Je wilt een Q10-supplement kopen en ontdekt al snel twee namen:
ubiquinon en ubiquinol.
Bij het ene product staat dat ubiquinol de "actieve vorm" is. Een ander merk benadrukt juist dat ubiquinon veel langer onderzocht is. Vervolgens kom je namen tegen als Kaneka Q10™ en Kaneka Ubiquinol®, verschillende doseringen en allerlei softgels met olie.
Welke kies je dan?
Het belangrijkste om eerst te weten is verrassend eenvoudig:
ubiquinon en ubiquinol zijn geen twee verschillende soorten Q10.
Het zijn twee vormen van hetzelfde co-enzym Q10 en het lichaam kan ze voortdurend in elkaar omzetten.
Maar dat betekent niet dat ieder Q10-supplement hetzelfde is.
In deze blog leg ik uit wat Q10 doet, wat ubiquinon en ubiquinol precies betekenen, waarom de opname zo'n belangrijk onderwerp is en waar ik zelf naar kijk wanneer ik een Q10-supplement beoordeel.
Wat is co-enzym Q10?
Co-enzym Q10, meestal afgekort tot CoQ10 of simpelweg Q10, is een vetoplosbare stof die het menselijk lichaam zelf kan maken.
De naam ubiquinone is afgeleid van het idee dat deze stof vrijwel overal in het lichaam voorkomt.
En dat is logisch, want Q10 heeft een belangrijke taak in onze cellen.
Daarvoor moeten we heel even naar de mitochondriën.
Waarom hebben je mitochondriën Q10 nodig?
Mitochondriën kun je zien als kleine energiecentrales in je cellen.
Ze helpen energie uit voedingsstoffen om te zetten in ATP: de vorm van energie waarmee cellen daadwerkelijk kunnen werken.
Maar dat gebeurt niet in één stap.
In het binnenmembraan van mitochondriën bevindt zich een systeem dat de elektronentransportketen wordt genoemd.
Q10 fungeert daarin als een soort mobiele boodschapper.
Het neemt elektronen aan en geeft ze vervolgens weer door aan een volgend onderdeel van de keten.
Die elektronenoverdracht draagt uiteindelijk bij aan het proces waarmee ATP kan worden gevormd.
Q10 is dus niet zelf de energie.
Het helpt het energiesysteem van de cel functioneren.
Dat onderscheid vind ik belangrijk, want een Q10-capsule is daardoor niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld cafeïne of een energiedrankje.
Waarom zit Q10 vooral in bepaalde organen?
Alle cellen hebben energie nodig, maar sommige weefsels hebben een bijzonder hoge energiebehoefte.
Denk aan:
- het hart;
- de spieren;
- de lever;
- de nieren.
Daarom wordt Q10 vaak besproken in relatie tot weefsels die veel mitochondriale energie gebruiken.
Dat betekent overigens niet dat meer Q10 automatisch betekent dat je je energieker gaat voelen.
De menselijke energiehuishouding hangt af van veel meer factoren.
Dan de grote vraag: wat zijn ubiquinon en ubiquinol?
Q10 kan elektronen opnemen en weer afgeven.
Tijdens dat proces verandert de moleculaire vorm.
De twee belangrijkste vormen zijn:
ubiquinon → geoxideerde vorm
ubiquinol → gereduceerde vorm
Je kunt het een beetje vergelijken met een oplaadbaar systeem.
Ubiquinon kan elektronen opnemen en daardoor ubiquinol worden. Ubiquinol kan elektronen weer afstaan en terug veranderen in ubiquinon.
Het lichaam schakelt dus voortdurend tussen beide vormen.
Dat is precies waarom het te simpel is om te zeggen:
ubiquinol = actief
ubiquinon = inactief
Beide horen bij hetzelfde biologische systeem.
Waarom wordt ubiquinol dan zo vaak als 'actieve Q10' verkocht?
Vooral omdat ubiquinol de gereduceerde vorm is en antioxidatieve eigenschappen heeft.
Dat heeft geleid tot de populaire term actieve vorm.
Maar biochemisch vind ik die omschrijving niet ideaal.
Ubiquinon heeft namelijk juist een noodzakelijke functie bij de elektronenoverdracht in de mitochondriën. Bovendien kan het lichaam ubiquinon en ubiquinol in elkaar omzetten.
Sterker nog: wanneer ubiquinon via een supplement wordt ingenomen en in het lichaam verschijnt, bestaat het grootste deel van het circulerende Q10 uiteindelijk als ubiquinol. Onderzoek heeft beschreven dat ongeveer 95% van circulerend CoQ10 in de gereduceerde vorm voorkomt.
Het gaat dus niet om:
goed Q10 versus slecht Q10.
Het gaat om twee toestanden van hetzelfde molecuul.
Wat is ubiquinon?
Ubiquinon is de geoxideerde vorm van Q10.
Het is de vorm die al veel langer als voedingssupplement beschikbaar is en daardoor ook in veel oudere onderzoeken naar CoQ10 is gebruikt.
Ubiquinon heeft een aantal praktische voordelen:
- het is relatief stabiel;
- er bestaat veel onderzoek mee;
- het is meestal goedkoper dan ubiquinol;
- het kan in een goede formulering behoorlijk goed worden opgenomen.
Voor iemand die simpelweg ziet dat ubiquinon goedkoper is, is er dus geen reden om onmiddellijk te denken:
"Dan zal dit wel de mindere Q10 zijn."
Zo eenvoudig ligt het niet.
Wat is ubiquinol?
Ubiquinol is de gereduceerde vorm.
Deze vorm is gevoeliger voor oxidatie en was daardoor technisch moeilijker stabiel in een supplement te verwerken.
Ubiquinol werd daarom pas veel later commercieel beschikbaar.
Het interessante is dat verschillende onderzoeken laten zien dat bepaalde ubiquinolformuleringen goede bloedwaarden kunnen bereiken.
In een kleine studie met twaalf gezonde deelnemers waarbij dezelfde hoeveelheid van beide vormen werd gebruikt, verhoogde 200 mg ubiquinol de totale plasma-Q10-concentratie sterker dan 200 mg ubiquinon.
Dat is één van de redenen waarom ubiquinol populair is geworden.
Maar daar hoort een belangrijke nuance bij.
Is ubiquinol bewezen beter opneembaar?
Soms wel in een rechtstreekse vergelijking, maar niet onder alle omstandigheden.
En dat vind ik veel interessanter dan simpelweg zeggen dat ubiquinol "beter" is.
Een onderzoek bij gezonde ouderen vergeleek bijvoorbeeld verschillende Q10-formuleringen. Daarin was de opname van ubiquinol numeriek hoger dan die van de gebruikte ubiquinonsoftgel, maar het verschil was in die vergelijking niet statistisch significant. Een andere speciaal geformuleerde ubiquinon variant gaf in hetzelfde onderzoek juist een hogere biologische beschikbaarheid.
Een ander onderzoek waarin zeven formuleringen werden vergeleken, vond grote verschillen in biologische beschikbaarheid. Zowel een goed geformuleerde ubiquinonsoftgel als een ubiquinolsoftgel behoorde daar tot de beter opgenomen producten.
De les daaruit vind ik belangrijk:
de vorm van Q10 doet ertoe, maar de formulering óók.
Waarom is Q10 eigenlijk zo lastig op te nemen?
Q10 is een vrij groot en sterk vetoplosbaar molecuul.
Het lost nauwelijks op in water.
En daar ontstaat een probleem.
De inhoud van ons maag-darmkanaal bestaat voor een belangrijk deel uit een waterige omgeving. Een stof die slecht in water oplost, moet daarom op een slimme manier worden verwerkt voordat deze goed door de darm kan worden opgenomen.
Daarom gebruiken fabrikanten bijvoorbeeld:
- olie;
- softgels;
- emulgatoren;
- verschillende oplostechnieken;
- speciale dispersie- of solubilisatietechnieken.
Je kunt dus twee potjes hebben waarop allebei staat:
100 mg ubiquinon
terwijl de hoeveelheid Q10 die uiteindelijk beschikbaar komt behoorlijk kan verschillen.
De olie in het capsule is dus niet zomaar vulmiddel
Dat is een detail dat ik bij Q10 interessant vind.
Omdat Q10 vetoplosbaar is, wordt het vaak opgelost of verdeeld in een oliebasis.
Daarvoor kunnen verschillende oliën worden gebruikt.
Een softgel met een goede oliebasis kan praktisch zijn voor de opname.
Daarom kijk ik niet alleen naar:
ubiquinon of ubiquinol?
maar ook naar:
hoe heeft de fabrikant die Q10 geformuleerd?
Moet je Q10 bij de maaltijd innemen?
Dat is doorgaans een verstandige praktische keuze.
Omdat Q10 vetoplosbaar is, past inname bij een maaltijd die ook wat vet bevat goed bij de normale vetvertering.
Denk bijvoorbeeld aan een maaltijd met:
- olijfolie;
- avocado;
- noten;
- eieren;
- vis;
- yoghurt of een ander vetbevattend voedingsmiddel.
Een enorme hoeveelheid vet is daarvoor niet nodig.
En nu Kaneka; want die naam zie je vaak
Wie zich iets verder verdiept in Q10 komt waarschijnlijk de naam Kaneka tegen.
Kaneka is een Japans chemie- en technologiebedrijf dat al lange tijd CoQ10-grondstoffen produceert.
Daarbij kun je twee namen tegenkomen:
Kaneka Q10™ – ubiquinon
en
Kaneka Ubiquinol® – ubiquinol.
Dat onderscheid is belangrijk, want Kaneka betekent dus niet automatisch ubiquinol.
Het bedrijf produceert beide vormen.
Wat is Kaneka Ubiquinol® precies?
Kaneka Ubiquinol® is een merkgrondstof van de gereduceerde vorm van CoQ10.
Een voordeel van zo'n herkenbare merkgrondstof is vooral traceerbaarheid.
Je weet beter welke grondstof achter het ingrediënt zit dan wanneer op het etiket alleen algemeen "ubiquinol" wordt vermeld.
De grondstof is bovendien gebruikt in verschillende onderzoeken naar veiligheid en biologische beschikbaarheid. In een vroeg onderzoek bij gezonde vrijwilligers werd opname van Kaneka's ubiquinol aangetoond bij dagelijkse doseringen van 90 tot 300 mg. Dat onderzoek werd overigens uitgevoerd door onderzoekers van Kaneka zelf, wat belangrijk is om bij de interpretatie te vermelden.
En dit is waar ik jouw persoonlijke voorkeur mooi zou laten terugkomen.
Waarom kijk ik zelf graag naar Kaneka Ubiquinol®?
Wanneer ik naar een ubiquinolsupplement kijk, heb ik persoonlijk een voorkeur voor een goed gedocumenteerde en herkenbare grondstof.
Daarom kijk ik graag of Kaneka Ubiquinol® op het etiket wordt vermeld.
Niet omdat ik daarmee kan zeggen dat ieder ander ubiquinolproduct slecht is.
En ook niet omdat Kaneka Ubiquinol® voor iedere persoon automatisch beter is dan ieder ubiquinonproduct.
Mijn reden is praktischer:
ik weet liever wat er daadwerkelijk in een capsule zit en waar de grondstof vandaan komt.
Bij supplementen vind ik transparantie over grondstof, formulering en kwaliteitscontrole waardevoller dan alleen grote woorden als premium, active of high absorption op de voorkant.
Dat past ook beter bij hoe ik naar supplementen kijk.
Kaneka Ubiquinol® herkennen op het etiket
Wanneer een fabrikant daadwerkelijk deze merkgrondstof gebruikt, wordt dat meestal duidelijk vermeld.
Je kunt bijvoorbeeld zoeken naar:
Kaneka Ubiquinol®
bij de ingrediënten, productinformatie of beschrijving.
Alleen het woord ubiquinol betekent niet automatisch dat het om Kaneka Ubiquinol® gaat.
En ook een mooie gouden capsule vertelt je dat natuurlijk niet.
Ik kijk daarom altijd naar de daadwerkelijke productinformatie.
Betekent een merkgrondstof automatisch dat het hele supplement goed is?
Nee.
Ook dat vind ik een belangrijk onderscheid.
Een goede grondstof kan een pluspunt zijn.
Maar daarnaast kijk ik nog steeds naar:
- de hoeveelheid Q10 per dagdosering;
- de oliebasis;
- overige ingrediënten;
- stabiliteit;
- verpakking;
- bewaaradvies;
- transparantie van de fabrikant.
Een hoogwaardige grondstof kan immers nog steeds onderdeel zijn van een product waarvan de totale formulering minder goed bij iemand past.
Waarom wordt Q10 zoveel besproken bij het ouder worden?
Hier moeten we een beetje voorzichtig zijn met de populaire uitleg.
Je leest regelmatig:
"Na je twintigste maakt je lichaam steeds minder Q10."
Zo'n precieze universele leeftijdsgrens vind ik te stellig.
CoQ10-status verschilt tussen weefsels en wordt beïnvloed door verschillende biologische factoren. Leeftijd kan daarbij een rol spelen, maar het verhaal is ingewikkelder dan een rechte lijn waarbij iedereen vanaf een bepaalde verjaardag ieder jaar minder Q10 maakt.
Wel is Q10 interessant binnen onderzoek naar ouder worden, juist vanwege de combinatie van:
mitochondriale energieproductie + redoxprocessen.
Dat maakt Q10 biologisch relevant binnen onderzoek naar mitochondriën en veroudering.
Maar relevant zijn binnen de biologie van veroudering betekent nog niet dat een Q10-supplement bewezen de levensduur verlengt.
Die twee uitspraken moeten we uit elkaar houden.
En statines dan?
Dit is een onderwerp dat eigenlijk niet mag ontbreken in een goede Q10-blog.
Statines remmen het enzym HMG-CoA-reductase.
Dat enzym maakt onderdeel uit van de mevalonaatroute, een stofwisselingsroute die niet alleen betrokken is bij cholesterolproductie maar ook bij de lichaamseigen productie van CoQ10.
Daarom is onderzocht of statinegebruik invloed heeft op de Q10-status.
Onderzoek laat zien dat statines de hoeveelheid CoQ10 in het bloed kunnen verlagen.
Maar daaruit volgt niet automatisch dat iedere statinegebruiker een Q10-tekort in de weefsels heeft of standaard een Q10-supplement nodig heeft. Ook de vraag of Q10 bij statinegerelateerde spierklachten helpt, is wetenschappelijk niet volledig eenduidig.
Daarom vind ik dit bij medicijngebruik een onderwerp om met arts of apotheker te bespreken in plaats van zelfstandig hoge doseringen Q10 toe te voegen.
Hoeveel Q10 zit eigenlijk in voeding?
Q10 komt ook gewoon in voeding voor.
Voorbeelden zijn onder andere:
- vlees;
- orgaanvlees;
- vette vis;
- noten;
- zaden;
- bepaalde plantaardige oliën.
Maar de hoeveelheden uit voeding zijn doorgaans veel lager dan de hoeveelheden die je in supplementen tegenkomt.
Een supplement met bijvoorbeeld 100 of 200 mg Q10 is daarom niet vergelijkbaar met het eten van een voedingsmiddel waarin van nature wat Q10 voorkomt.
Ook hier geldt dus:
een voedingsmiddel ≠ een geconcentreerd supplement.
Welke dosering Q10 moet je kiezen?
Op potjes kom je allerlei hoeveelheden tegen:
30 mg
50 mg
100 mg
200 mg
300 mg
Daaruit kun je niet afleiden dat 300 mg automatisch "beter" is dan 100 mg.
De gebruikte hoeveelheid hangt af van het doel, de formulering, de gebruikte vorm en persoonlijke omstandigheden.
Wetenschappelijke onderzoeken gebruiken bovendien zeer uiteenlopende doseringen.
Ik geef daarom liever geen universele hoeveelheid die iedereen zou moeten nemen.
Voor een gezond persoon die zomaar een basissupplement zoekt, is de afweging anders dan voor iemand bij wie Q10 in een medische context wordt onderzocht.
Waar let ik op bij een Q10-supplement?
Als ik twee producten vergelijk, kijk ik ongeveer hiernaar:
1. Welke vorm zit erin?
Ubiquinon of ubiquinol?
2. Hoeveel Q10 krijg je werkelijk per dagdosering?
Niet alleen per capsule kijken wanneer meerdere capsules worden aanbevolen.
3. Hoe is het geformuleerd?
Is het bijvoorbeeld een softgel met olie?
4. Is de grondstof herkenbaar?
Bij ubiquinol kijk ik zelf graag naar een gedocumenteerde grondstof zoals Kaneka Ubiquinol®.
5. Is de fabrikant transparant?
Kan ik vinden welke vorm, grondstof en hoeveelheid daadwerkelijk gebruikt worden?
6. Wat kost de werkelijke dagdosering?
Ubiquinol is vaak duurder. Dat prijsverschil moet ook zinvol zijn binnen het doel waarvoor iemand het gebruikt.
Pas daarna zou ik beslissen.
Niet op basis van één groot woord op de voorkant.
Ubiquinon of ubiquinol: wat kies je nu?
Als je na deze hele blog één simpel antwoord verwachtte, is dit misschien verrassend:
beide kunnen goede keuzes zijn.
Ubiquinon heeft een lange onderzoeksgeschiedenis, is stabiel en doorgaans voordeliger.
Ubiquinol is de gereduceerde vorm en bepaalde formuleringen hebben in studies een hogere biologische beschikbaarheid laten zien.
Maar de opname van Q10 wordt niet uitsluitend bepaald door de naam van de vorm.
Formulering, oplosbaarheid, oliebasis en individuele verschillen tellen eveneens mee.
Daarom zou ik nooit een kwalitatief goed geformuleerd ubiquinonproduct afwijzen alleen omdat er geen ubiquinol op staat.
En wanneer ik specifiek voor ubiquinol kies, kijk ik persoonlijk graag naar een goed gedocumenteerde grondstof zoals Kaneka Ubiquinol®.
Dat is een genuanceerder antwoord dan ubiquinol is altijd beter.
Maar wel een antwoord waar je bij het vergelijken van supplementen daadwerkelijk iets aan hebt.
Wanneer is extra voorzichtigheid verstandig?
Q10 wordt over het algemeen goed verdragen, maar een supplement is niet voor iedereen automatisch geschikt.
Bij medicijngebruik, zwangerschap, borstvoeding, een medische aandoening of gebruik van Q10 in hogere doseringen is overleg met arts of apotheker verstandig.
Bijzonder relevant is dat CoQ10 een wisselwerking kan hebben met bepaalde geneesmiddelen, waaronder warfarine.
Gebruik een supplement daarom niet als vervanging voor voorgeschreven medicatie of reguliere medische begeleiding.
Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?
Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.
Twijfel je bijvoorbeeld tussen ubiquinon en ubiquinol, zie je Kaneka Ubiquinol® op een etiket staan of wil je weten of een duurder Q10-product werkelijk iets anders biedt? Dan kan ik met je meekijken naar de samenstelling en helpen om de informatie op het etiket begrijpelijk te maken.
Veelgestelde vragen over Q10
Wat is het verschil tussen ubiquinon en ubiquinol?
Het zijn twee vormen van dezelfde stof, CoQ10. Ubiquinon is de geoxideerde vorm en ubiquinol de gereduceerde vorm. Het lichaam kan beide vormen in elkaar omzetten.
Is ubiquinol de actieve vorm van Q10?
Die term wordt veel gebruikt in marketing, maar is eigenlijk te eenvoudig. Beide vormen hebben een functie binnen het Q10-systeem. Ubiquinol is de gereduceerde vorm en heeft antioxidatieve eigenschappen.
Wordt ubiquinol beter opgenomen dan ubiquinon?
Sommige vergelijkende onderzoeken hebben hogere bloedwaarden gevonden met bepaalde ubiquinolformuleringen, maar formulering speelt een grote rol. Goed geformuleerd ubiquinon kan eveneens een goede biologische beschikbaarheid hebben.
Wat is Kaneka Ubiquinol®?
Kaneka Ubiquinol® is een merkgrondstof van ubiquinol van Kaneka. Het voordeel van zo'n merkgrondstof is onder andere herkenbaarheid en documentatie van de gebruikte grondstof.
Is Kaneka Ubiquinol® altijd beter dan andere Q10?
Dat kun je niet zo algemeen stellen. De grondstof is goed gedocumenteerd, maar de kwaliteit en geschiktheid van een supplement hangen ook af van formulering, dosering en persoonlijke omstandigheden.
Moet ik Q10 bij het eten innemen?
Omdat Q10 vetoplosbaar is, is inname bij een maaltijd een praktische keuze. Veel Q10-producten zijn om die reden ook als oliehoudende softgel geformuleerd.
Zit Q10 ook in voeding?
Ja. Q10 komt onder andere voor in vlees, vis, orgaanvlees, noten en bepaalde oliën. De hoeveelheden zijn veel lager dan in geconcentreerde supplementen.
Kan ik Q10 gebruiken wanneer ik statines slik?
Statines kunnen de CoQ10-concentratie in het bloed verlagen, maar dat betekent niet automatisch dat iedere statinegebruiker Q10 moet suppleren. Bespreek dit bij medicijngebruik bij voorkeur met arts of apotheker.
Tot slot
De keuze tussen ubiquinon en ubiquinol is minder zwart-wit dan supplementenetiketten soms doen vermoeden.
Het zijn twee vormen van dezelfde Q10-molecule en je lichaam kan ze voortdurend in elkaar omzetten.
Ubiquinol vind ik persoonlijk interessant vanwege de gereduceerde vorm en de goede biologische beschikbaarheid die bij bepaalde formuleringen is aangetoond. En wanneer ik naar ubiquinol kijk, heb ik een voorkeur voor een transparante, goed gedocumenteerde grondstof zoals Kaneka Ubiquinol®.
Maar daarmee is ubiquinon niet ineens een mindere vorm.
Een goed geformuleerd ubiquinonproduct kan eveneens uitstekend worden opgenomen en heeft bovendien een lange geschiedenis binnen CoQ10-onderzoek.
Kijk daarom niet alleen naar:
ubiquinon óf ubiquinol?
Kijk naar het hele product:
vorm → dosering → formulering → oliebasis → grondstof → transparantie.
Dan wordt kiezen ineens een stuk eenvoudiger.