Gezond eten is de basis van een goede gezondheid. Toch betekent een gevarieerd voedingspatroon niet automatisch dat je lichaam alle vitamines en mineralen optimaal opneemt.
Voordat voedingsstoffen hun werk kunnen doen, moeten ze eerst uit de voeding worden vrijgemaakt, via de darm worden opgenomen en vervolgens naar de juiste weefsels worden vervoerd. Tijdens dit proces kunnen verschillende factoren invloed hebben op de opname.
Daardoor kan iemand voldoende voedingsstoffen eten, terwijl de opname minder efficiënt verloopt.
In deze blog leg ik uit hoe de opname van voedingsstoffen werkt, welke factoren hierop van invloed zijn en waarom opnameproblemen niet altijd direct merkbaar zijn.
Hoe werkt de opname van voedingsstoffen?
Na het eten begint de vertering in de mond en maag. Vervolgens worden voedingsstoffen in de dunne darm verder afgebroken en opgenomen.
Via de darmwand komen vitamines, mineralen, vetten, eiwitten en koolhydraten in de bloedbaan terecht, waarna ze naar verschillende organen en weefsels worden vervoerd.
Voor iedere voedingsstof verloopt dit proces anders.
Sommige vitamines worden bijvoorbeeld opgelost in vet, terwijl andere rechtstreeks via water worden opgenomen. Ook mineralen gebruiken verschillende transporteiwitten om vanuit de darm in het lichaam terecht te komen.
Waarom wordt niet alles opgenomen?
Het lichaam neemt nooit honderd procent van alle voedingsstoffen op.
De opname hangt onder andere af van:
- de vorm waarin een voedingsstof voorkomt;
- de gezondheid van het maag-darmkanaal;
- de samenstelling van de maaltijd;
- leeftijd;
- medicijngebruik;
- de totale voedingsstatus.
Dat is een normaal onderdeel van de spijsvertering.
De vorm van een voedingsstof maakt verschil
Niet iedere vorm van een vitamine of mineraal wordt op dezelfde manier opgenomen.
Enkele voorbeelden:
- ijzer uit dierlijke voeding (heemijzer) wordt doorgaans gemakkelijker opgenomen dan plantaardig ijzer;
- vitamine C verhoogt de opname van niet-heemijzer;
- calciumcarbonaat wordt bij voorkeur tijdens een maaltijd ingenomen, terwijl calciumcitraat minder afhankelijk is van maagzuur;
- magnesiumverbindingen verschillen onderling in biologische beschikbaarheid.
Daarom speelt niet alleen de hoeveelheid, maar ook de vorm van een voedingsstof een rol.
De gezondheid van maag en darmen
Een goed functionerend maag-darmstelsel is belangrijk voor de opname van voedingsstoffen.
Wanneer de werking van maag of darmen verandert, kan ook de opname van bepaalde vitamines en mineralen verminderen.
Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij:
- bepaalde aandoeningen van de dunne darm;
- langdurige diarree;
- operaties aan de maag of darmen;
- aandoeningen waarbij vetten minder goed worden opgenomen.
Welke voedingsstoffen hierdoor worden beïnvloed, verschilt per situatie.
Leeftijd en opname
Ook ouder worden kan invloed hebben op de opname van voedingsstoffen.
Zo neemt de aanmaak van maagzuur bij sommige mensen af naarmate ze ouder worden. Hierdoor kan de opname van onder andere vitamine B12 uit voeding minder efficiënt verlopen.
Daarom krijgen sommige ouderen het advies om extra aandacht te besteden aan hun vitamine B12-status.
Medicijnen kunnen invloed hebben
Sommige medicijnen kunnen de opname of beschikbaarheid van voedingsstoffen beïnvloeden.
Voorbeelden zijn:
- maagzuurremmers;
- metformine;
- bepaalde plasmiddelen;
- sommige medicijnen die de vetopname verminderen.
Dat betekent niet dat deze medicijnen altijd tot een tekort leiden, maar het kan in sommige situaties wel een aandachtspunt zijn.
Stop nooit op eigen initiatief met voorgeschreven medicatie. Bespreek vragen hierover altijd met een arts of apotheker.
Voedingsstoffen beïnvloeden elkaar
Ook voedingsstoffen kunnen elkaar beïnvloeden.
Voorbeelden zijn:
- vitamine C verhoogt de opname van niet-heemijzer;
- vitamine D ondersteunt de opname en benutting van calcium;
- calcium kan de opname van ijzer tijdelijk verminderen wanneer beide gelijktijdig in hoge doseringen worden ingenomen;
- langdurig hoge doseringen zink kunnen de opname van koper beïnvloeden.
Daarom kan de combinatie van voedingsstoffen soms net zo belangrijk zijn als de hoeveelheid.
Waarom merk je opnameproblemen niet direct?
Het lichaam beschikt voor verschillende voedingsstoffen over reserves.
Daarnaast probeert het lichaam de beschikbare voedingsstoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Daardoor ontstaan signalen meestal pas wanneer de voorraad geleidelijk afneemt of wanneer de verminderde opname langere tijd aanhoudt.
In mijn blog 'Waarom tekorten niet altijd direct zichtbaar zijn' lees je hier meer over.
Kun je een opnameprobleem zelf herkennen?
Dat is meestal niet mogelijk.
De signalen van een verminderde opname zijn vaak algemeen en kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:
- vermoeidheid;
- een laag energieniveau;
- spierklachten;
- concentratieproblemen;
- veranderingen aan huid, haar of nagels.
Deze klachten kunnen echter ook andere oorzaken hebben.
Alleen een arts kan beoordelen of aanvullend onderzoek nodig is.
Wanneer kan aanvullend onderzoek zinvol zijn?
Bij langdurige klachten of een verhoogd risico op opnameproblemen kan een arts beoordelen of aanvullend onderzoek wenselijk is.
Dat kan bijvoorbeeld bestaan uit:
- bloedonderzoek;
- beoordeling van het voedingspatroon;
- onderzoek naar de werking van maag of darmen;
- aanvullende medische onderzoeken wanneer daarvoor een aanleiding bestaat.
De keuze hangt altijd af van de persoonlijke situatie.
Wat kun je zelf doen?
Hoewel niet alle opnameproblemen te voorkomen zijn, kun je bijdragen aan een goede opname van voedingsstoffen door:
- gevarieerd te eten;
- voldoende groenten, fruit en volkorenproducten te gebruiken;
- voldoende eiwitrijke producten te eten;
- supplementen volgens het gebruiksadvies in te nemen;
- aandacht te besteden aan de combinatie van bepaalde voedingsstoffen;
- bij langdurige klachten tijdig een arts te raadplegen.
Veelgestelde vragen
Kun je een tekort hebben terwijl je gezond eet?
Ja. In sommige situaties kan de opname van voedingsstoffen verminderd zijn, waardoor een tekort kan ontstaan ondanks een gevarieerd voedingspatroon.
Welke voedingsstoffen worden vaak minder goed opgenomen?
Dat verschilt per persoon. Onder andere vitamine B12, ijzer, calcium, magnesium en vetoplosbare vitamines kunnen onder bepaalde omstandigheden minder goed worden opgenomen.
Kunnen medicijnen de opname beïnvloeden?
Ja. Sommige medicijnen kunnen invloed hebben op de opname of beschikbaarheid van bepaalde voedingsstoffen. Bespreek vragen hierover altijd met een arts of apotheker.
Is een supplement altijd de oplossing?
Nee. Wanneer de opname verminderd is, is het belangrijk om eerst de oorzaak te achterhalen. Een supplement kan soms een aanvulling zijn, maar is niet altijd de volledige oplossing.
Tot slot
De hoeveelheid vitamines en mineralen die je eet, vertelt niet het hele verhaal. Minstens zo belangrijk is hoeveel van deze voedingsstoffen daadwerkelijk door het lichaam worden opgenomen en benut. Factoren zoals leeftijd, gezondheid van maag en darmen, medicijngebruik en de vorm van een voedingsstof kunnen hierbij een rol spelen.
Een gevarieerd voedingspatroon blijft de basis voor een goede voedingsstofvoorziening. Heb je langdurige klachten of twijfel je of je voedingsstoffen goed opneemt? Dan kan een arts beoordelen of aanvullend onderzoek of een persoonlijk voedingsadvies zinvol is.
Maak jouw eigen website met JouwWeb