Postbiotica en immuungezondheid

wat gebeurt er ná de bacterie?

Prebiotica en probiotica zijn inmiddels bekende begrippen.

Maar de laatste jaren duikt steeds vaker een derde term op:

postbiotica.

Misschien klinkt het alsof postbiotica simpelweg de stoffen zijn die ‘goede darmbacteriën’ achterlaten.

Dat is begrijpelijk, maar wetenschappelijk ligt het iets preciezer.

Bij postbiotica gaat het om preparaten van geïnactiveerde micro-organismen en/of hun bestanddelen waarvan een gezondheidsvoordeel is aangetoond.

De micro-organismen hoeven dus niet meer levend te zijn.

En juist dat maakt postbiotica interessant.

Want een bacterie hoeft blijkbaar niet altijd levend in onze darm terecht te komen om biologisch relevante interacties aan te gaan.

Onderdelen van bacteriën kunnen nog steeds worden herkend door ons lichaam en kunnen mogelijk communiceren met darmcellen en het immuunsysteem.

Tegelijkertijd is postbiotica een relatief jong onderzoeksgebied waarin marketing soms sneller gaat dan de wetenschap.

Niet iedere dode bacterie is een postbioticum.

Niet iedere stof die door darmbacteriën wordt geproduceerd is een postbioticum.

En een interessant resultaat met één specifiek preparaat zegt niet automatisch iets over alle postbiotica.

In deze blog leg ik uit wat postbiotica werkelijk zijn, hoe ze verschillen van prebiotica en probiotica en waarom stoffen zoals butyraat wel bij het verhaal horen, maar volgens de strikte definitie niet automatisch postbiotica zijn.

Wat zijn postbiotica?

Om duidelijkheid te creëren over het begrip postbiotica is een internationale wetenschappelijke consensus opgesteld.

Daarin wordt een postbioticum omschreven als een preparaat van levenloze micro-organismen en/of hun componenten dat een gezondheidsvoordeel voor de gastheer oplevert.

Daar zitten twee belangrijke voorwaarden in.

Ten eerste zijn de micro-organismen in het uiteindelijke preparaat niet meer levensvatbaar.

Ten tweede moet er daadwerkelijk een gezondheidsvoordeel zijn aangetoond.

Alleen een bacterie verhitten en vervolgens op het etiket ‘postbioticum’ zetten is dus niet voldoende.

Het uiteindelijke preparaat moet goed gekarakteriseerd zijn en onderzocht worden.

Dat onderscheid wordt steeds belangrijker nu er meer supplementen met de term postbiotica op de markt verschijnen.

Prebiotica, probiotica en postbiotica

De drie begrippen lijken op elkaar, maar betekenen iets anders.

Prebiotica zijn bepaalde substraten die selectief door micro-organismen worden gebruikt en daarmee een gezondheidsvoordeel kunnen opleveren.

Bepaalde vormen van inuline, FOS en GOS zijn bekende voorbeelden.

Probiotica zijn levende micro-organismen die, wanneer ze in voldoende hoeveelheid worden toegediend, een gezondheidsvoordeel kunnen geven.

Daarbij is de specifieke bacterie- of giststam belangrijk.

Postbiotica bevatten juist geïnactiveerde micro-organismen en/of hun bestanddelen.

Je kunt het heel eenvoudig onthouden als:

prebiotica bieden een substraat

probiotica bevatten levende micro-organismen

postbiotica bevatten geïnactiveerde micro-organismen en/of hun componenten

Maar achter die eenvoudige indeling zit behoorlijk veel microbiologie.

Een dode bacterie is niet automatisch nutteloos

Dat een bacterie niet meer leeft, betekent niet dat alle biologische eigenschappen verdwenen zijn.

Een bacteriële cel bestaat uit allerlei structuren en moleculen.

Denk aan onderdelen van de celwand, oppervlakte-eiwitten, polysachariden, peptiden en andere microbiële componenten.

Ons lichaam beschikt over receptoren die bepaalde microbiële structuren kunnen herkennen.

Daarom hoeft een micro-organisme zich niet noodzakelijk te vermenigvuldigen om met biologische systemen te kunnen communiceren.

Dat is een belangrijk uitgangspunt binnen het onderzoek naar postbiotica.

Waarom is dat interessant voor het immuunsysteem?

In de eerdere blogs binnen deze reeks hebben we gezien hoe nauw de darm en het immuunsysteem met elkaar verbonden zijn.

Dat is logisch.

De darm vormt een enorm contactoppervlak tussen onze interne omgeving en alles wat via voeding en micro-organismen door het darmkanaal beweegt.

Het immuunsysteem moet daar voortdurend beoordelen:

kan ik dit tolereren of is een reactie nodig?

Dat vraagt niet om een immuunsysteem dat voortdurend maximaal actief is.

Het vraagt om goede regulatie.

Daarom gebruik ik bij postbiotica liever niet de term ‘immuunbooster’.

Onderzoek richt zich veel meer op mogelijke beïnvloeding en regulatie van bepaalde immuunprocessen.

Dat is een belangrijk verschil.

Het immuunsysteem kan microbiële structuren herkennen

Immuuncellen en andere lichaamscellen beschikken over receptoren waarmee bepaalde kenmerken van micro-organismen kunnen worden herkend.

Wanneer zo'n receptor een microbiële structuur herkent, kunnen er signalen in de cel ontstaan.

Die signalen kunnen vervolgens invloed hebben op processen rondom afweer en regulatie.

Daarom is het biologisch goed voorstelbaar dat ook onderdelen van geïnactiveerde bacteriën effect kunnen hebben.

Maar daar hoort meteen een belangrijke nuance bij.

Dat iets door een receptor kan worden herkend, betekent nog niet automatisch dat het als supplement een relevant gezondheidsvoordeel geeft.

Daarvoor hebben we onderzoek met het daadwerkelijke preparaat bij mensen nodig.

Postbiotica en de darmbarrière

Ook de darmbarrière is een belangrijk onderzoeksgebied.

In de vorige blog hebben we gezien dat de darmbarrière veel meer is dan alleen een rij darmcellen.

Slijm, epitheelcellen, tight junctions, immuuncellen, antistoffen en micro-organismen werken samen.

Specifieke geïnactiveerde microbiële preparaten worden onderzocht op mogelijke effecten binnen dat systeem.

Onderzoekers kijken bijvoorbeeld naar veranderingen in bepaalde barrièremarkers, immuunsignalering en functies van het darmslijmvlies.

Maar daaruit kunnen we niet algemeen concluderen:

postbiotica herstellen een lekkende darm.

Daarvoor verschillen de preparaten te sterk van elkaar en is de onderbouwing te afhankelijk van de specifieke toepassing.

Postbiotica en IgA

Een ander interessant onderdeel is secretoir IgA.

IgA is een belangrijke antistof op onze slijmvliezen, waaronder het darmslijmvlies.

Het helpt bij het reguleren van de interactie tussen micro-organismen, antigenen en de darmwand.

Sommige geïnactiveerde microbiële preparaten worden onderzocht vanwege mogelijke effecten op processen rondom deze slijmvliesafweer.

Dat maakt de relatie tussen postbiotica en IgA interessant.

Maar ook hier kunnen resultaten van één onderzocht preparaat niet automatisch worden vertaald naar ieder ander product met het woord postbioticum op het etiket.

Is butyraat een postbioticum?

Hier ontstaat vaak verwarring.

Butyraat, ook wel boterzuur genoemd, is een korteketenvetzuur dat bepaalde darmbacteriën kunnen produceren wanneer ze fermenteerbare koolhydraten verwerken.

Butyraat is biologisch interessant.

Cellen in de dikke darm kunnen het als energiebron gebruiken en het wordt uitgebreid onderzocht vanwege zijn betrokkenheid bij processen rondom darmbarrière, immuunsignalering en genregulatie.

Toch is puur butyraat volgens de strikte wetenschappelijke definitie geen postbioticum.

Waarom niet?

Omdat butyraat een microbieel metaboliet is.

Het is een stof die door micro-organismen kan worden geproduceerd.

Een postbioticum moet daarentegen een preparaat van geïnactiveerde micro-organismen en/of hun componenten bevatten.

Metabolieten kunnen onderdeel zijn van zo'n preparaat, maar een losse gezuiverde metaboliet valt niet automatisch onder de definitie.

Dat maakt butyraat niet minder interessant.

Het betekent alleen dat we verschillende begrippen niet door elkaar moeten gebruiken.

Korteketenvetzuren horen wel bij het grotere verhaal

Butyraat staat niet alleen.

Darmbacteriën kunnen onder andere acetaat, propionaat en butyraat produceren.

Samen worden deze stoffen korteketenvetzuren genoemd.

Ze vormen een mooi voorbeeld van de manier waarop voeding, darmmicrobiota en ons lichaam met elkaar verbonden zijn.

Bepaalde voedingsvezels bereiken de dikke darm.

Daar kunnen micro-organismen ze fermenteren.

Vervolgens ontstaan verschillende metabolieten die weer invloed kunnen hebben op de darmomgeving.

Je krijgt dan een keten als:

voedingsvezels → bacteriële fermentatie → microbiële metabolieten → interactie met darmcellen

Dit is iets anders dan een postbioticumsupplement, maar biologisch hoort het bij hetzelfde grotere verhaal over communicatie tussen micro-organismen en hun gastheer.

Wat zijn regulerende T-cellen?

Bij onderzoek naar darmmicrobiota en korteketenvetzuren kom je regelmatig regulerende T-cellen, of Tregs, tegen.

Deze immuuncellen helpen bij het reguleren van immuunreacties en spelen een rol bij immunologische tolerantie.

Dat is vooral in de darm belangrijk.

Het immuunsysteem komt daar voortdurend in aanraking met voedingsbestanddelen en micro-organismen waarop niet steeds een sterke afweerreactie nodig is.

Microbiële metabolieten, waaronder butyraat, worden onderzocht vanwege hun mogelijke relatie met processen rondom deze regulerende immuuncellen.

Ook hier gaat het dus niet om het zo sterk mogelijk activeren van de afweer.

Het gaat om regulatie.

Hoe wordt een postbioticum gemaakt?

Voor een postbiotisch preparaat worden micro-organismen eerst gekweekt.

Daarna worden ze op een gecontroleerde manier geïnactiveerd.

Dat kan bijvoorbeeld door verhitting of andere processen.

De manier waarop dit gebeurt is belangrijk.

Wanneer een bacterie wordt verhit, kunnen bepaalde structuren behouden blijven terwijl andere veranderen.

Het uiteindelijke preparaat kan daardoor andere eigenschappen hebben dan dezelfde bacterie in levende vorm.

Daarom is niet alleen de naam van het oorspronkelijke micro-organisme belangrijk.

Ook het productieproces en het uiteindelijke preparaat horen bij het verhaal.

Wat betekent ‘heat-killed’?

Op producten of in onderzoeken kun je termen tegenkomen zoals heat-killed of heat-inactivated.

Dat betekent dat micro-organismen door verhitting niet meer levensvatbaar zijn.

Dat maakt ze nog niet automatisch tot een bewezen postbioticum.

Voor het gebruik van de wetenschappelijke term postbioticum hoort ook een aangetoond gezondheidsvoordeel bij het specifieke preparaat.

‘Dode bacteriën’ en ‘postbiotica’ zijn dus niet volledig uitwisselbare begrippen.

Waarom zijn postbiotica interessant voor supplementen?

Dat postbiotica geen levende micro-organismen hoeven te bevatten, kan praktische voordelen bieden.

Bij probiotica moet voldoende levensvatbaarheid behouden blijven tijdens productie, transport, opslag en gebruik.

Levende micro-organismen kunnen gevoelig zijn voor bijvoorbeeld temperatuur, vocht en zuurstof.

Bij een geïnactiveerd preparaat speelt levensvatbaarheid geen rol meer.

Dat kan voordelen geven voor stabiliteit, houdbaarheid en productformulering.

Maar ook hier geldt:

praktisch stabieler betekent niet automatisch biologisch beter.

Het blijft afhankelijk van het specifieke preparaat en het doel waarvoor het onderzocht is.

Zijn postbiotica veiliger dan probiotica?

Dat kunnen we niet als algemene regel stellen.

Het ontbreken van levende micro-organismen kan in bepaalde situaties een voordeel zijn.

Bij levende probiotica is bijvoorbeeld extra voorzichtigheid nodig bij bepaalde ernstig zieke of sterk immuungecompromitteerde mensen.

Een geïnactiveerd micro-organisme kan zich niet vermenigvuldigen.

Maar daaruit volgt niet dat ieder postbioticum automatisch voor iedereen veilig is.

Veiligheid moet nog steeds worden beoordeeld voor het specifieke preparaat, de dosis en de doelgroep.

Postbiotica of probiotica: wat is beter?

Geen van beide is automatisch beter.

Het zijn verschillende concepten.

Bij een probioticum kunnen bepaalde eigenschappen juist samenhangen met het feit dat het micro-organisme leeft.

Bij een postbioticum kan stabiliteit een voordeel zijn en kunnen bepaalde geïnactiveerde microbiële structuren interessant zijn.

Daarom zou ik niet denken in:

probiotica zijn oud en postbiotica zijn de verbeterde versie.

De betere vraag is:

welk specifiek preparaat is onderzocht voor welk doel?

Postbiotica en gefermenteerde voeding

Hier is nog een belangrijk onderscheid nodig.

Gefermenteerde voeding kan levende en niet-levende micro-organismen bevatten, afhankelijk van het product en de verwerking.

Tijdens fermentatie maken micro-organismen bovendien allerlei stoffen.

Denk bijvoorbeeld aan yoghurt, kefir, zuurkool en kimchi.

Dat maakt gefermenteerde voeding interessant binnen een gevarieerd voedingspatroon.

Maar een gefermenteerd voedingsmiddel is niet automatisch een probioticum.

En het is ook niet automatisch een postbioticum.

De wetenschappelijke definities zijn specifieker dan de manier waarop deze termen in marketing vaak worden gebruikt.

Wat weten we over postbiotica en weerstand?

Dit is waarschijnlijk de vraag die veel mensen het interessantst vinden.

Specifieke geïnactiveerde microbiële preparaten zijn onderzocht op verschillende immuungerelateerde uitkomsten.

Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar processen rondom slijmvliesafweer en in sommige onderzoeken naar luchtweggerelateerde uitkomsten.

Er zijn interessante resultaten.

Maar het onderzoek is nog te specifiek om te zeggen:

postbiotica verhogen de weerstand.

Het ene preparaat is het andere niet.

Ook leeftijd, gezondheid, dosering, onderzoeksduur en de gekozen uitkomst verschillen tussen studies.

Een resultaat bij één specifieke stam of één geïnactiveerd preparaat mag daarom niet automatisch worden gebruikt als bewijs voor de hele categorie.

Postbiotica bij kinderen

Ook bij kinderen worden bepaalde postbiotische preparaten onderzocht.

Dat gebeurt bijvoorbeeld binnen onderzoek naar voeding, darmfunctie en immuungerelateerde uitkomsten.

Maar juist bij kinderen is het belangrijk om niet te snel te generaliseren.

Onderzoek met één specifiek preparaat binnen één bepaalde leeftijdsgroep betekent niet dat ieder postbioticum geschikt of nuttig is voor ieder kind.

Bij baby's en jonge kinderen vind ik terughoudendheid met supplementen extra belangrijk.

Wanneer er een specifieke reden voor gebruik is, hoort de keuze zorgvuldig te worden afgestemd.

En allergieën?

De relatie tussen darmmicrobiota, immuunregulatie en allergische processen krijgt veel wetenschappelijke aandacht.

Dat is interessant, omdat het immuunsysteem in de darm voortdurend moet leren onderscheid te maken tussen onschuldige en mogelijk schadelijke prikkels.

Ook specifieke microbiële preparaten worden binnen dit onderzoeksgebied bestudeerd.

Maar dat betekent nog niet dat postbiotica algemeen kunnen worden ingezet om allergieën te voorkomen of te beïnvloeden.

Daarvoor is de wetenschap nog te afhankelijk van specifieke preparaten en onderzoekssituaties.

Postbiotica bij darmklachten

Ook bij verschillende darmgerelateerde uitkomsten wordt onderzoek gedaan.

Maar ‘darmklachten’ is een heel brede term.

Diarree is iets anders dan obstipatie.

Een prikkelbare darm is iets anders dan een inflammatoire darmziekte.

En een tijdelijk opgeblazen gevoel is opnieuw iets anders.

Daarom zegt onderzoek naar één specifieke uitkomst niet automatisch iets over alle darmklachten.

Claims zoals:

‘postbiotica herstellen je darmen’

vind ik daarom te breed.

Ik kijk liever naar het onderzochte preparaat en de specifieke toepassing.

Waar let ik op bij een postbioticum?

Nu postbiotica populairder worden, verschijnen er steeds meer supplementen op de markt.

Ik zou daarbij niet alleen kijken naar het woord postbioticum op de voorkant van de verpakking.

Ik wil eerst weten welk micro-organisme is gebruikt en, waar relevant, om welke stam het gaat.

Daarna kijk ik naar de manier waarop het preparaat is geïnactiveerd en gestandaardiseerd.

Ook de gebruikte hoeveelheid moet duidelijk zijn.

En misschien nog belangrijker:

is het uiteindelijke preparaat zelf onderzocht?

Onderzoek naar een bacteriesoort betekent niet automatisch dat ieder product dat van die bacterie is gemaakt dezelfde eigenschappen heeft.

Vervolgens kijk ik naar de uitkomst die daadwerkelijk onderzocht is.

Een onderzoek naar stoelgang ondersteunt bijvoorbeeld niet automatisch een claim over weerstand.

En resultaten bij gezonde volwassenen kunnen niet zomaar worden vertaald naar kinderen of mensen met een medische aandoening.

Bij postbiotica zijn details dus belangrijk.

Waarom CFU bij postbiotica minder logisch is

Bij probiotica zie je vaak aantallen uitgedrukt in CFU, oftewel colony forming units.

Dat geeft een indicatie van het aantal levensvatbare micro-organismen.

Maar bij een postbioticum zijn de micro-organismen juist niet meer levensvatbaar.

Daarom kun je het eindproduct niet op precies dezelfde manier beoordelen als een probioticum.

Sommige fabrikanten vermelden hoeveel micro-organismen vóór inactivatie aanwezig waren. Andere producten gebruiken weer andere manieren om het preparaat te standaardiseren.

Dat maakt een goede productbeschrijving belangrijker dan een indrukwekkend groot getal op de verpakking.

Meer milligram is niet automatisch beter

Ook het aantal milligrammen zegt op zichzelf weinig.

Vijfhonderd milligram van het ene postbiotische preparaat hoeft biologisch helemaal niet vergelijkbaar te zijn met vijfhonderd milligram van een ander preparaat.

De gebruikte bacterie, stam, productiemethode, samenstelling en onderzochte dosis kunnen verschillen.

Daarom kijk ik liever naar het complete plaatje:

micro-organisme → preparaat → productiemethode → dosis → doelgroep → onderzoek → uitkomst

Dat geeft veel meer informatie dan alleen het aantal milligrammen.

Kun je ook zonder supplement microbiële metabolieten ondersteunen?

Dit vind ik een mooi praktisch onderdeel van het verhaal.

Je hoeft niet alleen naar een potje postbiotica te kijken om de samenwerking tussen voeding en darmmicrobiota interessant te maken.

Onze darmbacteriën zijn voortdurend bezig met het verwerken van stoffen uit onze voeding.

Een gevarieerd voedingspatroon met verschillende vezelbronnen geeft micro-organismen verschillende substraten waarmee ze aan de slag kunnen.

Groenten, fruit, peulvruchten, volkorenproducten, noten en zaden kunnen allemaal onderdeel zijn van zo'n voedingspatroon.

Daarbij kunnen vervolgens verschillende microbiële metabolieten ontstaan.

Nogmaals, die metabolieten zijn niet automatisch postbiotica.

Maar ze laten wel prachtig zien dat onze darm een actief ecosysteem is.

Ook polyfenolen komen onze darmbacteriën tegen

Naast vezels zijn ook polyfenolen interessant.

Deze plantaardige stoffen komen bijvoorbeeld voor in bessen, cacao, thee, olijven, kruiden en verschillende groenten en fruitsoorten.

Een deel wordt al eerder in het spijsverteringskanaal opgenomen.

Een ander deel kan de dikke darm bereiken, waar micro-organismen ermee aan de slag kunnen.

Daarbij kunnen nieuwe metabolieten ontstaan.

Zo wordt opnieuw duidelijk dat voeding niet alleen iets doet met ons lichaam.

Onze darmmicro-organismen veranderen een deel van wat we eten eerst in andere verbindingen.

Dat maakt de relatie tussen voeding, microbiota en gezondheid bijzonder complex en interessant.

Postbiotica na antibiotica

Na de vorige blog over antibiotica is dit ook een logische vraag.

Kun je na een antibioticakuur postbiotica gebruiken om de darmflora te herstellen?

Dat kunnen we niet zo stellen.

Een postbioticum bevat geen levende micro-organismen die simpelweg verdwenen bacteriën terugplaatsen.

Een specifiek preparaat kan mogelijk bepaalde biologische effecten hebben, maar dat is iets anders dan het oorspronkelijke microbioom herstellen.

Na antibioticagebruik spelen onder andere de resterende microbiota, voeding, tijd en persoonlijke omstandigheden een rol bij de verdere ontwikkeling van het darmecosysteem.

Postbiotica zijn dus geen resetknop voor de darmflora.

Kun je prebiotica, probiotica en postbiotica combineren?

Deze verschillende concepten kunnen in principe naast elkaar bestaan.

Via voeding kun je bijvoorbeeld prebiotische substraten binnenkrijgen.

Je kunt gefermenteerde voedingsmiddelen eten.

En in een specifieke situatie kan een onderzocht pro- of postbioticum worden gebruikt.

Maar meer tegelijk is niet automatisch beter.

Wanneer je verschillende producten tegelijkertijd start, wordt het bovendien steeds moeilijker om te beoordelen waarop je lichaam reageert.

Daarom geef ik de voorkeur aan een gerichte aanpak boven een kast vol verschillende ‘biotica’.

De basis blijft groter dan één supplement

Postbiotica zijn wetenschappelijk interessant.

Maar onze weerstand wordt nooit bepaald door één bacteriestam, één metaboliet of één supplement.

Voeding, slaap, beweging, stress en herstel, leeftijd, bestaande gezondheid, roken en alcoholgebruik kunnen allemaal onderdeel zijn van het grotere plaatje.

Voor de darm betekent dat onder andere voldoende en gevarieerd eten, verschillende vezelbronnen gebruiken en voldoende eiwitten en energie binnenkrijgen.

Voor de rest van het lichaam blijven slaap, regelmatige beweging en herstel eveneens belangrijk.

Een supplement kan daar soms iets aan toevoegen.

Het vervangt die basis niet.

Veelgestelde vragen over postbiotica

Wat zijn postbiotica?

Postbiotica zijn preparaten van geïnactiveerde micro-organismen en/of hun componenten waarvan een gezondheidsvoordeel voor de gastheer is aangetoond.

Wat is het verschil tussen probiotica en postbiotica?

Probiotica bevatten levende micro-organismen. Bij postbiotica zijn de micro-organismen niet meer levensvatbaar.

Wat zijn prebiotica?

Prebiotica zijn bepaalde substraten die selectief door micro-organismen worden gebruikt en daarmee een gezondheidsvoordeel kunnen geven.

Is butyraat een postbioticum?

Volgens de strikte wetenschappelijke definitie niet. Butyraat is een microbieel metaboliet dat onder andere door bepaalde darmbacteriën kan worden geproduceerd.

Zijn dode probioticabacteriën automatisch postbiotica?

Nee. Alleen het inactiveren van een bacterie maakt het preparaat nog niet automatisch tot een postbioticum. Het preparaat moet voldoende gekarakteriseerd zijn en er moet een gezondheidsvoordeel zijn aangetoond.

Zijn postbiotica goed voor het immuunsysteem?

Specifieke preparaten worden onderzocht op verschillende immuungerelateerde uitkomsten. De resultaten zijn afhankelijk van het preparaat, de dosis, doelgroep en toepassing. Daarom kunnen we niet algemeen zeggen dat alle postbiotica ‘de weerstand verhogen’.

Zijn postbiotica beter dan probiotica?

Niet per definitie. Het zijn verschillende benaderingen met verschillende eigenschappen. Welke toepassing interessant is, hangt af van het specifieke product en het beschikbare onderzoek.

Zijn postbiotica veiliger?

Het ontbreken van levende micro-organismen kan in sommige situaties een voordeel zijn. Toch moet veiligheid nog steeds per preparaat en doelgroep worden beoordeeld.

Kunnen postbiotica een lekkende darm herstellen?

Dat kan niet als algemene werking worden gesteld. Specifieke preparaten worden onderzocht in relatie tot processen rondom de darmbarrière, maar dat is iets anders dan bewijs dat postbiotica in het algemeen een ‘lekkende darm herstellen’.

Zitten postbiotica in gefermenteerde voeding?

Gefermenteerde voedingsmiddelen kunnen geïnactiveerde micro-organismen en microbiële componenten bevatten. Daarmee zijn ze volgens de wetenschappelijke definitie nog niet automatisch een postbioticum.

Waar moet ik op letten bij een postbioticumsupplement?

Kijk vooral naar het gebruikte micro-organisme en de stam, het uiteindelijke preparaat, de productiemethode, dosis, onderzochte doelgroep en de gezondheidsuitkomst waarvoor daadwerkelijk onderzoek beschikbaar is.

Wil je persoonlijk kijken naar wat bij jou past?

Ik ben Annet van AGS-Orthomoleculair. In mijn begeleiding kijk ik samen met jou naar voeding, leefstijl en supplementen op een rustige en praktische manier.

Overweeg je een probioticum, prebioticum of postbioticum en zie je door alle termen en claims niet meer goed wat het verschil is? Dan kan ik met je meekijken naar het specifieke product, de samenstelling en wat er daadwerkelijk bekend is over de toepassing.

Daarbij kijk ik liever naar een gerichte keuze met een duidelijke reden dan naar zo veel mogelijk producten tegelijk.

Neem contact met mij op →

Tot slot

Postbiotica voegen een bijzonder hoofdstuk toe aan onze kennis over de relatie tussen darmmicro-organismen en ons lichaam.

Lange tijd lag de nadruk vooral op de vraag:

welke bacteriën leven er in onze darm?

Daarna werd steeds duidelijker dat ook een andere vraag belangrijk is:

wat doen die micro-organismen daar eigenlijk?

Ze verwerken voedingsbestanddelen, produceren metabolieten en communiceren op allerlei manieren met hun omgeving.

En nu weten we dat zelfs wanneer bepaalde micro-organismen niet meer leven, onderdelen van die microbiële cellen nog biologisch relevant kunnen zijn.

Dat maakt postbiotica een interessant onderzoeksgebied.

Maar het maakt ze nog niet tot de volgende universele oplossing voor darm en weerstand.

Het ene postbioticum is het andere niet.

Een geïnactiveerde bacterie is niet automatisch een bewezen postbioticum.

Butyraat is biologisch interessant, maar volgens de strikte definitie geen postbioticum.

En een positief onderzoek naar één specifiek preparaat kunnen we niet automatisch vertalen naar de hele categorie.

Daarom kijk ik bij postbiotica liever naar:

welk micro-organisme, welk preparaat, welke dosis, welke doelgroep en welke uitkomst?

Dat klinkt misschien minder aantrekkelijk dan ‘boost je weerstand met postbiotica’, maar het geeft wel een veel eerlijker beeld van wat de wetenschap op dit moment kan vertellen.

En daarmee komen we eigenlijk terug bij de rode draad van deze hele reeks.

De relatie tussen darm en immuunsysteem draait niet om één bacterie, één voedingsmiddel of één supplement.

Het is een voortdurend samenspel tussen darmbarrière, micro-organismen, voeding, microbiële stoffen en het immuunsysteem.

Soms begrijpen we dat samenspel al behoorlijk goed.

Op andere gebieden staan we nog maar aan het begin.

Juist daarom vind ik het belangrijk om nieuwsgierig te blijven naar nieuwe ontwikkelingen, zonder sneller conclusies te trekken dan het onderzoek toelaat.