement.
Ook stress kan invloed hebben op de manier waarop darmprikkels worden ervaren.
Wanneer je na een kuur voortdurend ieder geluidje, iedere verandering in de ontlasting en ieder opgeblazen gevoel controleert, kan dat juist extra onrust geven.
Niet iedere verandering betekent dat de darmflora ernstig beschadigd is.
Antibiotica en resistentie
Antibioticagebruik beïnvloedt niet alleen welke bacteriën aanwezig zijn.
Het zorgt ook voor selectiedruk.
Bacteriën die gevoelig zijn voor het antibioticum worden geremd of verdwijnen, terwijl bacteriën met bepaalde resistentie-eigenschappen meer kans kunnen hebben om te overleven.
Daarom is verstandig antibioticagebruik belangrijk.
Antibioticaresistentie betekent dat bacteriën ongevoelig worden voor antibiotica die eerder wel tegen hen werkten.
Dat is een belangrijk gezondheidsprobleem omdat infecties daardoor moeilijker te bestrijden kunnen worden.
Betekent dit dat je antibiotica beter kunt vermijden?
Nee.
Dat zou de verkeerde conclusie zijn.
Wanneer antibiotica medisch nodig zijn, kunnen ze essentieel zijn.
Het doel is niet om antibiotica koste wat kost te vermijden.
Het doel is dat ze gericht worden gebruikt wanneer daar een goede medische reden voor is.
Onnodig gebruik vermijden helpt om bijwerkingen en selectiedruk te beperken.
Maar noodzakelijke antibiotica uit angst voor de darmflora weigeren is evenmin verstandig.
Stop niet zelf met een antibioticakuur
Rond de duur van antibioticakuren bestaat veel verwarring.
Het beste uitgangspunt is eenvoudig:
volg het voorschrift van arts en apotheker.
Stop niet zelfstandig eerder omdat je je beter voelt en verleng de kuur ook niet op eigen initiatief.
Voor sommige infecties worden tegenwoordig kortere behandelduurregimes gebruikt dan vroeger.
Maar welke duur passend is, hangt af van de infectie, het gebruikte antibioticum en de persoonlijke situatie.
Dat is een medische beslissing.
Let ook op voeding en andere supplementen tijdens de kuur
Niet ieder antibioticum wordt op dezelfde manier ingenomen.
Sommige middelen moeten met voedsel worden gebruikt, andere juist niet.
Ook kunnen bepaalde antibiotica wisselwerken met mineralen zoals calcium, magnesium, ijzer of zink.
Die mineralen kunnen bij sommige antibiotica de opname beïnvloeden wanneer ze te dicht op elkaar worden ingenomen.
Daarom zou ik niet zomaar allerlei mineralen en supplementen toevoegen tijdens een antibioticakuur.
Controleer bij twijfel het voorschrift of vraag de apotheek hoe je het middel het beste combineert met voeding en supplementen.
Waar let ik op bij een probioticum rond antibioticagebruik?
Wanneer je een probioticum overweegt, kijk ik niet als eerste naar het grootste getal op de verpakking.
Ik wil vooral weten welke specifieke stam erin zit en of die stam onderzocht is voor het doel waarvoor je hem wilt gebruiken.
Daarna kijk ik naar de hoeveelheid levende micro-organismen, het gebruiksmoment, de bewaarcondities en eventuele veiligheidsaandachtspunten.
Bij gebruik rondom antibiotica is ook belangrijk of duidelijk wordt aangegeven hoe het probioticum ten opzichte van het antibioticum moet worden ingenomen.
Een verpakking met twintig verschillende bacteriën en een enorm aantal CFU is dus niet automatisch de beste keuze.
Passende onderbouwing is belangrijker dan een indrukwekkend etiket.
Praktisch tijdens en na een antibioticakuur
Tijdens een antibioticakuur vind ik een rustige aanpak meestal het prettigst.
Neem het geneesmiddel precies volgens voorschrift en controleer hoe het gecombineerd moet worden met voeding, geneesmiddelen en supplementen.
Blijf voldoende eten en drinken binnen wat je goed verdraagt.
Wanneer je darmen tijdelijk gevoeliger zijn, hoef je niet direct enorme hoeveelheden vezels of gefermenteerde voeding toe te voegen.
Na de kuur kun je de gewone variatie in je voedingspatroon weer rustig verder opbouwen.
Een probioticum kan in een specifieke situatie een aanvulling zijn, maar hoeft niet standaard na iedere antibioticakuur gebruikt te worden.
En bij ernstige of aanhoudende klachten hoort medische beoordeling voorop te staan.
Veelgestelde vragen over antibiotica en darmflora
Beschadigen antibiotica altijd de darmflora?
Antibiotica kunnen de samenstelling en activiteit van de darmmicrobiota veranderen. Hoe sterk dat gebeurt verschilt per antibioticum, behandeling en persoon.
Wordt je darm na antibiotica helemaal leeg?
Nee. Een antibioticakuur maakt het maag-darmkanaal niet steriel. Er blijven allerlei micro-organismen aanwezig die zich na de behandeling verder kunnen ontwikkelen.
Komt de darmflora vanzelf terug?
Vaak vindt in meer of mindere mate natuurlijk herstel plaats. Hoe snel en hoe volledig dit gebeurt verschilt tussen mensen en antibioticakuren.
Moet je na antibiotica altijd probiotica gebruiken?
Nee. Voor bepaalde specifieke probiotische stammen bestaan onderzochte toepassingen, waaronder het verminderen van het risico op bepaalde vormen van antibiotica-geassocieerde diarree. Dat betekent niet dat iedereen na iedere antibioticakuur een probioticum nodig heeft.
Herstellen probiotica de oorspronkelijke darmflora?
Dat is niet overtuigend aangetoond als algemene werking. Een mogelijk effect op een specifieke klinische uitkomst betekent niet automatisch dat het volledige oorspronkelijke microbioom sneller wordt hersteld.
Wat kun je het beste eten na antibiotica?
Een gevarieerd voedingspatroon met onder andere groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en zaden vormt een goede basis. Wanneer de darmen gevoelig zijn, kun je de hoeveelheid fermenteerbare vezels rustig opbouwen.
Moet ik gefermenteerde voeding eten?
Nee. Gefermenteerde voeding kan onderdeel zijn van een gevarieerd voedingspatroon wanneer je het goed verdraagt, maar is geen verplichte darmherstelbehandeling.
Kan ik glutamine gebruiken om mijn darmflora te herstellen?
Glutamine heeft verschillende normale functies in het lichaam, maar er bestaat geen algemeen advies dat iedereen na antibiotica glutaminesupplementen nodig heeft om de darmmicrobiota te herstellen.
Moet je een antibioticakuur altijd afmaken?
Volg de behandelduur die arts of apotheker heeft voorgeschreven. Verander de duur niet zelfstandig.
Wanneer moet ik contact opnemen met een arts bij diarree?
Bij ernstige of aanhoudende diarree, bloed bij de ontlasting, koorts, hevige buikpijn, uitdrogingsverschijnselen of duidelijke verslechtering tijdens of na een antibioticakuur is medische beoordeling belangrijk.
Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?
Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.
Heb je na een antibioticakuur vragen over voeding, vezels, gefermenteerde producten of een probioticum? Dan kan ik met je meekijken naar wat je nu gebruikt, wat je goed verdraagt en welke keuzes praktisch bij jouw situatie passen.
Daarbij probeer ik niet om de darmflora met zo veel mogelijk producten te ‘repareren’.
Ik kijk liever naar een rustige basis en naar gerichte ondersteuning wanneer daar een goede reden voor is.
Tot slot
Antibiotica en de darmflora hebben een bijzondere relatie.
Antibiotica kunnen noodzakelijk zijn om bacteriële infecties effectief aan te pakken.
Tegelijkertijd kunnen ze ook andere bacteriën beïnvloeden die normaal in onze darmen leven.
Daardoor kan het darmecosysteem tijdens en na een kuur tijdelijk veranderen.
Maar dat betekent niet dat de darmflora volledig wordt vernietigd.
Het darmmicrobioom beschikt over een bepaalde mate van natuurlijke veerkracht en kan zich na een antibioticakuur opnieuw aanpassen.
Hoe snel en hoe volledig dat gebeurt, verschilt van persoon tot persoon.
Daarom zou ik na antibiotica niet automatisch beginnen met een uitgebreid darmherstelprotocol.
Ik begin liever bij de basis.
Gevarieerd eten.
Vezels rustig opbouwen.
Voldoende drinken.
Goed slapen en herstellen.
En het lichaam tijd geven.
Een specifiek probioticum kan in bepaalde situaties een aanvulling zijn, bijvoorbeeld wanneer voor die stam een passende toepassing is onderzocht.
Maar een probioticum is geen resetknop waarmee je alle ‘goede bacteriën’ weer terugzet.
En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van deze blog.
Antibiotica zijn niet simpelweg goed of slecht voor je lichaam.
Het zijn waardevolle geneesmiddelen die gericht gebruikt moeten worden wanneer ze nodig zijn.
De darmmicrobiota kan daarbij worden beïnvloed, maar beschikt tegelijkertijd over een opmerkelijk vermogen om zich aan veranderingen aan te passen.
In de volgende blog gaan we verder met een onderwerp dat vaak met darmflora en weerstand in verband wordt gebracht:
de ‘lekkende darm’.
Wat betekent een verhoogde darmpermeabiliteit eigenlijk? Bestaat een lekkende darm echt? En wanneer verandert een wetenschappelijk begrip in een veel te brede verklaring voor allerlei klachten?
Dat bekijken we in Lekkende darm en het immuunsysteem.