Testosteron uitgelegd: functies en veranderingen met de leeftijd

Testosteron wordt vaak gezien als hét mannelijke hormoon.

Het wordt in verband gebracht met spiermassa, libido, energie, baardgroei en mannelijkheid. Daardoor ontstaat soms het idee dat meer testosteron automatisch beter is en dat vermoeidheid, minder spierkracht of minder zin in seks altijd wijzen op een testosterontekort.

Zo eenvoudig werkt het niet.

Testosteron is een belangrijk hormoon, maar het maakt deel uit van een nauwkeurig geregeld hormonaal systeem. Bovendien wordt testosteron in het lichaam omgezet in andere hormonen die eveneens belangrijke functies hebben.

Om testosteron goed te begrijpen, moeten we daarom eerst kijken naar waar het wordt gemaakt en wie eigenlijk bepaalt hoeveel testosteron de testikels produceren.

Wat is testosteron?

Testosteron is een steroïdhormoon en behoort tot de androgenen.

Androgenen zijn hormonen die onder andere betrokken zijn bij de ontwikkeling en het functioneren van mannelijke geslachtskenmerken.

Bij mannen wordt het grootste deel van het testosteron geproduceerd in de testikels, vooral door zogenaamde Leydigcellen.

Een kleinere hoeveelheid androgenen wordt geproduceerd door de bijnieren.

Ook vrouwen maken testosteron, maar gemiddeld in aanzienlijk kleinere hoeveelheden.

Waar wordt testosteron van gemaakt?

Net als andere steroïdhormonen wordt testosteron uiteindelijk gemaakt uit cholesterol.

Dat betekent overigens niet dat meer cholesterol eten automatisch meer testosteron oplevert.

Het lichaam kan zelf cholesterol produceren en reguleert de hormoonproductie via verschillende enzymen en hormonale signalen.

Vereenvoudigd verloopt de route zo:

cholesterol → verschillende tussenstappen → testosteron

De testikel kan dit proces echter niet zomaar zelfstandig aanzetten.

Daarvoor komt eerst een signaal uit de hersenen.

Hoe weten de testikels hoeveel testosteron ze moeten maken?

De productie wordt geregeld via de hypothalamus-hypofyse-testis-as.

Dat klinkt ingewikkeld, maar het systeem is goed te volgen.

De hypothalamus bevindt zich in de hersenen en geeft het hormoon GnRH af.

GnRH stimuleert de hypofyse.

De hypofyse maakt vervolgens onder andere LH, luteïniserend hormoon.

LH reist via het bloed naar de testikels en geeft de Leydigcellen de opdracht:

maak testosteron.

Heel eenvoudig:

hypothalamus → GnRH → hypofyse → LH → testikel → testosteron

Dit regelsysteem bepaalt voortdurend hoeveel testosteron nodig is.

Hoe weet het brein wanneer er genoeg testosteron is?

Het systeem werkt met negatieve terugkoppeling.

Wanneer voldoende testosteron en bepaalde afgeleide hormonen aanwezig zijn, krijgen hypothalamus en hypofyse als het ware het signaal:

er is genoeg, de productie mag wat omlaag.

Wanneer de hoeveelheid daalt, kan de aansturing juist weer toenemen.

Je kunt het vergelijken met een thermostaat.

De verwarming staat niet continu maximaal aan. Het systeem controleert voortdurend of er meer of minder warmte nodig is.

Bij testosteron gebeurt iets vergelijkbaars.

Wat doet testosteron in een cel?

Testosteron reist via het bloed naar verschillende weefsels.

Daar kan het de cel binnengaan en zich binden aan een androgeenreceptor.

Het hormoon-receptorcomplex kan vervolgens invloed hebben op de activiteit van bepaalde genen in de cel.

Daardoor kan testosteron bijvoorbeeld processen beïnvloeden die betrokken zijn bij:

  • spierweefsel;

  • botweefsel;

  • rode bloedcellen;

  • seksuele functie;

  • huid en haar;

  • voortplanting.

Testosteron is dus geen soort energiestof die direct “kracht” geeft.

Het is een signaalhormoon dat cellen vertelt hoe bepaalde processen gereguleerd moeten worden.

Wat doet testosteron tijdens de puberteit?

Tijdens de puberteit neemt de hormonale aansturing van de testikels sterk toe.

Daardoor stijgt de testosteronproductie.

Onder invloed van testosteron en andere androgenen ontstaan verschillende veranderingen.

Denk aan:

  • groei van penis en testikels;

  • toename van spiermassa;

  • stemverlaging;

  • toename van lichaamsbeharing;

  • baardgroei;

  • veranderingen in talgproductie;

  • ontwikkeling van seksuele interesse;

  • veranderingen in botopbouw.

Maar niet ieder effect wordt rechtstreeks door testosteron zelf veroorzaakt.

Een deel ontstaat doordat testosteron wordt omgezet in DHT of oestradiol.

Wat is DHT?

DHT staat voor dihydrotestosteron.

In bepaalde weefsels kan het enzym 5-alfa-reductase testosteron omzetten in DHT.

Vereenvoudigd:

testosteron → 5-alfa-reductase → DHT

DHT bindt sterker aan de androgeenreceptor dan testosteron.

Het speelt onder andere een belangrijke rol bij:

  • ontwikkeling van mannelijke uitwendige geslachtskenmerken;

  • prostaatweefsel;

  • baard- en lichaamsbeharing;

  • haarzakjes.

Dat laatste verklaart waarom androgenen zowel baardgroei kunnen stimuleren als erfelijke kaalheid kunnen bevorderen.

Het effect hangt af van het soort haarzakje en genetische gevoeligheid.

Is DHT slecht?

Nee.

DHT is een normaal hormoon met belangrijke fysiologische functies.

Het wordt vooral problematisch wanneer je DHT simpelweg als “goed” of “slecht” probeert te zien.

Bij bepaalde mannen kan gevoeligheid voor DHT bijvoorbeeld bijdragen aan androgenetische kaalheid.

DHT speelt ook een rol bij prostaatgroei.

Maar zonder DHT zou de normale mannelijke ontwikkeling eveneens anders verlopen.

Hormonen zijn zelden simpelweg goed of slecht.

Het gaat om hoeveelheid, gevoeligheid van weefsels en de situatie waarin het hormoon werkt.

Testosteron kan ook worden omgezet in oestrogeen

Dit is een belangrijk onderdeel dat vaak wordt vergeten.

Mannen hebben ook oestrogeen nodig.

Het enzym aromatase kan testosteron omzetten in oestradiol.

Vereenvoudigd:

testosteron → aromatase → oestradiol

Oestradiol speelt ook bij mannen een rol bij onder andere:

  • botgezondheid;

  • seksuele functie;

  • hersenfunctie;

  • hormonale terugkoppeling.

Oestrogeen is dus niet uitsluitend een vrouwelijk hormoon.

En testosteron functioneert niet los van oestradiol.

Waarom is testosteron belangrijk voor spieren?

Testosteron kan via androgeenreceptoren invloed hebben op processen die betrokken zijn bij spierweefsel.

Het ondersteunt onder andere de eiwitstofwisseling en spieropbouw.

Dat betekent echter niet:

hoog testosteron = automatisch grote spieren.

Voor spiergroei zijn ook nodig:

  • mechanische trainingsprikkels;

  • voldoende eiwit;

  • voldoende energie;

  • herstel;

  • slaap.

Testosteron creëert een hormonale omgeving waarin spierweefsel kan reageren, maar zonder trainingsprikkel ontstaat niet vanzelf maximale spiergroei.

Waarom hebben mannen gemiddeld meer spiermassa?

Een belangrijke reden is de veel hogere blootstelling aan androgenen vanaf de puberteit.

Testosteron beïnvloedt spiermassa, botbouw en lichaamssamenstelling.

Daarom ontwikkelen mannen gemiddeld meer vetvrije massa dan vrouwen.

Dat verschil ontstaat vooral tijdens en na de puberteit.

Maar binnen mannen zelf bestaan uiteraard grote verschillen door onder andere:

  • genetica;

  • training;

  • voeding;

  • leeftijd;

  • gezondheid;

  • hormoonwaarden.

Testosteron en botten

Testosteron is ook belangrijk voor botgezondheid.

Dat gebeurt deels rechtstreeks via androgeenreceptoren, maar een deel van het effect loopt via de omzetting van testosteron naar oestradiol.

Oestradiol blijkt ook bij mannen belangrijk voor het behoud van botweefsel.

Dat is opnieuw een goed voorbeeld waarom “mannelijk testosteron versus vrouwelijk oestrogeen” biologisch veel te simpel is.

Beide hormonen zijn bij mannen relevant.

Testosteron en rode bloedcellen

Testosteron kan de aanmaak van rode bloedcellen stimuleren.

Daarom hebben mannen gemiddeld een hoger hemoglobinegehalte en hematocriet dan vrouwen vóór de menopauze.

Dit effect is ook relevant bij medische testosteronbehandeling.

Wanneer testosteron wordt toegediend, kan bij sommige mannen het hematocriet te sterk stijgen.

Daarom worden bloedwaarden tijdens medische testosterontherapie gecontroleerd.

Dit laat zien dat testosteron niet simpelweg een “vitaliteitshormoon” is.

Meer testosteron is niet automatisch beter.

Testosteron en libido

Testosteron speelt een duidelijke rol bij seksueel verlangen.

Bij een uitgesproken testosterontekort kan het libido afnemen.

Maar libido wordt door veel meer factoren bepaald.

Denk aan:

  • relatie;

  • stress;

  • slaap;

  • stemming;

  • medicatie;

  • lichamelijke gezondheid;

  • seksuele functie;

  • andere hormonen.

Een lager libido bewijst daarom niet dat testosteron te laag is.

En erecties dan?

Testosteron en erecties worden vaak als hetzelfde probleem gezien, maar dat zijn ze niet.

Testosteron speelt een rol bij seksuele interesse en ondersteunt verschillende processen binnen de seksuele functie.

Een erectie zelf is echter sterk afhankelijk van:

  • bloedvaten;

  • zenuwen;

  • stikstofmonoxide;

  • psychologische prikkeling.

Erectieproblemen kunnen bijvoorbeeld samenhangen met vaatproblemen, diabetes, medicatie, roken, stress of neurologische factoren.

Een erectieprobleem is dus niet automatisch een testosteronprobleem.

Geeft testosteron energie?

Dit wordt vaak gezegd, maar “energie” is een lastig begrip.

Bij een werkelijk testosterontekort kunnen vermoeidheid en verminderd welzijn voorkomen.

Maar iemand die moe is heeft niet automatisch een testosterontekort.

Vermoeidheid kan bijvoorbeeld samenhangen met:

  • slaaptekort;

  • slaapapneu;

  • bloedarmoede;

  • schildklierproblemen;

  • stress;

  • depressie;

  • onvoldoende energie-inname;

  • chronische ziekte;

  • medicatie.

Daarom is:

“ik ben moe, dus mijn testosteron is laag”

geen betrouwbare conclusie.

Wat gebeurt er met testosteron tijdens de dag?

Testosteron volgt een dagritme.

Bij jongere mannen zijn de waarden meestal hoger in de ochtend en lager later op de dag.

Daarom wordt testosteron bij diagnostiek doorgaans in de ochtend gemeten.

Bij oudere mannen wordt dit dagelijkse verschil vaak minder uitgesproken.

Ook slaap speelt een rol in dit ritme.

Daarom kunnen slaaptekort en verstoorde slaap invloed hebben op testosteronmetingen en hormoonregulatie.

Daalt testosteron vanaf je dertigste ieder jaar?

Je leest vaak dat testosteron vanaf ongeveer het dertigste levensjaar “ieder jaar één procent daalt”.

Dat is een te eenvoudige voorstelling.

Gemiddeld zien we met het ouder worden een geleidelijke daling in testosteronwaarden, maar het verloop verschilt sterk tussen mannen.

Daarnaast spelen veranderingen in:

  • lichaamsgewicht;

  • ziekten;

  • medicatie;

  • slaap;

  • beweging;

  • metabole gezondheid

een grote rol.

Bij sommige mannen blijven testosteronwaarden tot op hogere leeftijd relatief goed behouden.

Leeftijd alleen bepaalt dus niet alles.

Waarom heeft lichaamsvet invloed op testosteron?

Vooral bij obesitas worden gemiddeld vaker lagere testosteronwaarden gezien.

Daarvoor bestaan meerdere mogelijke mechanismen.

Vetweefsel bevat bijvoorbeeld aromatase, waarmee testosteron naar oestradiol kan worden omgezet.

Daarnaast kunnen insulineresistentie, ontstekingssignalen en veranderingen in de hypothalamus-hypofyse-testis-as invloed hebben.

Er kan daardoor een wisselwerking ontstaan:

meer vetmassa → testosteron kan dalen

terwijl:

lager testosteron → behoud van spiermassa kan moeilijker worden

Hier ga ik later uitgebreider op in.

Wat doet slaap met testosteron?

Een belangrijk deel van de dagelijkse hormonale regulatie vindt plaats in samenhang met slaap.

Structureel onvoldoende of sterk verstoorde slaap kan de normale testosteronproductie beïnvloeden.

Maar het is niet zo dat één slechte nacht onmiddellijk een klinisch testosterontekort veroorzaakt.

Het gaat vooral om het bredere patroon.

Bij mannen met klachten kan ook slaapapneu belangrijk zijn.

Slaapapneu komt vaker voor bij overgewicht en kan onder andere samenhangen met vermoeidheid en hormonale verstoringen.

Daardoor kunnen klachten die aan “laag testosteron” worden toegeschreven soms een heel andere oorzaak hebben.

Wat doet krachttraining met testosteron?

Na zware krachttraining kan testosteron tijdelijk veranderen.

Maar zo'n korte hormonale piek na een training bepaalt niet rechtstreeks hoeveel spiermassa iemand opbouwt.

Het belangrijkste effect van krachttraining zit in de trainingsprikkel in het spierweefsel zelf.

Regelmatige krachttraining ondersteunt bovendien:

  • spiermassa;

  • lichaamssamenstelling;

  • insulinegevoeligheid;

  • botgezondheid.

Dat kan indirect ook een gunstige omgeving voor een normale hormoonhuishouding ondersteunen.

Kun je testosteron verhogen met voeding?

Bij een ernstig tekort aan energie of bepaalde voedingsstoffen kan de normale hormoonproductie worden verstoord.

Een volwaardig voedingspatroon is daarom belangrijk.

Maar bij iemand die voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt, bestaat er niet één voedingsmiddel waarmee testosteron spectaculair kan worden verhoogd.

Dat geldt ook voor bekende “testosteronvoedingsstoffen” zoals:

  • zink;

  • magnesium;

  • vitamine D.

Een tekort corrigeren kan belangrijk zijn.

Maar:

voldoende → meer → nóg hoger testosteron

is geen algemene biologische regel.

Werken testosteronboosters?

Supplementen worden vaak verkocht met ingrediënten zoals:

  • zink;

  • magnesium;

  • fenegriek;

  • tribulus;

  • ashwagandha;

  • vitamine D.

De marketing suggereert soms dat deze producten testosteron bij iedere gezonde man sterk verhogen.

Daar is doorgaans geen overtuigend bewijs voor.

Vooral bij iemand met een daadwerkelijk tekort aan een voedingsstof kan correctie relevant zijn.

Maar een supplement verandert een normale testosteronwaarde niet automatisch in een hoge waarde.

Wanneer spreek je van een testosterontekort?

Een medisch testosterontekort wordt hypogonadisme genoemd.

Daarvoor is niet alleen een klacht nodig.

Er moet sprake zijn van:

passende klachten én herhaaldelijk lage testosteronwaarden

op correct uitgevoerde bloedmetingen.

Mogelijke klachten kunnen onder andere zijn:

  • duidelijk verminderd libido;

  • minder spontane ochtenderecties;

  • verminderde spiermassa;

  • afgenomen botmassa;

  • vermoeidheid;

  • vruchtbaarheidsproblemen.

Maar veel van deze klachten zijn niet specifiek.

Daarom hoort de diagnose bij een arts.

Waarom moet testosteron meestal meer dan één keer worden gemeten?

Testosteronwaarden kunnen variëren.

Ze worden onder andere beïnvloed door:

  • tijdstip;

  • slaap;

  • acute ziekte;

  • energietekort;

  • laboratoriumvariatie.

Daarom wordt een onverwacht lage waarde meestal niet op basis van één meting definitief beoordeeld.

Een herhaalde ochtendmeting kan nodig zijn.

Afhankelijk van de situatie kunnen daarnaast bijvoorbeeld LH, FSH, SHBG en andere waarden worden onderzocht om te bepalen waar in het regelsysteem het probleem zit.

Wat betekenen LH en FSH?

LH hebben we al gezien.

Het stimuleert de Leydigcellen om testosteron te produceren.

FSH, follikelstimulerend hormoon, speelt samen met testosteron een belangrijke rol bij de zaadcelproductie in de testikels.

De combinatie van testosteron, LH en FSH kan artsen informatie geven over de oorzaak van hypogonadisme.

Bijvoorbeeld:

laag testosteron + hoog LH

kan erop wijzen dat de testikels onvoldoende reageren ondanks sterke aansturing.

Terwijl:

laag testosteron + laag of onvoldoende normaal LH

kan wijzen op een probleem hoger in de regelkring.

Daarmee zie je opnieuw waarom “laag testosteron” op zichzelf nog niet het hele verhaal vertelt.

Testosteronbehandeling: waarom niet gewoon extra geven?

Wanneer iemand een vastgesteld testosterontekort heeft, kan testosterontherapie in bepaalde situaties medisch worden overwogen.

Maar testosteron is geen onschuldig vitaliteitssupplement.

Behandeling kan invloed hebben op onder andere:

  • rode bloedcellen;

  • prostaat;

  • vruchtbaarheid;

  • hormoonproductie van de testikels.

Wanneer van buitenaf testosteron wordt gegeven, merkt het brein dat er voldoende androgenen aanwezig zijn.

De afgifte van GnRH en LH kan daardoor afnemen.

De testikels krijgen vervolgens minder stimulatie.

Daardoor kan de eigen testosteronproductie én zaadcelproductie dalen.

Dat is een belangrijke reden waarom testosterontherapie niet zomaar moet worden gebruikt door mannen die nog kinderen willen verwekken.

Is hoger testosteron altijd beter?

Nee.

Het lichaam probeert testosteron binnen een fysiologisch bereik te houden.

Zowel een werkelijk tekort als extreem hoge niveaus kunnen nadelen hebben.

Buitengewoon hoge androgeneniveaus, zoals bij misbruik van anabole steroïden, kunnen onder andere gevolgen hebben voor:

  • vruchtbaarheid;

  • bloeddruk;

  • cholesterolprofiel;

  • lever;

  • hart en bloedvaten;

  • huid;

  • stemming;

  • eigen hormoonproductie.

Het doel van gezondheid is dus niet:

zo veel mogelijk testosteron

maar:

een normaal functionerende hormoonhuishouding.

De orthomoleculaire blik op testosteron

Binnen een orthomoleculaire benadering is het verstandig om testosteron niet geïsoleerd te bekijken.

Bij klachten kun je onder andere aandacht besteden aan:

  • slaapkwaliteit;

  • lichaamsgewicht;

  • spiermassa;

  • krachttraining;

  • totale energie-inname;

  • volwaardige voeding;

  • vitamine- en mineralenstatus;

  • alcoholgebruik;

  • stress;

  • metabole gezondheid.

Maar leefstijlondersteuning moet niet worden verward met medische diagnostiek.

Wanneer daadwerkelijk een testosterontekort wordt vermoed, is bloedonderzoek nodig.

De eerste vraag is dus niet:

“Welk supplement verhoogt testosteron?”

maar:

“Is testosteron daadwerkelijk te laag en zo ja, waarom?”

Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?

Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.

Heb je na het lezen van deze blog vragen of wil je meer overzicht in jouw situatie? Dan kun je gerust contact met mij opnemen.

Neem contact met mij op →

Conclusie

Testosteron is veel meer dan een hormoon voor spiermassa en libido.

Het maakt deel uit van een nauwkeurig geregeld systeem:

hypothalamus → GnRH → hypofyse → LH → testikels → testosteron

Testosteron kan vervolgens in verschillende weefsels zelf werken of worden omgezet in:

DHT, dat onder andere belangrijk is voor prostaat, haar en mannelijke ontwikkeling,

en:

oestradiol, dat ook bij mannen belangrijke functies heeft voor onder andere botten en hormonale regulatie.

In het bloed is testosteron bovendien deels gebonden aan transporteiwitten zoals SHBG, waardoor een totaal-testosteronwaarde niet altijd het volledige verhaal vertelt.

Met het ouder worden kunnen testosteronwaarden gemiddeld afnemen, maar leeftijd is lang niet de enige factor. Slaap, lichaamsgewicht, metabole gezondheid, ziekte en leefstijl kunnen eveneens invloed hebben.

Daarom betekenen vermoeidheid, buikvet, minder libido of minder spierkracht niet automatisch dat testosteron te laag is.

En dat is misschien wel de belangrijkste boodschap:

testosteron is belangrijk, maar mannengezondheid kun je niet terugbrengen tot één hormoon of één getal.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.