Bloeddruk: wat gebeurt er in je lichaam en welke factoren hebben invloed?
Bij bloeddruk denken we meestal aan twee getallen die tijdens een meting op het scherm verschijnen. Bijvoorbeeld 120/80 mmHg. Maar achter die twee getallen zit een ingenieus regelsysteem.
Iedere minuut pompt het hart bloed door duizenden kilometers aan bloedvaten. Dat bloed brengt zuurstof en voedingsstoffen naar organen en weefsels en voert onder andere afvalstoffen weer af. Om het bloed overal te kunnen krijgen, is druk nodig.
Een bepaalde bloeddruk is dus niet alleen normaal, maar noodzakelijk. Het lichaam probeert die druk voortdurend binnen bepaalde grenzen te houden. Daarbij werken onder andere het hart, de bloedvaten, nieren, zenuwstelsel en verschillende hormonen met elkaar samen.
Maar wat gebeurt er wanneer die druk langdurig te hoog wordt? En waarom kunnen factoren zoals zout, kalium, gewicht, beweging, stress en slaap daar invloed op hebben?
Wat is bloeddruk precies?
Bloeddruk is de druk die het bloed uitoefent op de wanden van de bloedvaten.
Bij een bloeddrukmeting worden twee waarden gemeten: de boven- en onderdruk.
De bovendruk, of systolische bloeddruk, ontstaat op het moment dat het hart samentrekt en bloed de slagaders in pompt.
Daarna ontspant het hart zich om zich opnieuw met bloed te vullen. De druk die tijdens deze rustfase in de bloedvaten aanwezig blijft, noemen we de onderdruk, of diastolische bloeddruk.
De bloeddruk verandert voortdurend. Tijdens inspanning heeft het lichaam bijvoorbeeld meer zuurstof nodig en zal het hart harder werken. Tijdens rust en slaap ligt de bloeddruk doorgaans lager.
Een tijdelijke stijging is daarom iets heel anders dan een bloeddruk die langdurig verhoogd blijft.
Waar wordt je bloeddruk door bepaald?
Om bloed door het lichaam te laten stromen, moet het hart voldoende kracht leveren. Maar ook de bloedvaten zelf bepalen hoeveel weerstand het bloed onderweg tegenkomt.
Je kunt dit enigszins vergelijken met water dat door een tuinslang stroomt. Wanneer dezelfde hoeveelheid water door een smallere opening moet, neemt de druk toe.
Bloedvaten kunnen zich verwijden en vernauwen. Wanneer vooral de kleinere bloedvaten zich vernauwen, ondervindt het bloed meer weerstand en kan de bloeddruk stijgen.
Ook de hoeveelheid bloed die door de bloedbaan circuleert speelt een rol. Wanneer het bloedvolume toeneemt, moet er meer vocht door hetzelfde vaatstelsel worden rondgepompt.
Heel eenvoudig gezegd wordt de bloeddruk dus onder andere bepaald door hoeveel bloed het hart rondpompt, hoeveel weerstand de bloedvaten geven en hoeveel vocht zich in de bloedsomloop bevindt.
Dat verklaart meteen waarom zoveel verschillende factoren invloed kunnen hebben op de bloeddruk.
De nieren zijn belangrijke regelorganen voor de bloeddruk
Bij bloeddruk denken we misschien als eerste aan het hart, maar ook de nieren hebben een belangrijke taak.
De nieren filteren voortdurend het bloed en bepalen hoeveel water en mineralen, waaronder natrium, via de urine worden uitgescheiden of juist in het lichaam worden vastgehouden.
Daarmee beïnvloeden ze het bloedvolume.
Daarnaast zijn de nieren betrokken bij hormonale systemen die helpen de bloeddruk te reguleren. Wanneer het lichaam bijvoorbeeld waarneemt dat de bloeddruk of bloedtoevoer naar de nieren te laag is, kunnen mechanismen worden geactiveerd die ervoor zorgen dat bloedvaten vernauwen en meer natrium en water worden vastgehouden.
Het lichaam beschikt dus over verschillende manieren om te voorkomen dat de bloeddruk te ver daalt.
Problemen ontstaan vooral wanneer de bloeddruk langdurig te hoog blijft.
Waarom is een langdurig hoge bloeddruk ongunstig?
Een hogere druk betekent dat de wanden van de bloedvaten voortdurend meer mechanische belasting te verwerken krijgen.
Ook het hart moet harder werken om het bloed tegen die hogere weerstand in rond te pompen.
Wanneer dit jarenlang aanhoudt, kan dit bijdragen aan veranderingen van het hart en de bloedvaten en neemt het risico op hart- en vaatziekten toe. Ook organen met veel kleine bloedvaatjes, zoals de nieren, hersenen en ogen, kunnen gevolgen ondervinden van een langdurig verhoogde bloeddruk.
Het lastige is dat een hoge bloeddruk vaak weinig of geen duidelijke klachten veroorzaakt. Daarom wordt bloeddruk regelmatig gemeten als onderdeel van preventieve gezondheidszorg.
Zout is niet slecht: we hebben natrium nodig
Zout wordt vaak in één adem genoemd met hoge bloeddruk. Daardoor kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat zout per definitie ongezond is.
Dat klopt niet.
Keukenzout bestaat voornamelijk uit natriumchloride. Het natrium daarin is een essentieel mineraal. Het lichaam heeft natrium onder andere nodig voor de vochtbalans, zenuwgeleiding en normale werking van spieren.
Het probleem zit dus niet in het feit dat we natrium binnenkrijgen, maar kan ontstaan wanneer de inname structureel hoog is.
De nieren proberen de hoeveelheid natrium en water in het lichaam nauwkeurig te regelen. Natrium heeft invloed op de hoeveelheid water die het lichaam vasthoudt. Wanneer meer natrium en daarmee meer vocht wordt vastgehouden, kan het bloedvolume toenemen.
Er moet dan meer vloeistof door het vaatstelsel worden rondgepompt, waardoor de bloeddruk kan stijgen.
Niet iedereen reageert hier overigens hetzelfde op. Sommige mensen zijn gevoeliger voor een hoge zoutinname dan anderen. Onder andere leeftijd, erfelijke aanleg en nierfunctie kunnen hierbij een rol spelen.
Het gaat bij bloeddruk dus niet om zout vermijden, maar om een passende hoeveelheid natrium binnen een gezond voedingspatroon.
Natrium en kalium werken nauw met elkaar samen
Natrium staat bovendien niet op zichzelf. Een ander belangrijk mineraal bij de regulatie van de vochtbalans is kalium.
Kalium bevindt zich voornamelijk binnen de lichaamscellen, terwijl natrium vooral buiten de cellen voorkomt. Het verschil tussen deze concentraties is essentieel voor allerlei lichaamsfuncties, waaronder zenuwprikkelgeleiding en spierwerking.
De nieren helpen de hoeveelheden natrium en kalium nauwkeurig te reguleren. Een voldoende inname van kalium draagt bij aan het behoud van een normale bloeddruk.
Kalium komt van nature veel voor in bijvoorbeeld groenten, fruit, aardappelen, peulvruchten en noten.
Dat maakt ook duidelijk waarom het totale voedingspatroon belangrijker is dan alleen kijken naar hoeveel zout iemand over zijn avondeten strooit. Veel sterk bewerkte voedingsmiddelen leveren relatief veel natrium, terwijl een voedingspatroon rijk aan onbewerkte plantaardige producten doorgaans meer kalium levert.
En welke rol speelt magnesium?
Ook magnesium wordt regelmatig genoemd in relatie tot hart en bloedvaten.
Magnesium is betrokken bij honderden processen in het lichaam en is onder andere belangrijk voor een normale werking van spieren en het zenuwstelsel.
Dat is relevant omdat bloedvaten geen starre buizen zijn. In de vaatwand bevinden zich gladde spiercellen die kunnen samentrekken en ontspannen. Hierdoor kan een bloedvat smaller of wijder worden en verandert de weerstand waartegen het hart het bloed moet rondpompen.
Magnesium is betrokken bij processen die een normale spierfunctie mogelijk maken. Daarmee maakt het deel uit van het veel grotere systeem waarmee het lichaam onder andere hart, spieren en bloedvaten laat functioneren.
Waarom kunnen stress en slaap invloed hebben?
Ook het zenuwstelsel kan de bloeddruk snel veranderen.
Wanneer we schrikken, ons inspannen of stress ervaren, wordt het sympathische zenuwstelsel actiever. Stoffen zoals adrenaline zorgen ervoor dat het hart sneller en krachtiger kan gaan kloppen en bepaalde bloedvaten vernauwen.
Dat is een normale reactie. Als je plotseling moet wegrennen voor gevaar, is het juist nuttig dat er snel meer bloed en zuurstof beschikbaar komt voor de spieren.
Het wordt een ander verhaal wanneer het lichaam langdurig onder hoge stress staat en onvoldoende gelegenheid krijgt om te herstellen.
Ook slaap speelt hierin een rol. Tijdens een normale nachtrust daalt de bloeddruk doorgaans. Chronisch te weinig of verstoord slapen wordt in onderzoek in verband gebracht met een grotere kans op een verhoogde bloeddruk.
Goede slaap is daarmee niet alleen belangrijk om je de volgende ochtend uitgerust te voelen, maar maakt deel uit van de dagelijkse regulatie en het herstel van het cardiovasculaire systeem.
Bewegen helpt het cardiovasculaire systeem zich aan te passen
Tijdens het sporten stijgen hartslag en bloeddruk tijdelijk. Toch is regelmatige lichaamsbeweging juist belangrijk voor hart en bloedvaten.
Het hart is een spier en past zich aan regelmatige inspanning aan. Ook bloedvaten reageren op beweging. Op langere termijn kan regelmatige lichaamsbeweging bijdragen aan een efficiëntere werking van het cardiovasculaire systeem.
Daarvoor hoef je niet uitsluitend intensief te sporten. Wandelen, fietsen, zwemmen en krachttraining kunnen allemaal onderdeel zijn van een actief leefpatroon.
Het gaat vooral om regelmatig bewegen en het beperken van langdurig stilzitten.
Ook lichaamsgewicht kan invloed hebben
Bij overgewicht wordt vaak alleen gezegd dat het 'belastend is voor het hart'. In werkelijkheid is de relatie ingewikkelder.
Meer lichaamsweefsel betekent onder andere dat een groter gebied van bloed en zuurstof moet worden voorzien. Het hart en de bloedsomloop moeten zich hieraan aanpassen.
Daarnaast kan overtollig lichaamsvet samenhangen met veranderingen in de stofwisseling, insulinegevoeligheid, nierfunctie, hormoonhuishouding en activiteit van het zenuwstelsel. Verschillende van deze processen kunnen vervolgens invloed hebben op het bloedvolume en de weerstand van de bloedvaten.
Daarom wordt lichaamsgewicht bij een verhoogde bloeddruk meestal bekeken als onderdeel van het totale metabole en cardiovasculaire gezondheidsbeeld.
Bloeddruk draait om veel meer dan alleen zout
Bloeddruk wordt dus niet door één voedingsmiddel, mineraal of leefstijlfactor bepaald.
Het is het resultaat van een voortdurend samenspel tussen het hart, de bloedvaten, nieren, zenuwstelsel, hormonen en de hoeveelheid vocht en mineralen in het lichaam.
Voeding en leefstijl kunnen verschillende onderdelen van dit systeem beïnvloeden. Een voedingspatroon met voldoende groenten, fruit, peulvruchten, noten, vis en andere weinig bewerkte voedingsmiddelen levert bijvoorbeeld kalium, magnesium, vezels en gezonde vetten. Tegelijkertijd bevat zo'n voedingspatroon doorgaans minder grote hoeveelheden natrium uit sterk bewerkte producten.
Regelmatig bewegen, voldoende slapen, niet roken, een gezond lichaamsgewicht en aandacht voor langdurige stress zijn eveneens belangrijke onderdelen van de zorg voor hart en bloedvaten.
De orthomoleculaire visie
Binnen de orthomoleculaire voedingsleer wordt bloeddruk daarom niet als een losstaand getal bekeken.
Er kan worden gekeken naar het totale voedingspatroon, maar bijvoorbeeld ook naar de inname van natrium, kalium, magnesium en omega 3-vetzuren, lichaamsgewicht, beweging, slaap, stress en andere aspecten van de metabole gezondheid.
Daarbij blijft het belangrijk onderscheid te maken tussen het ondersteunen van een gezonde leefstijl en het behandelen van hoge bloeddruk. Een aanhoudend verhoogde bloeddruk vraagt om beoordeling door een arts en voedingssupplementen zijn geen vervanging voor voorgeschreven bloeddrukmedicatie.
Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?
Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.
Heb je na het lezen van deze blog vragen of wil je meer overzicht in jouw situatie? Dan kun je gerust contact met mij opnemen.
Conclusie
Bloeddruk is veel meer dan de boven- en onderdruk die tijdens een meting verschijnen. Achter deze waarden bevindt zich een complex regelsysteem waarin het hart, de bloedvaten, nieren, zenuwstelsel en verschillende hormonen voortdurend samenwerken.
Natrium laat mooi zien hoe belangrijk de juiste context daarbij is. Natrium is geen 'slechte' voedingsstof, maar een essentieel mineraal dat het lichaam nodig heeft. Tegelijkertijd kan een structureel hoge natriuminname bij sommige mensen bijdragen aan een hogere bloeddruk.
Hetzelfde bredere perspectief geldt voor voeding en leefstijl. Niet één voedingsstof bepaalt de bloeddruk. Juist het samenspel tussen voeding, mineralen, beweging, slaap, stress, lichaamsgewicht en individuele aanleg bepaalt uiteindelijk het grotere plaatje.