Is dit zinvol bij gezond ouder worden?
Wanneer we ouder worden, verandert er veel in het lichaam.
Ook het darmmicrobioom blijft niet precies hetzelfde.
In de vorige blog zagen we dat leeftijd daar maar één onderdeel van is. Voeding, geneesmiddelen, beweging, gezondheid, antibioticagebruik en leefomgeving kunnen allemaal invloed hebben op de micro-organismen in onze darm.
Daarmee ontstaat al snel een praktische vraag:
is het verstandig om op oudere leeftijd probiotica te gebruiken?
Dat klinkt misschien logisch.
Als bepaalde bacteriegroepen tijdens het ouder worden veranderen, zouden we die dan niet gewoon kunnen aanvullen?
Zo eenvoudig werkt het helaas niet.
Een probioticum is geen algemene aanvulling van ‘goede darmbacteriën’. Verschillende bacteriestammen hebben verschillende eigenschappen en een product dat in de ene situatie interessant is, hoeft in een andere situatie weinig toe te voegen.
Bovendien heeft niet iedere oudere automatisch een verstoorde darmflora.
In deze blog kijk ik daarom naar wat probiotica precies zijn, waarom de bacteriestam zo belangrijk is, wat er specifiek bij ouderen wordt onderzocht en waar je op kunt letten wanneer je een probioticum overweegt.
Wat zijn probiotica?
Probiotica zijn levende micro-organismen die, wanneer ze in voldoende hoeveelheden worden toegediend, een gezondheidsvoordeel voor de gastheer kunnen opleveren.
Het woord levend is daarbij belangrijk.
Daarmee verschillen probiotica bijvoorbeeld van de postbiotica die we in de eerdere reeks hebben besproken. Bij postbiotica zijn de micro-organismen niet meer levensvatbaar.
Probiotica kunnen verschillende bacteriën of gisten bevatten.
Veelgebruikte groepen zijn bijvoorbeeld bacteriën uit geslachten zoals Lactobacillus en Bifidobacterium.
Maar alleen de naam van het geslacht vertelt nog niet voldoende.
Niet ieder probioticum doet hetzelfde
Dit is misschien wel het belangrijkste punt van deze blog.
Wanneer je in een winkel naar probiotica kijkt, zie je vaak grote aantallen bacteriën op de verpakking.
5 miljard.
10 miljard.
20 miljard.
Soms zelfs tientallen verschillende stammen in één capsule.
Dat kan de indruk geven dat een product beter is wanneer het maar genoeg verschillende bacteriën en miljarden CFU bevat.
Maar zo werkt probioticaonderzoek niet.
De effecten van probiotica zijn vaak stamspecifiek.
Dat betekent dat onderzoek naar één specifieke bacteriestam niet automatisch geldt voor een andere stam van dezelfde bacteriesoort.
Daarom kijk ik liever naar:
stam → dosis → doelgroep → toepassing → onderzoek
dan alleen naar het aantal miljarden bacteriën.
Waarom worden probiotica juist bij ouderen onderzocht?
Dat heeft verschillende redenen.
Zoals we in de vorige blog zagen, kan het darmmicrobioom gedurende het ouder worden veranderen.
Maar ook omstandigheden die vaker voorkomen op latere leeftijd kunnen invloed hebben.
Denk aan veranderingen in voeding, minder lichamelijke activiteit, geneesmiddelengebruik, ziekenhuisopnames en antibioticakuren.
Daarnaast kunnen darmklachten zoals obstipatie op oudere leeftijd vaker voorkomen.
Tegelijkertijd verandert ook het immuunsysteem gedurende het leven.
Daarom onderzoeken wetenschappers of specifieke probiotische stammen binnen bepaalde oudere populaties invloed kunnen hebben op bijvoorbeeld:
stoelgang, darmfunctie en bepaalde immuungerelateerde uitkomsten.
Dat betekent alleen niet dat ‘ouderen’ één uniforme groep vormen.
De ene oudere is de andere niet
Een actieve 68-jarige die dagelijks wandelt, gevarieerd eet en nauwelijks geneesmiddelen gebruikt, bevindt zich in een heel andere situatie dan een kwetsbare 88-jarige die afhankelijk is van intensieve zorg.
Toch vallen ze allebei onder de brede term ‘ouderen’.
Daarom is het bij onderzoek belangrijk om goed te kijken naar wie er daadwerkelijk onderzocht is.
Was het onderzoek uitgevoerd bij gezonde zelfstandig wonende ouderen?
Bij mensen in een zorginstelling?
Bij mensen met obstipatie?
Na een antibioticakuur?
Of bij mensen met een bepaalde aandoening?
Een resultaat uit de ene groep kan niet automatisch naar iedere oudere persoon worden vertaald.
Hebben ouderen automatisch minder ‘goede bacteriën’?
Nee.
Die formulering is te eenvoudig.
In sommige onderzoeken worden bij oudere populaties veranderingen gezien in bacteriegroepen zoals bepaalde Bifidobacterium-soorten.
Maar dat betekent niet dat iedere oudere een tekort aan bifidobacteriën heeft.
Het darmmicrobioom is geen bloedwaarde waarbij we precies kunnen aangeven:
dit bacteriegetal is te laag en moet worden aangevuld.
Bovendien kunnen verschillende micro-organismen deels vergelijkbare functies uitvoeren.
Daarom vind ik de gedachte ‘oudere mensen hebben minder goede bacteriën, dus geef probiotica’ te kort door de bocht.
Een probioticum vervangt je darmflora niet
Ook dit is een veelvoorkomend misverstand.
Wanneer je een probioticum inneemt, betekent dat niet dat de bacteriën uit de capsule permanent een lege plaats in je darm innemen.
Veel probiotische micro-organismen zijn slechts tijdelijk aanwezig tijdens en kort na gebruik.
Dat betekent niet dat ze niets kunnen doen.
Een probioticum hoeft zich niet permanent in de darm te vestigen om tijdens zijn passage biologische interacties aan te gaan.
Maar het betekent wel dat we beter niet spreken over:
‘je darmflora aanvullen’
alsof we ontbrekende bacteriën simpelweg terugplaatsen.
Waarvoor worden probiotica bij ouderen onderzocht?
Onderzoek bij oudere volwassenen richt zich op verschillende onderwerpen.
Een daarvan is stoelgang.
Daarnaast worden specifieke probiotica onderzocht in relatie tot bepaalde darmklachten, antibioticagebruik en verschillende immuungerelateerde uitkomsten.
Sommige onderzoeken laten interessante resultaten zien.
Maar het totaalbeeld verschilt per bacteriestam, onderzoeksopzet en doelgroep.
Daarom kunnen we niet concluderen dat probiotica in het algemeen noodzakelijk zijn voor gezond ouder worden.
De vraag moet altijd specifieker worden gemaakt.
Niet:
werken probiotica bij ouderen?
Maar:
welke stam is onderzocht, bij welke groep ouderen en voor welke uitkomst?
Probiotica en obstipatie
Obstipatie komt relatief vaak voor bij oudere volwassenen.
Daar kunnen veel factoren aan bijdragen.
Minder beweging kan meespelen.
De vochtinname kan veranderen.
Het voedingspatroon kan minder vezels bevatten.
Ook geneesmiddelen kunnen invloed hebben op de stoelgang.
Daarnaast spelen darmmotiliteit en persoonlijke gezondheid mee.
Bepaalde probiotische stammen zijn onderzocht op uitkomsten zoals ontlastingsfrequentie en consistentie.
Daar zijn bij sommige producten interessante resultaten gevonden.
Maar een probioticum is daarmee niet automatisch de eerste of enige stap bij obstipatie.
Ik kijk liever eerst naar het totaal:
vocht + vezels + voeding + beweging + medicatie + darmfunctie
en pas daarna naar de vraag of een specifiek onderzocht probioticum iets kan toevoegen.
Aanhoudende obstipatie verdient aandacht
Nieuwe of langdurige obstipatie moet zeker bij oudere mensen niet automatisch worden afgedaan als ‘slechte darmflora’.
Geneesmiddelen kunnen bijvoorbeeld een rol spelen.
Ook veranderingen in voeding, vochtinname en lichamelijke activiteit kunnen belangrijk zijn.
En soms is verder medisch onderzoek nodig.
Bij bloed bij de ontlasting, onbedoeld gewichtsverlies, hevige buikpijn, bloedarmoede of een duidelijke en aanhoudende verandering van het ontlastingspatroon is medische beoordeling belangrijk.
Een probioticum mag noodzakelijke diagnostiek niet vervangen.
Probiotica na antibiotica
Antibiotica kunnen het darmmicrobioom beïnvloeden.
Daarom klinkt het logisch om na een antibioticakuur probiotica te gebruiken om de darmflora ‘weer op te bouwen’.
Maar zoals we in de eerdere blog over antibiotica hebben gezien, is die formulering te eenvoudig.
Een probioticum is geen resetknop voor het microbioom.
Wel zijn bepaalde probioticastammen onderzocht rondom antibioticageassocieerde diarree.
Bij sommige specifieke preparaten zijn gunstige resultaten gevonden.
Dat is iets anders dan aantonen dat een probioticum de oorspronkelijke darmflora volledig herstelt.
Deze twee uitkomsten moeten we goed uit elkaar houden:
minder kans op of kortere duur van diarree
is iets anders dan
het oorspronkelijke microbioom herstellen.
Wanneer neem je een probioticum bij antibiotica?
Dat hangt af van het gebruikte product.
Bij bacteriële probiotica kan het soms verstandig zijn om de inname niet precies tegelijkertijd met het antibioticum te plannen.
Maar er bestaat geen universele tijdsregel die voor ieder antibioticum en ieder probioticum geldt.
Ook zijn sommige probiotica gebaseerd op een gist in plaats van een bacterie.
Daarom vind ik het verstandiger om bij gelijktijdig gebruik de instructies van het specifieke product te volgen en zo nodig arts of apotheker te raadplegen.
Vooral bij oudere mensen die meerdere geneesmiddelen gebruiken is dat een rustige en veilige aanpak.
Probiotica en het immuunsysteem
Omdat een groot deel van de immuunactiviteit rond de darm plaatsvindt, worden probiotica ook onderzocht in relatie tot verschillende immuunprocessen.
Dat maakt ze interessant binnen healthy aging.
Maar ook hier gebruik ik liever niet de term:
‘probiotica boosten de weerstand’.
Een gezond immuunsysteem hoeft niet voortdurend maximaal geactiveerd te worden.
Het moet juist goed kunnen reageren wanneer dat nodig is en weer kunnen afremmen wanneer een reactie niet langer nodig is.
Specifieke probiotische stammen worden onderzocht op verschillende immuungerelateerde markers en klinische uitkomsten.
Maar resultaten van één stam kunnen niet naar alle probiotica worden vertaald.
Probiotica en luchtweginfecties
Ook luchtweginfecties zijn binnen probioticastudies onderzocht.
Dat klinkt misschien vreemd, omdat het supplement in de darm terechtkomt.
Maar darm en immuunsysteem communiceren met elkaar en immuunprocessen zijn niet volledig beperkt tot één orgaan.
Bij bepaalde probioticastammen zijn effecten op bijvoorbeeld het aantal of de duur van luchtweginfecties onderzocht.
De resultaten zijn echter niet uniform genoeg om te zeggen dat ouderen standaard probiotica moeten gebruiken om verkoudheid of andere luchtweginfecties te voorkomen.
Ook hier blijft het specifieke preparaat belangrijk.
Wat betekenen CFU's?
Op een probioticum zie je vaak de afkorting CFU.
Dat staat voor colony forming units.
Het is een manier om een indicatie te geven van het aantal levensvatbare micro-organismen in een product.
Een miljard CFU klinkt misschien indrukwekkend.
Tien miljard nog beter.
En vijftig miljard misschien helemaal fantastisch.
Maar een hoger aantal is niet automatisch effectiever.
Wanneer een bepaalde bacteriestam in onderzoek bij een specifieke hoeveelheid is gebruikt, is juist die combinatie interessant.
Meer toevoegen zonder bewijs maakt het product niet automatisch beter.
Meer stammen is ook niet automatisch beter
Hetzelfde geldt voor producten met tien, vijftien of twintig verschillende bacteriestammen.
Een groot aantal stammen kan aantrekkelijk klinken.
Maar iedere stam heeft zijn eigen eigenschappen.
Wanneer een onderzocht product meerdere specifieke stammen bevat, kan die combinatie relevant zijn.
Maar simpelweg zo veel mogelijk bacteriën bij elkaar stoppen is geen garantie voor een beter resultaat.
Ik kijk daarom liever naar onderbouwing dan naar aantallen.
Waarom de volledige stamnaam belangrijk is
Op een goed beschreven probioticum staat idealiter niet alleen:
Lactobacillus
of
Bifidobacterium.
Zelfs alleen de soortnaam is vaak nog onvoldoende.
De specifieke stam kan belangrijk zijn voor de onderzochte eigenschappen.
Je kunt dit vergelijken met mensen.
Twee mensen kunnen tot dezelfde familie behoren en toch totaal verschillende eigenschappen hebben.
Bij bacteriën is dat natuurlijk biologisch anders, maar het helpt wel om te begrijpen waarom alleen de algemene bacterienaam onvoldoende informatie geeft.
Wanneer een fabrikant vooral grote gezondheidsclaims maakt maar niet duidelijk vermeldt welke stammen in het product zitten, vind ik dat een reden om kritisch te kijken.
Moet een probioticum in de koelkast?
Niet altijd.
Sommige probiotische micro-organismen zijn gevoeliger voor temperatuur en vocht dan andere.
Daarnaast kunnen productietechniek en verpakking invloed hebben op stabiliteit.
Daarom zijn er producten die gekoeld bewaard moeten worden en producten die bij kamertemperatuur stabiel kunnen blijven.
Het etiket en de bewaarvoorschriften zijn leidend.
‘Moet in de koelkast’ betekent dus niet automatisch dat een probioticum beter is.
Maagzuur en overleving
Een probioticum moet via de mond en maag uiteindelijk het darmkanaal bereiken.
Daarom wordt vaak gesproken over maagzuurresistentie.
Dat is inderdaad relevant.
Maar ook hier hangt veel af van het specifieke micro-organisme en de productformulering.
Sommige stammen zijn van nature beter bestand tegen zure omstandigheden dan andere.
Sommige producten gebruiken een speciale capsule of coating.
Maar een indrukwekkende term zoals ‘maagzuurresistent’ vertelt nog niet of het product daadwerkelijk een gezondheidsvoordeel heeft.
De klinische onderbouwing blijft belangrijker.
Probiotica, prebiotica en synbiotica
Sommige supplementen combineren probiotica met prebiotica.
Zo'n combinatie kan onder bepaalde voorwaarden een synbioticum worden genoemd.
De gedachte is dat levende micro-organismen worden gecombineerd met een substraat dat door micro-organismen kan worden gebruikt.
Dat klinkt logisch.
Maar ook een synbioticum is niet automatisch beter dan een probioticum alleen.
Het hangt opnieuw af van de specifieke combinatie en het onderzoek erachter.
Meer ingrediënten op een etiket betekenen niet automatisch meer gezondheidsvoordeel.
En postbiotica?
Postbiotica bevatten, in tegenstelling tot probiotica, geen levensvatbare micro-organismen.
Ze bestaan uit geïnactiveerde micro-organismen en/of hun componenten, waarbij voor de wetenschappelijke definitie een gezondheidsvoordeel moet zijn aangetoond.
Het ontbreken van levende micro-organismen kan praktische voordelen bieden voor bijvoorbeeld stabiliteit.
Maar dat maakt postbiotica niet automatisch beter dan probiotica.
Het zijn verschillende benaderingen.
Bij beide geldt:
kijk naar het specifieke preparaat en niet alleen naar de categorie.
Zijn probiotica veilig voor ouderen?
Voor veel gezonde volwassenen worden veel gebruikte probiotica over het algemeen goed verdragen.
Mogelijke bijwerkingen zijn bijvoorbeeld tijdelijk meer gasvorming of veranderingen in de stoelgang.
Maar ‘natuurlijk’ betekent niet automatisch dat een product voor iedereen geschikt is.
Bij kwetsbare ouderen is extra voorzichtigheid belangrijk.
Dat geldt vooral bij ernstige ziekte, sterk verminderde afweer, intensieve medische behandeling of andere situaties waarin infectierisico een rol kan spelen.
In zulke omstandigheden zou ik niet zelfstandig een probioticum starten zonder overleg met een arts of andere passende zorgprofessional.
Kwetsbare ouderen vragen om een andere afweging
Dit vind ik belangrijk genoeg om apart te benoemen.
Een supplement dat zonder veel zorgen gebruikt kan worden door een gezonde 65-jarige is niet automatisch een logische keuze voor een ernstig zieke 90-jarige.
Bij kwetsbare mensen spelen meer factoren mee.
Geneesmiddelen.
Voedingstoestand.
Nier- of leverfunctie.
Immuunfunctie.
Medische hulpmiddelen.
Bestaande aandoeningen.
En de reden waarom iemand het supplement wil gebruiken.
Daarom moet supplementgebruik altijd bij de persoon passen en niet alleen bij de leeftijd op het etiket.
Kan een probioticum het microbioom verjongen?
Dat is niet aangetoond.
Een probioticum kan tijdelijk invloed hebben op het darmmilieu en bepaalde specifieke stammen kunnen onder bepaalde omstandigheden een gezondheidsvoordeel geven.
Maar dat is iets anders dan het microbioom biologisch ‘jonger’ maken.
Er bestaat op dit moment geen probioticum waarvan overtuigend is aangetoond dat het het menselijke microbioom verjongt en daardoor de levensduur verlengt.
Claims zoals ‘anti-aging probiotic’ of ‘longevity bacteria’ zou ik daarom kritisch bekijken.
Interessante wetenschap is nog geen bewijs voor levensverlenging.
En bacteriën van honderdplussers?
In de vorige blog hebben we gezien dat onderzoekers het darmmicrobioom van honderdplussers bestuderen.
Daarbij worden soms bijzondere microbiële patronen gevonden.
Dat kan nieuwe onderzoeksvragen opleveren.
Misschien blijken bepaalde bacteriën of microbiële functies in de toekomst interessant.
Maar we kunnen een bacterie die vaker bij honderdplussers voorkomt niet simpelweg in een capsule stoppen en concluderen dat mensen daardoor ook honderd worden.
We weten immers niet of die bacterie heeft bijgedragen aan hun lange leven of juist onderdeel is van hun unieke levensgeschiedenis en gezondheid.
Voeding blijft belangrijker dan het potje alleen
Een probioticum komt terecht in een bestaand ecosysteem.
Wat iemand dagelijks eet, bepaalt mede welke voedingsstoffen en substraten in de darm beschikbaar zijn.
Daarom vind ik het vreemd om veel aandacht te besteden aan een capsule met bacteriën terwijl het dagelijkse voedingspatroon nauwelijks vezels of variatie bevat.
Groenten, fruit, peulvruchten, volkorenproducten, noten en zaden kunnen verschillende voedingsvezels en plantaardige stoffen leveren.
Daar kunnen verschillende darmmicro-organismen weer mee aan de slag.
Een probioticum vervangt die basis niet.
Vezels verdienen daarom hun eigen blog
Vezels zijn veel meer dan alleen ‘voeding voor goede darmbacteriën’.
Verschillende vezeltypen hebben verschillende eigenschappen.
Sommige zijn goed fermenteerbaar.
Andere hebben vooral invloed op volume en stoelgang.
En weer andere combineren verschillende eigenschappen.
Ook binnen healthy aging zijn vezels interessant vanwege de relatie met voeding, darmfunctie en microbiële fermentatie.
Daarom gaan we daar in de volgende blog veel dieper op in:
Vezels en longevity.
Hoe kies je een probioticum?
Wanneer ik naar een probioticum kijk, begin ik niet bij het grootste aantal miljarden bacteriën.
Ik begin bij het doel.
Waarom wil je het gebruiken?
Daarna kijk ik welke specifieke stammen voor die toepassing onderzocht zijn.
Vervolgens zijn de gebruikte hoeveelheid, productkwaliteit, houdbaarheid en bewaarcondities relevant.
Bij oudere volwassenen kijk ik daarnaast naar gezondheid, medicatie, voeding en eventuele kwetsbaarheid.
De kern is dus:
doel → stam → dosis → onderzoek → persoon
Dat is veel informatiever dan:
hoe meer bacteriën, hoe beter.
Wanneer heeft een probioticum weinig zin?
Een probioticum is geen vervanging voor een volwaardig voedingspatroon.
Het compenseert geen chronisch tekort aan energie of eiwitten.
Het vervangt geen vezelrijke voeding.
Het lost geen structureel slaaptekort op.
En het behandelt geen medische darmziekte zonder passende diagnostiek en zorg.
Ook bij aanhoudende diarree, bloed bij de ontlasting, onbedoeld gewichtsverlies, ernstige buikpijn of een langdurige verandering van het ontlastingspatroon is eerst verder onderzoek belangrijk.
Het woord ‘darmflora’ mag geen reden worden om alle darmklachten zelf met supplementen te proberen op te lossen.
Veelgestelde vragen over probiotica voor ouderen
Hebben ouderen standaard probiotica nodig?
Nee. Ouder worden betekent niet automatisch dat iemand een probioticum nodig heeft. Of een product zinvol kan zijn hangt af van het doel, de specifieke stam, dosis en persoonlijke situatie.
Welke probiotica zijn het beste voor ouderen?
Er bestaat geen universeel beste probioticum voor ouderen. De keuze hangt af van de toepassing waarvoor een specifieke stam of combinatie daadwerkelijk onderzocht is.
Zijn bifidobacteriën belangrijk voor ouderen?
Bepaalde bifidobacteriën worden veel onderzocht en sommige oudere populaties laten veranderingen in deze bacteriegroep zien. Dat betekent niet dat iedere oudere bifidobacteriën moet suppleren.
Hoeveel miljard bacteriën moet een probioticum bevatten?
Er bestaat geen universeel optimaal aantal CFU. De relevante hoeveelheid hangt af van de specifieke stam en de dosis die in onderzoek voor een bepaalde toepassing is gebruikt.
Is een probioticum met twintig stammen beter dan één stam?
Niet automatisch. Het aantal stammen zegt weinig zonder informatie over de specifieke stammen, dosis en wetenschappelijke onderbouwing.
Kunnen probiotica helpen bij obstipatie?
Sommige specifieke probioticastammen zijn onderzocht op uitkomsten rondom stoelgang en obstipatie. Het effect is echter niet voor alle probiotica hetzelfde. Bij aanhoudende obstipatie is het ook belangrijk om naar voeding, vocht, beweging, medicatie en mogelijke medische oorzaken te kijken.
Moet je na antibiotica altijd probiotica gebruiken?
Nee. Sommige specifieke probiotica zijn onderzocht rondom antibioticageassocieerde diarree, maar een probioticum is niet automatisch nodig na iedere antibioticakuur en herstelt niet simpelweg de oorspronkelijke darmflora.
Kunnen probiotica de weerstand verhogen?
Dat is te algemeen geformuleerd. Specifieke stammen worden onderzocht op bepaalde immuungerelateerde uitkomsten, maar resultaten kunnen niet naar alle probiotica worden vertaald.
Zijn probiotica veilig voor kwetsbare ouderen?
Daar is extra voorzichtigheid nodig. Bij ernstige ziekte, sterk verminderde afweer of intensieve medische behandeling is overleg met een arts of andere passende zorgprofessional verstandig voordat een probioticum wordt gebruikt.
Kunnen probiotica helpen om langer te leven?
Daar is geen overtuigend bewijs voor. Probiotica kunnen bij specifieke toepassingen interessant zijn, maar er is niet aangetoond dat probioticagebruik op zichzelf de menselijke levensduur verlengt.
Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?
Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.
Overweeg je een probioticum en weet je niet goed welke van de vele producten bij jouw situatie past? Dan kan ik met je meekijken naar het doel waarvoor je het wilt gebruiken, de bacteriestammen, dosering en de rest van je voedingspatroon.
Daarbij kijk ik niet alleen naar het aantal miljarden bacteriën op het etiket.
Ik kijk vooral naar waarom je iets wilt gebruiken en of het product daar daadwerkelijk bij past.
Bij medische aandoeningen, ernstige darmklachten of kwetsbaarheid blijft afstemming met arts of andere passende zorgprofessional belangrijk.
Tot slot
Probiotica kunnen interessante hulpmiddelen zijn.
Ook bij oudere volwassenen.
Maar leeftijd alleen is geen reden om een potje bacteriën aan het dagelijkse supplementenritueel toe te voegen.
Het darmmicrobioom verandert gedurende het leven, maar dat betekent niet dat iedere verandering gecorrigeerd moet worden.
En het betekent ook niet dat we simpelweg ‘goede bacteriën’ kunnen aanvullen totdat het microbioom weer jong is.
Probiotica werken veel specifieker.
Een bepaalde stam, in een bepaalde dosis, bij een bepaalde doelgroep en voor een bepaalde toepassing.
Dat is de manier waarop ik ernaar kijk.
Niet:
welk probioticum bevat de meeste bacteriën?
Maar:
wat wil ik ondersteunen en welk product is daarvoor daadwerkelijk onderzocht?
Daarnaast blijft het dagelijkse voedingspatroon belangrijk.
Want een probioticum komt niet in een leeg systeem terecht.
Het komt terecht in een bestaand darmecosysteem dat iedere dag wordt beïnvloed door wat je eet, hoeveel je beweegt, welke geneesmiddelen je gebruikt en je algemene gezondheid.
Daarom gaan we in de volgende blog terug naar iets heel gewoons, maar biologisch bijzonder interessants:
voedingsvezels.
Wat doen verschillende soorten vezels eigenlijk in onze darm, wat hebben ze te maken met microbiële fermentatie en korteketenvetzuren, en kunnen we werkelijk spreken over een relatie tussen vezels en longevity?