Collageen uitgelegd: meer dan alleen een beauty-supplement

Collageen is overal in het lichaam aanwezig

Wanneer collageen ter sprake komt, denken veel mensen direct aan een gladde huid, anti-aging en beautyproducten. Toch doet dat dit bijzondere eiwit eigenlijk tekort.

Collageen is namelijk het meest voorkomende eiwit in het menselijk lichaam. Het vormt een belangrijk onderdeel van onder andere de huid, botten, pezen, ligamenten, kraakbeen, bloedvaten en ander bindweefsel.

Je kunt collageen zien als een soort stevig dragend netwerk in het lichaam. Het helpt weefsels vorm en treksterkte te geven en zorgt ervoor dat structuren bestand zijn tegen belasting.

De belangstelling voor collageensupplementen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Tegelijkertijd bestaan er nog veel vragen.

Wat is collageen precies? Hoe maakt het lichaam het zelf? Waarom verandert collageen naarmate we ouder worden? En misschien wel de belangrijkste vraag bij supplementen: gaat het collageen dat je inneemt eigenlijk rechtstreeks naar je huid of gewrichten?

Vandaag kijken we stap voor stap naar wat collageen in het lichaam doet en hoe de collageenstofwisseling werkt.

Wat is collageen?

Collageen is een zogenoemd structureel eiwit.

Dat betekent dat het eiwit vooral wordt gebruikt om vorm, stevigheid en ondersteuning aan weefsels te geven.

Ongeveer een derde van alle eiwitten in het menselijk lichaam bestaat uit collageen.

Het komt onder andere voor in:

  • de huid;

  • botten;

  • kraakbeen;

  • pezen;

  • ligamenten;

  • bloedvaten;

  • tandvlees;

  • spieren;

  • bindweefsel rondom organen.

De naam collageen is afgeleid van het Griekse woord kolla, dat lijm betekent. Die vergelijking is begrijpelijk, maar collageen is meer dan alleen een soort biologische lijm.

Collageen vormt vezels en netwerken die weefsels juist mechanische stevigheid geven.

Een pees moet bijvoorbeeld enorme trekkrachten kunnen verdragen. Bot moet stevig zijn maar tegelijkertijd enige flexibiliteit behouden. En de huid moet sterk genoeg zijn om bescherming te bieden zonder een harde, onbeweeglijke laag te worden.

Collageen speelt bij al deze structuren een belangrijke rol.

Hoe ziet collageen eruit?

Collageen heeft een bijzondere opbouw.

Drie eiwitketens draaien om elkaar heen en vormen samen een soort kabelachtige structuur: de bekende drievoudige helix.

Die opbouw zorgt voor veel treksterkte.

De belangrijkste aminozuren in collageen zijn onder andere:

  • glycine;

  • proline;

  • hydroxyproline.

Glycine komt opvallend vaak voor in collageen. Door zijn kleine structuur past dit aminozuur precies op de plaatsen waar de drie eiwitketens dicht om elkaar heen draaien.

De afzonderlijke collageenmoleculen kunnen vervolgens samen grotere collageenvezels vormen.

Je kunt het enigszins vergelijken met:

aminozuren → eiwitketens → collageenhelix → collageenvezels → bindweefsel

Daardoor ontstaat uiteindelijk het stevige netwerk dat we terugvinden in bijvoorbeeld huid, botten en pezen.

Welke soorten collageen bestaan er?

Er zijn inmiddels meer dan 28 verschillende typen collageen beschreven.

Ze hebben niet allemaal dezelfde functie en komen ook niet overal in dezelfde hoeveelheden voor.

Type I collageen

Type I is veruit het meest voorkomende collageentype.

Het komt vooral voor in:

  • huid;

  • pezen;

  • botten;

  • ligamenten;

  • bindweefsel.

Dit type vormt zeer sterke vezels en is vooral belangrijk voor weefsels die veel trekkracht moeten kunnen weerstaan.

Type II collageen

Type II bevindt zich voornamelijk in kraakbeen.

Kraakbeen bevat veel water en vormt een glad en veerkrachtig oppervlak aan de uiteinden van botten in gewrichten.

Type II collageen vormt een belangrijk onderdeel van het netwerk dat deze structuur ondersteunt.

Type III collageen

Type III komt vaak samen met type I voor.

Het wordt onder andere aangetroffen in:

  • huid;

  • bloedvaten;

  • organen;

  • verschillende soorten bindweefsel.

Type III vormt fijnere vezelstructuren en ondersteunt weefsels die relatief flexibel moeten blijven.

Voor de meeste mensen zijn vooral type I, II en III relevant wanneer we spreken over voeding en collageensupplementen.

Hoe maakt het lichaam zelf collageen?

Collageen uit onze huid, botten en pezen wordt niet kant-en-klaar uit voeding opgenomen.

Het lichaam bouwt collageen zelf.

Daarvoor zijn allereerst aminozuren nodig. Die krijgen we binnen via eiwitten uit voeding en via de normale omzetting van aminozuren in het lichaam.

Verschillende cellen kunnen collageen produceren.

In de huid zijn vooral fibroblasten belangrijk. Dit zijn bindweefselcellen die onder andere collageen en andere onderdelen van de extracellulaire matrix produceren.

Bij de collageenproductie worden eerst langere eiwitketens gevormd.

Daarna vinden verschillende chemische aanpassingen plaats voordat uiteindelijk een stabiele collageenstructuur ontstaat.

Daar zijn verschillende voedingsstoffen en enzymen bij betrokken.

Waarom vitamine C zo belangrijk is voor collageen

Vitamine C heeft een heel concrete functie bij de collageenvorming.

Tijdens de productie van collageen moeten bepaalde aminozuren in de eiwitketens chemisch worden aangepast.

Onder andere proline en lysine worden hierbij door enzymen omgezet.

Voor deze enzymatische reacties is vitamine C nodig als cofactor.

Die aanpassingen helpen de drievoudige collageenhelix stabiel te maken.

Dat betekent dus niet simpelweg:

vitamine C is goed voor collageen.

Er zit daadwerkelijk een biochemische stap achter:

aminozuren → voorlopers van collageen → vitamine C-afhankelijke enzymatische reacties → stabielere collageenstructuur

Bij een ernstig vitamine C-tekort kan deze collageenvorming daardoor niet goed verlopen.

Het klassieke voorbeeld daarvan is scheurbuik, waarbij onder andere bloedend tandvlees, slechte wondgenezing en kwetsbare bloedvaten kunnen ontstaan.

Dat laat goed zien hoe belangrijk collageen voor verschillende weefsels is.

Goede voedingsbronnen van vitamine C zijn onder andere:

  • paprika;

  • kiwi;

  • aardbeien;

  • broccoli;

  • spruitjes;

  • citrusfruit.

Welke andere voedingsstoffen zijn betrokken?

Collageenvorming is geen proces waarbij maar één vitamine betrokken is.

Het lichaam heeft onder andere voldoende eiwitten en aminozuren nodig.

Ook koper speelt een rol.

Koper is betrokken bij het enzym lysyl oxidase. Dit enzym helpt verbindingen, zogenoemde crosslinks, te vormen tussen collageenvezels.

Die verbindingen dragen bij aan de stevigheid van het uiteindelijke collageennetwerk.

Ook zink is betrokken bij veel enzymatische processen en speelt een rol bij onder andere weefselherstel en normale eiwitsynthese.

Maar het belangrijkste uitgangspunt blijft:

collageenproductie vraagt om voldoende bouwstoffen én een goed functionerend stofwisselingsproces.

Collageen wordt voortdurend opgebouwd én afgebroken

Collageen is geen materiaal dat één keer wordt aangelegd en vervolgens levenslang hetzelfde blijft.

Het lichaam vernieuwt bindweefsel voortdurend.

Oude of beschadigde collageenvezels worden afgebroken en vervangen door nieuw collageen.

Bij deze afbraak zijn onder andere enzymen betrokken die matrixmetalloproteïnasen, of MMP's, worden genoemd.

Er bestaat dus voortdurend een balans tussen:

collageenaanmaak ↔ collageenafbraak

Bij jonge gezonde weefsels kan die balans anders liggen dan op latere leeftijd.

Dat is een belangrijk punt wanneer we praten over huidveroudering.

Wat gebeurt er met collageen als we ouder worden?

Vanaf de vroege volwassenheid verandert geleidelijk de collageenstofwisseling.

Fibroblasten produceren na verloop van tijd minder nieuw collageen en bestaande collageenvezels kunnen veranderen in kwaliteit en structuur.

Daarnaast verloopt de organisatie van het collageennetwerk minder optimaal.

In de huid kan dit uiteindelijk bijdragen aan veranderingen zoals:

  • minder stevigheid;

  • minder veerkracht;

  • een dunnere huid;

  • fijne lijntjes;

  • rimpelvorming.

Het is dus te simpel om te zeggen dat je lichaam vanaf precies je 25e ieder jaar een vast percentage collageen verliest.

Veroudering is een geleidelijk proces waarbij zowel verminderde aanmaak als verandering en afbraak van bestaand collageen een rol spelen.

Collageen en de huid

De huid bestaat uit meerdere lagen.

De buitenste laag is de epidermis. Daaronder ligt de dermis, ook wel lederhuid genoemd.

Juist in deze dermis bevinden zich grote hoeveelheden collageen.

Collageen vormt daar samen met onder andere elastine en andere bestanddelen van de extracellulaire matrix een ondersteunend netwerk.

Collageen en elastine worden soms in één adem genoemd, maar ze hebben niet precies dezelfde taak.

Collageen geeft vooral stevigheid en treksterkte.

Elastine helpt weefsel na uitrekking weer terugveren.

Daarom is het nauwkeuriger om collageen niet simpelweg het 'elasticiteitseiwit' van de huid te noemen.

Waarom zonlicht zoveel invloed heeft op collageen

UV-straling is een belangrijke externe factor bij huidveroudering.

Wanneer de huid regelmatig aan UV-straling wordt blootgesteld, kunnen verschillende processen veranderen.

UV-straling kan onder andere:

  • oxidatieve stress verhogen;

  • fibroblasten beïnvloeden;

  • de productie van bepaalde matrixmetalloproteïnasen verhogen;

  • afbraak van collageen stimuleren.

Hierdoor kan bestaand collageen sneller worden beschadigd en afgebroken.

Langdurige UV-blootstelling draagt daardoor bij aan wat fotoveroudering wordt genoemd.

Dit is een belangrijke reden waarom zonbescherming een veel grotere rol speelt bij het behoud van huidstructuur dan veel mensen zich realiseren.

Je kunt immers collageenbouwstoffen binnenkrijgen, maar wanneer tegelijkertijd veel collageen wordt beschadigd of afgebroken, blijft de totale balans minder gunstig.

Wat doet roken met collageen?

Roken heeft eveneens invloed op huidveroudering en bindweefsel.

Sigarettenrook bevat stoffen die oxidatieve stress kunnen verhogen en verschillende herstelprocessen beïnvloeden.

Daarnaast kan roken invloed hebben op de bloedvoorziening van de huid.

Ook processen die betrokken zijn bij collageenaanmaak en -afbraak kunnen hierdoor veranderen.

Dit verklaart mede waarom langdurig roken vaak samenhangt met sterkere zichtbare huidveroudering.

Collageen en botten

Bij botgezondheid denken veel mensen direct aan calcium.

Maar bot is veel meer dan alleen mineraal.

Een groot deel van het organische gedeelte van bot bestaat uit type I collageen.

Dit collageen vormt als het ware een flexibel raamwerk.

Daarin worden mineralen, waaronder calcium en fosfaat in de vorm van hydroxyapatiet, afgezet.

Je kunt bot daarom enigszins vergelijken met gewapend beton:

collageen vormt het flexibele raamwerk en mineralen geven extra hardheid en druksterkte.

Zonder voldoende minerale afzetting zou bot te zacht worden.

Maar zonder het collageennetwerk zou bot juist te bros zijn.

Botgezondheid draait dus om de combinatie van organische en minerale structuren.

Collageen en pezen

Pezen verbinden spieren met botten.

Tijdens bewegen moeten zij grote trekkrachten kunnen verdragen.

Daarom bevatten pezen zeer veel type I collageen.

De collageenvezels liggen hier grotendeels in dezelfde richting georganiseerd.

Dat is functioneel: wanneer een spier kracht uitoefent, wordt deze kracht via de pees naar het bot overgebracht.

De richting van de collageenvezels helpt deze trekkracht op te vangen.

Ook hier zie je dat collageen niet zomaar een vulmateriaal is, maar heel specifiek wordt georganiseerd afhankelijk van de taak van een weefsel.

Collageen en kraakbeen

Kraakbeen heeft weer een heel andere structuur.

Hier speelt vooral type II collageen een belangrijke rol.

Het collageennetwerk werkt samen met andere moleculen, waaronder proteoglycanen, die veel water kunnen vasthouden.

Hierdoor ontstaat weefsel dat zowel stevig als veerkrachtig is en druk kan opvangen.

In gewrichten draagt dit bij aan een glad oppervlak waarop botuiteinden ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.

Wat zijn collageensupplementen?

De meeste collageensupplementen bevatten tegenwoordig gehydrolyseerd collageen.

Dat wordt ook wel collageenhydrolysaat of collageenpeptiden genoemd.

Normaal collageen is een groot eiwit.

Bij hydrolyse worden deze grote eiwitstructuren vooraf in kleinere fragmenten geknipt.

Hierdoor ontstaan collageenpeptiden.

Veel voorkomende bronnen zijn:

  • rund;

  • vis;

  • kip.

De aminozuursamenstelling en het aanwezige collageentype kunnen per bron verschillen.

Wat gebeurt er met collageen nadat je het inneemt?

Dit is misschien wel een van de belangrijkste punten om te begrijpen.

Wanneer je collageen drinkt of eet, reist dat collageen niet als intacte collageenvezel rechtstreeks naar je huid, knie of pees.

Het spijsverteringsstelsel behandelt collageen zoals andere eiwitten.

In de maag en dunne darm worden eiwitten door maagzuur en verschillende enzymen verder afgebroken.

Bij gehydrolyseerd collageen zijn de eiwitten vooraf al in kleinere peptiden geknipt.

Tijdens de vertering ontstaan uiteindelijk:

  • vrije aminozuren;

  • zeer kleine peptidefragmenten.

Deze kunnen via de darmwand worden opgenomen.

Het lichaam krijgt daarmee bouwstoffen binnen die vervolgens onderdeel worden van de algemene aminozuurvoorraad.

Het lichaam bepaalt vervolgens waar deze aminozuren worden gebruikt.

Een schep collageen gaat dus niet rechtstreeks naar een rimpel of versleten knie.

Waarom worden collageenpeptiden dan toch apart onderzocht?

Hier wordt het interessanter.

Hoewel een groot deel van collageen wordt afgebroken tot aminozuren, kunnen bepaalde kleine collageenpeptiden ook in het bloed worden teruggevonden.

Vooral peptideverbindingen die hydroxyproline bevatten krijgen aandacht.

Onderzoekers bestuderen of bepaalde collageenpeptiden mogelijk méér doen dan alleen aminozuren leveren.

Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheid dat sommige peptiden als signaalmoleculen kunnen functioneren en cellen zoals fibroblasten beïnvloeden.

Dat zou betekenen dat collageenpeptiden mogelijk twee functies hebben:

1. bouwstoffen leveren in de vorm van aminozuren;

2. bepaalde cellulaire signalen beïnvloeden.

Dit is een van de redenen waarom gehydrolyseerd collageen zoveel wetenschappelijke belangstelling heeft gekregen.

Wat zegt onderzoek naar collageensupplementen en de huid?

De afgelopen jaren zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar orale collageenpeptiden.

Daarbij is onder andere gekeken naar:

  • huidhydratatie;

  • huidelasticiteit;

  • rimpeldiepte;

  • huidstructuur.

Een aantal studies laat gunstige veranderingen zien na gebruik van specifieke collageenpeptiden.

Wel is het belangrijk om onderzoeksresultaten zorgvuldig te interpreteren.

Niet ieder collageenproduct bevat dezelfde peptiden en niet iedere studie gebruikt dezelfde:

  • dosering;

  • gebruiksduur;

  • collageenbron;

  • deelnemersgroep.

Daarom kunnen resultaten van één specifiek collageenproduct niet automatisch worden vertaald naar ieder collageenpoeder op de markt.

Collageen is bovendien geen wondermiddel dat normale huidveroudering kan stoppen.

En hoe zit het met collageen voor gewrichten?

Ook collageen in relatie tot gewrichten wordt onderzocht.

Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen verschillende vormen.

Gehydrolyseerde collageenpeptiden zijn iets anders dan bijvoorbeeld ongedenatureerd type II collageen.

Deze producten worden op verschillende manieren onderzocht en kunnen niet simpelweg op één hoop worden gegooid.

Bij collageenpeptiden kijkt men onder andere naar de beschikbaarheid van aminozuren en mogelijke signalering naar bindweefselcellen.

Bij ongedenatureerd type II collageen gaat het om een ander werkingsmechanisme.

Daarom is het bij supplementen belangrijk om niet alleen te kijken naar het woord 'collageen', maar ook naar welke vorm en welk type daadwerkelijk wordt gebruikt.

Kun je collageen uit voeding halen?

Collageen komt uitsluitend voor in dierlijk weefsel.

Voedingsmiddelen die collageen of gelatine kunnen bevatten zijn bijvoorbeeld:

  • bindweefselrijk vlees;

  • huid van vis of kip;

  • gelatine;

  • bouillon waarin langdurig bindweefsel is meegekookt.

Maar je hoeft niet per se rechtstreeks collageen te eten om collageen te kunnen maken.

Een eiwitrijk voedingspatroon levert aminozuren waaruit het lichaam lichaamseigen eiwitten kan opbouwen.

Daarom zijn bijvoorbeeld ook:

  • vlees;

  • vis;

  • eieren;

  • zuivel;

  • peulvruchten;

  • andere eiwitrijke voedingsmiddelen

relevant voor de algemene eiwitvoorziening.

Voor collageenvorming is het daarnaast belangrijk dat voldoende vitamine C en andere benodigde voedingsstoffen aanwezig zijn.

Kunnen vegetariërs en veganisten collageen maken?

Ja.

Het menselijk lichaam kan zelf collageen produceren uit aminozuren.

Je hoeft daarvoor geen collageen te eten.

Een vegetarisch of veganistisch voedingspatroon kan dus wel degelijk bouwstoffen leveren voor lichaamseigen collageenvorming, zolang voldoende eiwit en relevante micronutriënten worden ingenomen.

Er bestaat overigens geen plantaardig collageen.

Producten die als 'vegan collageen' worden verkocht bevatten meestal geen echt collageen, maar voedingsstoffen die betrokken zijn bij normale collageenvorming.

Dat is iets anders.

Welke leefstijlfactoren beïnvloeden de collageenbalans?

Collageenondersteuning draait niet alleen om supplementen.

De totale balans wordt bepaald door aanmaak én afbraak.

Zorg voor voldoende eiwit

Eiwitten leveren aminozuren die het lichaam nodig heeft om allerlei lichaamseigen eiwitten op te bouwen.

Zorg voor voldoende vitamine C

Vitamine C is daadwerkelijk nodig voor enzymatische stappen binnen de collageensynthese.

Eet gevarieerd

Een gevarieerd voedingspatroon helpt voldoende micronutriënten binnen te krijgen.

Bescherm de huid tegen overmatige UV-straling

UV-straling kan collageenafbraak stimuleren en is een belangrijke factor bij vroegtijdige huidveroudering.

Vermijd roken

Roken kan verschillende processen beïnvloeden die betrokken zijn bij huid- en bindweefselgezondheid.

Beweeg regelmatig

Bindweefsel reageert op mechanische belasting. Vooral voor botten, pezen en spieren is voldoende passende beweging belangrijk.

Besteed aandacht aan slaap en herstel

Tijdens rust en slaap vinden allerlei herstel- en regulatieprocessen plaats. Collageenstofwisseling staat niet los van de rest van het lichaam.

Meer collageen is niet automatisch beter

Bij collageen ontstaat soms het idee dat hoe meer je inneemt, hoe meer collageen je lichaam zal opbouwen.

Zo eenvoudig werkt eiwitstofwisseling niet.

Het lichaam breekt voedingsproteïnen af en gebruikt de beschikbare aminozuren afhankelijk van de behoefte.

Aminozuren kunnen behalve voor collageen ook worden gebruikt voor:

  • andere eiwitten;

  • enzymen;

  • neurotransmitters;

  • energieproductie;

  • andere stofwisselingsprocessen.

Collageensupplementen leveren dus bouwstoffen en mogelijk bepaalde bioactieve peptiden, maar het lichaam blijft zelf bepalen wat daarmee gebeurt.

Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?

Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.

Heb je na het lezen van deze blog vragen of wil je meer overzicht in jouw situatie? Dan kun je gerust contact met mij opnemen.

Neem contact met mij op →

Conclusie

Collageen is veel meer dan alleen een beauty-ingrediënt.

Het is het belangrijkste structurele eiwit van het lichaam en vormt een essentieel onderdeel van onder andere huid, botten, pezen, kraakbeen, bloedvaten en bindweefsel.

De collageenstructuur bestaat uit drie eiwitketens die samen een sterke drievoudige helix vormen. Vanuit deze moleculen worden grotere vezels en netwerken opgebouwd die weefsels stevigheid en treksterkte geven.

Ons lichaam maakt collageen zelf uit aminozuren. Daarvoor zijn verschillende enzymatische stappen nodig, waarbij met name vitamine C een essentiële rol speelt. Koper is onder andere betrokken bij het verstevigen van het uiteindelijke collageennetwerk.

Tegelijkertijd wordt collageen voortdurend afgebroken.

Daarom draait collageengezondheid om een balans:

voldoende bouwstoffen + normale collageenaanmaak ↔ beschadiging en collageenafbraak

Leeftijd, UV-straling, roken en andere leefstijlfactoren kunnen die balans beïnvloeden.

Collageensupplementen leveren gehydrolyseerde collageenpeptiden die tijdens de spijsvertering verder worden afgebroken tot aminozuren en kleine peptidefragmenten. Ze gaan dus niet rechtstreeks vanuit een pot collageen naar de huid of gewrichten.

Juist die nuance is belangrijk.

Onderzoek suggereert dat bepaalde collageenpeptiden mogelijk niet alleen bouwstoffen leveren, maar ook als signaalmoleculen kunnen functioneren. Dat maakt collageen een interessant onderzoeksgebied, maar geen wondermiddel.

Uiteindelijk begint ondersteuning van collageenvorming bij de basis: voldoende eiwitten, vitamine C en andere voedingsstoffen, beweging, bescherming tegen overmatige UV-straling, niet roken en voldoende herstel.

Een supplement kan daar eventueel een aanvulling op zijn, maar het lichaam blijft uiteindelijk zelf degene die het collageen moet maken.